nieuws

Materieeldienst gaat meer adviseren bij uitvoering

bouwbreed

Het ontwikkelen van kennis over nieuwe technisch/ organisatorische mogelijkheden voor materieeldiensten, het verspreiden van deze kennis en het toepassen ervan in nieuwe produktiemethoden, blijkt vooral in Komat-verband te worden geinitieerd en gestimuleerd.

Het totale werkplaatscomplex bestaat uit een mechanische werkplaats van 85 x 20 meter met twee 16 tons bovenloopkranen, een constructiewerkplaats van 30 x 20 meter met twee bovenloopkranen van elk 10 ton, een elektro technische afdeling van 20 x 20 meter met 5 tons bovenloopkraan, een timmerafdeling van 250 m2 en een schilderswerkplaats met complete spuitinstallatie van 350 m2.

Aan de hand van ontwikkelingsprogrammas vinden tussen de deelnemers van de contactgroep discussies plaats over de toekomst van materieeldiensten.

De resultaten daarvan worden, zo die van waarde worden geacht, verder uitgewerkt in werkgroepen. Langs deze wegen tracht men gezamenlijk een visie te ontwikkelen, die uiteindelijk vorm moet krijgen in een nieuw materieelconcept voor het bouwbedrijf van de toekomst.

Veranderingen in de organisatie van het grote uitvoerende bouwbedrijf dwingen overigens, op de praktijk ingestelde mensen, te leren denken in abstracte termen, hetgeen aanvankelijk tot spraakverwarringen heeft geleid. Thans bestaat er bij de deelnemers toch een bepaald beeld over mogelijke ontwikkelingstrajecten voor materieeldiensten.

Met de veranderingen binnen de organisaties is de nadruk komen te liggen op coordinatie van de vele onder- en nevenaannemers en toeleveranciers op bouwplaatsen. En dit noodzaakt weer tot nieuwe positiebepaling door materieeldiensten.

In discussies in Komat-verband over de toekomst van materieeldiensten is bijvoorbeeld naar voren gekomen, dat meer en meer het accent verschuift naar advisering van de uitvoering, terwijl het ter beschikking stellen van het benodigde materieel, mede daar deze markt volwassen is geworden, aan betekenis zal verminderen.

Dat houdt onder meer in dat een verschuiving aan de gang is in de personeelssamenstelling van puur werktuigbouwtechnisch ingestelde mensen naar het ke beschikken over vooral management dat ook over bouwkundige kennis beschikt.

Volgens de heer P. Feyen, voorzitter van de Komat, zal de materieeldienst zich meer dan tot op heden moeten gaan toeleggen op de coordinatie van de logistiek.

Momenteel verschijnen onderaannemers op bouwplaatsen met hun eigen materieel, dat vaak van mindere of zelfs inferieure kwaliteit is. Maar de hoofdaannemer is wel verantwoordelijk voor de arbeidsomstandigheden op het werk. Het verdient daarom de voorkeur de materieelvoorziening voor de onderaannemers in de logistieke opzet voor het gehele werk door de materieeldienst te laten verzorgen.

Veranderingen

Doordat de bedrijven steeds meer rekeningen moet gaan houden met de consequenties van het steeds meer uitbesteden, zal in de toekomst een steeds zwaarder beroep worden gedaan op kennis en kunde van het in materieeldiensten aanwezige managment. Er is een noodzaak ontstaan verder te kijken dan de poort van de materieelwerf.

Zo ziet Feyen een taak weggelegd voor de in de Komat georganiseerde materieeldiensten op het gebied van regelgeving met betrekking tot de veiligheid. De Arbeidsinspectie verandert van rol onder invloed van deregulering, decentralisatie en bezuinigingen van de Rijksoverheid. Een gratis aanspreekpunt voor bijvoorbeeld het opstellen van veiligheidsvoorschriften in de vorm van P-bladen is aan het verdwijnen.

Concessies

“In deze leemte’, aldus Feyen, “trachten we in Komat-verband te voorzien. Dan blijkt met welk een complexe materie je te maken krijgt en die wordt nog ingewikkelder door de Europese integratie.”

In dit kader is de Komat onlangs contacten gaan onderhouden met organisaties van materieeldiensten uit de overige EG-landen. Onderzocht wordt onder meer of het opstellen van veiligheidsvoorschriften voor materieel aan de hand van een Europees kader kan geschieden.

Uit deze eerste contacten is gebeleken dat ons land op materieelgebied zeker niet achter ligt en op sommige terreinen, zoals bij de opleiding van machinisten, zelfs voorop loopt.

“Wij willen op deze gebieden” , aldus Feyen, “geen concessies doen, ook al bedreigt deze ontwikkeling op het eerste gezicht onze concurentiepositie.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels