nieuws

‘Bij gunning uitgaan van kwaliteit/prijs-verhouding’

bouwbreed

Blijven zoeken naar specialiteiten en innovaties, het doorvoeren van een kwaliteitsstatus voor het gehele bedrijf, en het als ‘dienstverlendend bedrijf’ meedenken met de opdrachtgever, die ingredienten vormen in het kort de bedrijfsfilosofie van de 60-jaar oude J.G. Nelis Groep. Eigenlijk geen wonder dat de ‘grootste wens’ van J.G. Nelis jr. is dat bij de gunning niet meer alleen gekeken wordt naar de laagste prijs, maar dat die gunning plaatsvindt op basis van een reele kwaliteit/prijs-vergelijking.

De Joost Nelis bezig in Callantsoog met het maken van een kofferdam in de branding ten behoeve van de aanlanding van een aardgasleiding.

J.G. Nelis doet veel werk voor bedrijven als Holiday Inn en Van der Valk.

De aanleg van het Kennemerstrand naast de zuidpier van IJmuiden. Het strand krijgt een lengte van 2 kilometer met een duinenrij, een haven voor 600 zeegaande jachten, een boulevard en op de pier een luxe hotel met 170 appartementen.

Nelis, die samen met zijn broer J.P. de Raad van Bestuur vormt van het bedrijf, heeft geen vragen nodig om in een rap tempo de geschiedenis en de filosofie van zijn bedrijf, en zijn visie op de bouw naar voren te brengen. Hoewel de aandelen allemaal in handen zijn van de familie, spreekt hij liever niet van een ‘familiebedrijf’. “Het gaat om een modern gestructureerde onderneming, waarbij van de directie van het aannemingsbedrijf naast de twee broers ook de heren Van Veldhoven en Hoek deel uitmaken.”

De J.G. Nelis Groep is onstaan uit een zand- en grindhandel, die in 1933 werd opgericht door J.G. Nelis sr., de vader van de huidige directeuren.

Ondanks de slechte tijd groeide het bedrijf redelijk, tot de Tweede Wereldoorlog voorlopig roet in het eten gooide. Een aantal vrachtwagens werd toen gevorderd, maar een paar konden worden gered door ze te slopen en in kisten onder het zand te verbergen. Na de bevrijding werden die weer snel bedrijfsklaar gemaakt en voor de gelegenheid oranje geverfd.

En dat oranje is nog steeds de ‘bedrijfskleur’ van Nelis.

Na de oorlog ging de ontwikkeling van het bedrijf snel.

Aanvankelijk betrof die alleen grondverzet en transport, maar al vrij snel werden viaducten gebouwd en complete rioleringen aangelegd. In 1949 kwam er een tweede bedrijf, NV Nelis Velsen, dat voor 50% eigendom was van Nelis en voor 50% van derden. Dit bedrijf richtte zich op de b&ubouw, en gedurende een aantal jaren groeiden de beide bedrijven gestaag naast elkaar door.

In 1956 kwam het echter tot een breuk, J.G. Nelis richtte een eigen bouwbedrijf op en NV Nelis ging zelfstandig verder onder de naam Nelis Uitgeest. Overigens is dat laatste bedrijf nu omgedoopt in Nubouw.

Inmiddels is J.G. Nelis uitgegroeid tot een van de grotere Nederlandse bouwers, actief in zon beetje alle sectoren van de bouw.

Omzet

De J.G. Nelis Groep heeft een omzet van zon f. 225 miljoen per jaar, waarvan het aannemingsbedrijf ongeveer f. 180 miljoen voor zijn rekening neemt. Dit aannemingsbedrijf is onderverdeeld in drie groepen:gww, bouw (industriele bouw en b&u) en materieel, elk bestaande uit een aantal werkmaatschappijen. Behalve J.G. Nelis Bouw en J.G. Nelis GWW gaat het daarbij onder meer om Gruno Bouw en Aannemings- en Wegenbouwmij Gruno in Groningen en Heicom. Daarnaast is er J.G. Nelis Projektmaatschappij BV, die initiatieven neemt en poen ontwikkelt, zij het niet voor eigen risico. Via die maatschappij komt aardig wat werk binnen voor de overige werkmaatschappijen. Volgens Nelis is de grote kracht van het bedrijf dan ook dat het onder het motto ‘partners in poen’ elk type opdracht aankan, van de eerste planologische ontwikkeling tot en met de (sleutelklare) oplevering. Dat ‘partners in poen’ heeft daarbij twee betekenissen:partner met de opdrachtgever en de interne samenwerking tussen de verschillende werkmaatschappijen. Daarbij is sprake van een platte organisatie ( “de mens dicht bij de klant” ), die het mogelijk maakt dat de werkmaatschappijen zowel afzonderlijk als in alle mogelijke combinaties zowel kleine als zeer grote werken uitvoeren.

Dat het daarbij vaak om werken in pps-verband (publiekprivate samenwerking) gaat is gezien de organisatie niet verwonderlijk. Op dit moment wordt in dit verband gewerkt aan het Kennemerstrand, de ontwikkeling van de grote zandvlakte ten zuiden van de zuidpier in IJmuiden. In dit po nemen de gemeenten Velsen en Nelis elk voor 50% deel. Verder wordt in Haarlem een woningbouwpo uitgevoerd, compleet met infrastructuur. Volgens Nelis zullen dit soort poen gezien geld- en capaciteitsgebrek bij gemeenten steeds meer voorkomen. Het gekozen beleid van het bedrijf zal in de toekomst dan ook worden voortgezet, uiteraard met constant evalueren en zonodig bijsturen.

“Wij blijven daarbij zoeken naar specialismen en innovaties, zonder dat overigens die specialisaties het bedrijf gaan beheersen.”

Punaise

Op het gebied van de innovatie heeft Nelis overigens zijn spo ren al ruimschoots verdiend.

Zo is onder meer een hefeiland (de ‘Joost Nelis’) ontwikkeld dat in de branding kan heien, en onder meer gebruikt wordt voor de aanlanding van pijpleidingen.

Trots is Nelis ook op de ‘punaise, een zuiger die ‘in de bodem wordt geprikt’ en los van weersomstandigheden, scheepvaart en dergelijk geheel computergestuurd zijn werk doet.

Simpel gezegd gaat het hierbij om een pomp en een zuigbuis die aan ballasttanks zijn bevestigd, en als een soort duikboot worden afgezonken. De punaise kan worden gebruikt om havens op diepte te houden, maar ook voor bijvoorbeeld zandsuppleties op het strand. Bij dit laatste is het voordeel dat de de afhankelijkheid van het weer minder is en kleinere stukken strand ke worden aangepakt.

Plezier

“De manier van werken van ons bedrijf heeft niet alleen voordeel voor de opdrachtgevers, maar geeft ook de werknemers meer plezier” , aldus Nelis. Het bedrijf heeft dan ook veel lange dienstverbanders.

“Het nadeel daarvan is wel dat er vergrijzing optreedt. We proberen dan ook zoveel mogelijk jeugdigen te laten instromen, maar dat valt in de praktijk niet mee.”

Zorgen heeft Nelis ook over de stijging van de arbeidskosten, en dan vooral de vergroting van de ‘wig’. “Ik zeg altijd ‘een bouwvakker kost te veel, maar krijgt te weinig.’ Daar moet iets aan gebeuren.”

Minder zorgen maakt hij zich om de toekomst van zijn bedrijf. De orderportefeuille is goed gevuld met werk voor zon 9 a 10 maanden. Verder zijn de vooruitzichten voor de gww goed, maar daar staat tegenover dat het in de utiliteitsbouw slecht gaat. Echt een grote groei zit er dan ook niet in. De grote spreiding in de werkzaamheden en de ‘meedenkfilosofie geven echter een uitstekende basis voor continuiteit.

Inmiddels is het bedrijf ook op weg naar een kwaliteitsstatus voor het gehele bedrijf. Binnenkort moet het gehele bedrijf gecertificeerd zijn. “Dat kost veel tijd en moeite, maar geeft rendement.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels