nieuws

Een snel wassende stroom architectuurmonografieen

bouwbreed

Het is ruim twintig jaar geleden dat de Zwitserse uitgeverij Artemis en Winkler, waar het Verlag fur Architektur onderdeel van vormt, een reeks StudioPaperback startte. De reeks groeide inmiddels uit tot 31 boeken, waarbij men ook op een groter formaat overstapte. Signalement van zes recent verschenen boeken in de reeks.

De eerste StudioPaperback betrof het werk van Le Corbusier, hetgeen niet toevallig was. De uitgeverij verzorgde vanaf het begin een indrukwekkende serie boeken over Le Corbusier die uitgroeide tot acht delen, die inmiddels aan een tiende druk toe is. Le Corbusier nam (zoals gewoonlijk bij zijn publikaties) zelf het initiatief met de vraag om een compacte paperback: “Men moet aan jongeren denken, die geen geld hebben om dure boeken te kopen” , aldus de Franse architect. Dit leidde tot het eerste deel van de reeks. Het bleek een voortreffelijke formule voor compacte boeken, waarin het accent op titels ligt die het werk van een architect documenteren. De inhoud bestaat dan uit een inleiding, een geillustreerde catalogus van de belangrijkste werken van de architect en een overzicht van zijn werk en uitgebreide literatuuropgave. Verder verschenen in de reeks verschenen enkele actuele herdrukken van belangrijke titels uit de recente geschiedenis van de bouwkunst.

Alle delen verschijnen in het Duits, een aantal in twee talen en soms worden delen gelijktijdig in meerdere talen apart uitgegeven. Ook bestaan er samenwerkingsverbanden met buitenlandse collega-uitgevers, waardoor co-produkties verschenen in het Italiaans, Spaans, Engels en Nederlands. In ons land bracht Uitgeverij 010 tot nu toe vier delen in een Nederlandse vertaling (Mies, Rossi, Arne Jacobsen en Amsterdamse School) en entameerde de uitgever zelf delen over Oud en Duiker. Oud verscheen ook in Zwitserland en Duiker werd alleen in Spanje overgenomen.

Sedert 1992 verschijnen nieuwe delen en herdrukken in een groter formaat, met garen ingenaaid en een nog aantrekkelijker uitvoering. Het bleven relatief goedkope boeken die hoogtepunten in de architectuurgeschiedenis documenteren. In voorbereiding zijn delen over Karl Friedrich Schinkel, Tadao Ando en Richard Rogers.

Fischer von Erlach

De Oostenrijkse architect Johann Bernhard Fischer von Erlach (1656-1723) rekent men tot de belangrijkste architecten van de barok in Europa. Daarbij lag een accent van zijn werk in de steden Wenen en Salzburg.

Johann Bernhard Fischer werd geboren in Graz, waar hij in het spoor van zijn vader besloot voor beeldhouwer te studeren.

Maar toen hij eenmaal op reis naar Rome de architectuur ontdekte, koos hij voor een architectonische loopbaan. Hij heeft in Rome waarschijnlijk nog kennis gemaakt met bouwmeester Borromini, wiens werk diepe sporen in zijn eerste Oostenrijkse ontwerpen naliet.

Von Erlach maakte verschillende ontwerpen voor paleis Schonbrunn, waarvan uiteindelijk een eenvoudige versie is gerealiseerd. Grote naam maakte de architect met het ontwerp van de Karlskirche op het gelijknamige plein even buiten de eerste Ring om de Weense binnenstad, waarvoor men in 1715 met de bouw begon. Een belangrijk deel van zijn kerkelijke architectuur verrees overigens in Salzburg, waarmee hij een belangrijk deel van het ‘beeld van de stad’ bepaalde. Daarnaast heeft Fischer von Erlach belangrijke stedelijke woonhuizen en ook enkele buitenplaatsen ontworpen. Het boek behandelt daarmee een van de oudste bouwmeesters in de reeks. Hellmut Lorenz bespreekt inleidend verschillende categorieen gebouwen, die daarna zijn gedocumenteerd.

Gottfried Semper

Gottfried Semper (1803-1879) ontwierp niet alleen grotere stedebouwkundigen concepten voor Wenen, maar ook voor Dresden en Zurich. Semper komt uit Hamburg en studeerde onder meer in Munchen. Na een duel vluchtte hij naar Parijs waar hij zich verder bekwaamde als architect, onder meer onder leiding van Jacob Ignaz Hittdorf. Hij maakte een gebruikelijke studiereis naar Italie en Griekenland. Daarbij was hij speciaal geinteresseerd in het mogelijke gebruik van kleur op de klassieke Griekse monumenten uit de oudheid. Zijn vondsten op dat punt legde hij vast, al ging een manscript met illustraties onderweg naar Duitsland verloren. Maar een beknoptere versie was uiteindelijk doorslaggevend om zijn leermeester Hittdorfs bevindingen, die deze eerder onderzocht, internationaal erkenning te laten ondervinden.

Tot zijn belangrijkste werken behoren de opera in Dresden die hij zelf na een brand gewijzigd herbouwde en die nog geen tien jaar geleden uiteindelijk na oorlogsschade is herbouwd, een villa en synagoge en ten slotte ook de Sempergalerie, een van de vroegste voorbeelden van een schilderijenmuseum.

In Zurich werd hij tot hoogleraar benoemd en ontwierp hij onder meer de universiteit.

Hij maakte daarmee internationaal zoveel naam, dat bijvoorbeeld een architect als H.P. Berlage om die docent koos voor een studie aan de ETH. Hij kwam overigens net na het afscheid van de professor, maar twee volgelingen van Semper zetten zijn werk voort.

Uiteindelijk verhuiste Semper naar Wenen, waar hij enkele belangrijke musea ontwierp die nog steeds veel bewondering genieten. Martin Frolich beschrijft Gottfried Semper eerst als onderzoeker naar kleur in de Griekse oudheid, als architect en als docent. Aansluitend is het werk van Semper gedocumenteerd.

Ruimte tijd en bouwkunst

De secretaris van de internationale congressen voor het Nieuwe Bouwen, het Ciam, de kunsthistoricus Siegfried Giedeon publiceerde in 1938 zijn universele studieboek ‘Ruimte tijd en bouwkunst’, waarvan zelfs een Nederlandse vertaling verscheen die Cornelis van Eesteren, jaranlang Ciam-voorzitter, begeleidde. In de Zwitserse reeks vormt het een Longseller.

Het boek behandelt de recentere geschiedenis van de bouwkunst door de ogen van een Nieuwe Bouwer. Als zodanig is het boek gekleurd en ten dele achterhaald door recentere (deel)studies. Wanneer men de verschillende drukken van Giedions standaardwerk naast elkaar legt, blijken er naast toevoegingen ook wijzigingen van inzicht uit. Maar de laatste versie geeft nog altijd een briljant stuk recente geschiedschrijving, waarin bijvoorbeeld de ontwikkeling van de skeletbouw voortreffelijk is weergegeven. Daarnaast gaf het boek al snel een indicatief beeld van de naoorlogse bouwkunst. Dat het -omvangrijke- boek nu weer beschikbaar is vormt een hoogtepunt binnen de serie, die vooral voor kunsthistorici en de bouwwereld van belang is. Door een fotografische herdruk is het boek uiterst kopersvriendelijk geprijsd, zeker in relatie tot de omvang.

Hans Scharoun

Een zeer recent deel in de reeks vormt het boek ‘Hans Scharoun’ van J. Christoph Burkle. Het verscheen in een Duitse en een Engelse editie.

De Berlijnse architect Hans Scharoun (1893-1972) werkte al snel vanuit het gedachtengoed van het Nieuwe Bouwen.

Het eerste gebouwde werk dat in het boek is gedocumenteerd betreft zijn bijdrage aan de fameuze Weissenhofsiedlung in Stuttgart. Het ging om een vrijstaande villa, waarin Scharoun al direct een opvallende vrijheid van bouwvormen ontwikkelde, zeker in vergelijking tot de er dicht bij staande woningen van Mart Stam en het rijtje van J.J.P. Oud. Tijdens het nazibewind in Duitsland heeft Scharoun vrijwel niet gebouwd, maar vervaardigde hij wel voor die tijd toekomstdromen die in de jaren zestig gestalte begonnen te krijgen, in zijn eigen werk en in dat van anderen.

Tot zijn beroemdste werken behoren het ‘circus Karajan’ oftewel de Philharmonie in Berlijn en de schuin daar tegenover staande Staatsbibliotheek, maar ook verschillende scholen en woningbouwcomplexen elders in Duitsland. Zijn werk wordt vaak tot de (meer) organische architectuur gerekend.

Naast architectuur heeft Scharoun zijn bijdrage geleverd aan de stedebouw van het naoorlogse Berlijn, waar in 1945 onmiddellijk een beroep op hem werd gedaan voor de stedebouwkundige dienst.

Later won hij met Wils Ebert de tweede prijs in de stedebouwkundige prijsvraag ‘Hauptstadt Berlin’ in 1958 terwijl ook het stedebouwkundige ontwerp van het Kulturforum rond Philharmonie en Staatsbibliotheek door hem is ontworpen.

Louis I. Kahn

Het boek over Louis I. Kahn verscheen eerder in paperbackformaat in de reeks.

De uitgave op groter formaat toont vooral tekeningen aanzienlijk beter, maar ook de (meeste) fotos zijn duidelijker geworden.

In tegenstelling tot de meeste delen zijn de werken in dit boek per onderwerp behandeld. Naast de soms zeer uitvoerige boeken over deze belangrijkste Amerikaanse architect na Frank Lloyd Wright, vormt dit boek een uitstekende compacte documentatie die de lezer snel wegwijs maakt in dit uitzonderlijke oeuvre.

Herzog & de Meuron

Jacques Herzog en Pierre de Meuron (beiden 1950) genieten in kleinere kring internationale bekendheid. Zij zoeken naar hedendaagse architectuur waarbij de uitgangspunten van het Nieuwe Bouwen hun zeker niet vreemd zijn. Maar zij interpreteren die vrijmoedig.

Tot hun recente werk behoort een klein particulier museum in Munchen, dat vorig jaar in gebruik genomen is. In de tuin van een villa realiseerden zij een streng doosvormig bouwvolume met een betonskelet dat gevels kreeg van glas en triplex. De strenge architectuur is in de museale ruimten verder opgevoerd, waarbij hoge eisen aan daglicht werden gesteld.

Beiden hebben nogal eens deel genomen aan architectuurprijsvragen en ook verschillende malen de eerste prijs gewonnen. Voor het grote museumcomplex in Munchen, terzijde van de Alte Pinakothek, haalden ze in 1992 de tweede prijs met een ontwerp dat internationaal de aandacht heeft getrokken.

Het boek vormt een goede overzichtspublicatie van het nog relatief jonge architectenbureau, dat momenteel gezien het aantal in uitvoering

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels