nieuws

Loflied en dundoek voor mooie toekomst

bouwbreed

“Tijd nu voor een ander lied, een loflied. Berg de natte zakdoeken op en hang het dundoek uit, want het is feest. Wij vieren als middelgroot bouwbedrijf ons 75-jarig bestaan in de stellige overtuiging dat er geen mooier leven denkbaar is en dat er voor ons soort bedrijven een prachtige toekomst is weggelegd.”

In deze tijden van neerdwarrelende jaarverslagen valt deze frase in het verslag van de Limburgse aannemer Van der Linden zeker op. De verslagen van de grote jongens stralen een droefheid uit die er toe noopt om tijdens het lezen een forse zakdoek in de buurt te houden. Het gaat dan niet om de cijfers, die zijn over het algemeen wel goed, maar om de begeleidende tekst. Struikelend over woorden als recessie, slechte conjunctuur, inzakkend bouwvolume en moeiljike tijden haalt men uiteindelijk de balans.

Bouwbedrijf Van der Linden wil daarmee afrekenen. “Na tuurlijk, er zijn bedreigingen op het gebied van management en organisatie. Vanuit de markt is er beslist geen sprake van bedreigende ontwikkelingen voor de middelgrote bouwbedrijven. Integendeel, hier liggen louter kansen. Er is zonder meer sprake van een schitterende uitgangspositie omdat deze bedrijven de mogelijkheid hebben om over de volle breedte van de markt te opereren” .

Nu dan de cijfers, toch het belangrijkste in het jaarbericht.

Bij een gefactureerde omzet van f. 57,5 miljoen (f. 54,1 miljoen in 1991) werd door Bouwbedrijf van der Linden een nettowinst gerealiseerd van f. 0,535 miljoen, dat is een toename van bijna f. 50000. Het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening (f. 0,8 miljoen) hield gelijke tred met de omzetontwikkeling. “Dit laat onverlet dat de marge (1,4 procent) bescheiden

jft in verhouding tot de grote risicos die in de aannemerij nu eenmaal worden gelopen” .

Dit jaar verwacht men met winst af te sluiten. Het is waarschijnlijk dat de winst door de haperende markt het niveau van 1992 niet zal evenaren.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels