nieuws

Bouwnijverheid kan nog veel van industrie leren

bouwbreed

Het onderwerp ‘Industrie als voorbeeld voor de bouw’ was niet alleen een interessante discussie waard op de onlangs gehouden jaarvergadering van de SAOB; het werd ook uitgebreid behandeld op het CIB-symposium in de TH Delft. De inleider op de SAOB-bijeenkomst, prof. dr. P.T. Bolwijn van de TH Enschede, vergeleek de eisen van de klant aan de industrie en de bouw:verlaging van de kosten, verhoging van de kwaliteit, verkorting van de levertijd en versnelling van innovatie. Zowel bij de SAOB als op het symposium bleek dat de wnijverheid nog veel van de industrie kan leren.

De industrie maakte en maakt vier stappen door: de efficiencyfase, de kwaliteitsfase, de flexibiliteitsfase en de snelheidsfase. Uit elke fase zijn leerervaringen verzameld voor anderen. Prof. Bolwijn is van mening dat de bouwnijverheid, die volgens hem een bouwindustrie moet zijn of worden, pas in de tweede fase, die van de kwaliteit, is aangeland en dat nog een lange weg moet worden gegaan. Maar hield hij de aanwezigen voor: “Er zijn drie lessen uit de industrie te trekken:Ten eerste; stilstand is achteruitgang. Ten tweede; de klant is koning. En tenslotte; goed voorbeeld doet goed volgen.

De discussienota ‘What can building construction learn from the manufacturing industry?’ van prof. dr. Vernon Ireland, tevens directeur van het grootste bouwbedrijf van Australie en de nota ‘What can we learn from production control in the manufacturing industry?’ van de Nederlanders ir. B. Melles en ir. J.W.F. Wameling van de TH-Delft zijn onder de loep genomen door drie deskundigen uit Engeland, een uit Japan, een uit de VS, een uit Canada en een uit Nederland. Melles en Wameling beperkten zich tot het bespreken van de kwaliteitscontrolesystemen uit de industrie en zochten naar een voor de bouw bruikbare methode. Zij vonden die niet, maar suggereerden voor de belangrijkste produktiemethoden eigen controlesystemen te ontwikkelen.

Het commentaar van de zeven deskundigen schommelt tussen het wijzen op de fragmentatie van de bouwnijverheid en de onmogelijkheid om daarvoor een passend controlesysteem te ontwerpen en tussen de toekomstige groei naar steeds grotere bouwcomponenten of -elementen, waarop zowel bij de fabricage als de montage heel goed controlesystemen als in de industrie ke worden losgelaten.

Overeenkomsten

Aannemer Ireland begint zijn nota met de opmerking dat serieproduktie in de bouw niet of vrijwel niet meer voorkomt.

Dan somt hij de overeenkomsten tussen de bouw en de industrie op. Naar onze mening doelt hij op de grootmetaalindustrie:- er worden steeds grotere eenheden toegepast zowel bouwkundig, werktuigbouwkundig als elektrotechnisch; – er wordt gebruik gemaakt van afzonderlijke toeleveranciers; – er wordt gebruik gemaakt van onderaannemers; – er is concurrentie tussen toeleverancieres; – veel montagepersoneel heeft slechts een geringe vakopleiding; – het monteren heeft een repetitief karakter; – technieken waarmee het proces kan worden gecontroleerd zijn noodzakelijk; en – de vraag naar produkten fluctueert.

Verschillen

Enige verschillen zijn volgens hem:- enkelstuksproduktie voor een klant in de bouw; meer levering op voorraad in de industrie; – scheiding tussen ontwerp en uitvoering in de bouw; – in de industrie wordt het produkt procesmatig gecontroleerd; op de bouw controleren mensen gedurende het produceren.

Een van de Engelse deskundigen geeft als commentaar dat Ireland te veel kijkt naar de Japanse bouw en somt een lijst van een veel groter aantal verschillen op. Een deskundige uit Japan onderstreept die kritiek door te wijzen op het feit dat per jaar 200000 woningen fabrieksmatig worden vervaardigd en met een minimale inzet aan arbeid op de bouwplaats worden gemonteerd.

Een Amerikaanse deskundige merkt op dat de bouw een industrie wordt wanneer ont werp en uitvoering in een hand komen. Hij duidt onder andere op ‘general contracting’ en ‘fast track building’.

Ireland gaf tevens een aantal aanbevelingen mee, die door de deskundigen voor een deel werden onderschreven. Zo moet de bouw meer technologie binnen halen en bij de uitvoeringe meer gebruik maken van de computer.

De Fin Koskela is van mening dat de bouw volgens een geheel nieuwe filosofie moet gaan werken. Die komt erop neer dat alle kosten voor nietkwaliteit worden geschrapt, maar niet alleen die, maar ook de kosten die niets aan de waarde van het bouwprodukt toevoegen. Dat verhoogt de efficiency, versnelt de bouwtijden, reduceert variaties enz.

Deze nota is niet van schriftelijk commentaar voorzien.

Conclusie

Dit alles overziende vallen we terug op de EIB-publikatie Bouw/Werk van augustus vorig jaar. Daarin schreef drs. J.

Schellevis onder de titel ‘De bouw op weg naar 2000:veranderingen zullen noodzakelijk zijn’: “Een tweede scenario is de versnelde omschakeling van arbeid naar kaptiaal. Dit kan binnen de bedrijfstak plaats vinden, of daar buiten. Binnen de bedrijfstak wordt vervanging van arbeid door kapitaal bereikt door invoering van machines en hulpmiddelen die de arbeidsproduktiviteit vergroten.

Substitutie buiten de bedrijfstak vindt plaats door vervanging van handmatige bewerkingen op de bouwplaats door industrieel vervaardigde bouwdelen en -materialen. Wil een dergelijk aanpak succes hebben, dan zal hierop al in de ontwerpfase moeten worden ingespeeld. Dat kan door het toepassen van meer gestandaardiseerde produktietechnieken met inbouwmogelijkheden voor kant en klare onderdelen. In dat geval ke deze bouwdelen worden geplaatst door personeel van de leverancier. Hiervoor is noodzakelijk dat ontwerp en uitvoering meer worden geintegreerd en minder als losstaande disciplines worden uitgevoerd dan nu nog het geval is.”

Tot zover de heer Schellevis.

De bouw heeft al heel veel van de industrie geleerd en niet alleen co-makership en JIT, justin-time leveranties. Maar, en daar hebben Bolwijn en de CIB-deskundigen gelijk in:We ke er nog meer van leren.

De bouw gaat nu de flexibiliteitsfase in.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels