nieuws

Heerma wijst kritiek op Trendbrief van de hand

bouwbreed

Staatssecretaris Heerma is het niet eens met de vele kritiek die is geleverd op de Trendbrief en het Trendrapport Volkshuisvesting. Volgens de bewindsman wordt door de regering een voldoende adequaat instrumentarium geboden en worden voldoende financien ter beschikking gesteld om het woningtekort in Nederland terug te dringen tot 2% in het jaar 2000. “Ik heb het vertrouwen dat de bouwopgave die we ons gesteld hebben gerealiseerd moet ke worden.”

Heerma opende met zijn reactie een bijeenkomst over Trendbrief en Trendrapport van het Nederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting in de Nieuwe Kerk in Den Haag.

Op de bijeenkomst, die onder leiding stond van prof.dr.ir. H. Priemus, hoogleraar Volkshuisvesting aan de TU Delft, kregen de critici van Heermas beleid ruimschoots de gelegenheid hun bezwaren kenbaar te maken.

Volgens de Haagse wethouder Noordanus bijvoorbeeld dreigt onder invloed van de Trendbrief het risico van een papieren beleid. “En zoals veteranen in de volkshuisvesting nog wel weten:in notas kun je niet wonen. Met het Trendrapport is dat niet anders.”

Vrijblijvend

Ir. C.E.C. de Reus, directeur Wilma Vastgoed, wees er in zijn bijdrage op dat de ‘markt’

weliswaar vaak wordt ge noemd als een van de pijlers onder het voorgestelde beleid, maar dat zij nauwelijks serieus wordt betrokken bij gesprekken over de toekomstige ontwikkelingen. Gesprekken die tot op heden zijn gevoerd, spelen zich af “in een zeer vrijblijvende sfeer en op een hoog abstractieniveau.”

“Het wordt nu tijd” , aldus De Reus, “dat de serieuze marktpartijen mee gaan praten en beslissen. Het is een misvatting dat de inbreng van de marktparijen beperkt kan blijven tot het realiseren van vlekjes in een bestemmingsplan.”

Onderzoek

Aan de basis van het beleid uit de Trendbrief, het Trendrapport, werd vooral geknabbeld door drs. J.B.S. Conijn van het Delftse onderzoeksinstituut OTB. Volgens Conijn kent het onderzoek uit het Trendrapport enkele fundamentele tekortkomingen.

Zoals bekend heeft recent ook de Tweede Kamer blijk gegeven van de nodige methodische twijfel, nadat daar van diverse zijden (RAVO en CPB bijvoorbeeld) al op was gewezen.

Verreweg het zwakste onderdeel van het Trendrapport is volgens Conijn de veronderstelling van de onderzoekers dat prijsstijgingen geen invloed hebben op de woonwensen van huishoudens. “In het Trendrapport doen prijsstijgingen er niet toe, een aanname die in strijd is met gangbare economische inzichten en de beschikbare literatuur op dit punt.” Sterker nog:bij de onderbouwing van deze aanname is de Nederlandse literatuur “misleidend en foutief” geciteerd.

Gevolg van de “twijfelachtige aanname’ is dat er een verkeerd beeld ontstaat van de woningbehoefte. De conclusie dat er vooral behoefte bestaat aan duurdere huur- en koopwoningen is in ieder geval onjuist en gaat Conijn “heel wat stappen te ver” .

De vraag doet zich eerder voor naar goedkope huurwoningen.

Die wordt derhalve sterk onderschat in de Trendbrief. De vraag naar dure huurwoningen is volgens Conijn juist zeer beperkt.

Niet gevoelig

Heerma is niet gevoelig voor de argumenten die tegen de Trendbrief en het Trendrapport worden gebruikt. Het spreekt vanzelf dat er bij de berekeningen is uitgegaan van bepaalde parameters en aannames voor demografische en economische ontwikkelingen.

Het is juist dat op basis daar van het beleid is vastgesteld.

Er zijn echter volgens de bewindsman tot op heden geen argumenten gegeven die voor hem aanleiding zijn het uitgezette beleid om te buigen. De scenarios van het Centraal Planbureau en de ruimtelijke verkenningen van de Rijksplanologische Dienst zijn gewogen en te licht bevonden.

“Voor meerdere serieuze tegenanalyses sta ik open, ze zijn mij tot nu toe echter niet aangeboden.”

Volgens Heerma zijn er met instrumenten als het Besluit Woninggebonden Subsidies, de stadsvernieuwingsfondsen, het Besluit Beheer sociale Huursector, de huursombenadering en de aanstaande Huisvestingswet, het Besluit Locatiegebonden Subsidies en de Kaderwet voldoende mogelijkheden voorhanden om op lokaal en regionaal niveau uitvoering te ke geven aan het beleid uit de Trendbrief.

Ook blijft er financieel voldoende ruimte over voor specifieke situaties. “Maar steeds geldt dat slechts nog rijkssubsidie wordt verstrekt waar dat absoluut noodzakelijk is.”

De staatssecretaris stelde in de Nieuwe Kerk er dan ook alle vertrouwen in te hebben dat de gestelde bouwopgave zal worden gerealiseerd. “Onlangs nog hebben de vier grote steden te kennen gegeven dat zij aanzienlijk meer binnenstedelijke capaciteit hebben dan waarmee in Belstato rekening is gehouden. Dit sterkt mij in mijn overtuiging.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels