nieuws

Architectonische kwaliteit in dagelijkse bouwpraktijk

bouwbreed

Er wordt de laatste tijd heel wat architectonische kwaliteit beleden, vooral met de mond, wat minder in de ontwerpfase, en dan nog met een flinke aftrekpost voor niet gerealiseerde plannen. Hoewel het onderwerp scoort bij politici en gemeenten er soms naarstig naar zoeken of toevallig tegenaan lopen, blijft het resultaat mager. jectontwikkelaars en andere opdrachtgevers.

Het moeizame streven leidt wel tot ernstige degradatie van de architectonische kwaliteit door ontbrekende kennis, bijvoorbeeld bij !

‘Samenwerken aan kwaliteit’ is de titel van een keurig verzorgd boekje van Bouwfonds Woningbouw BV. Veelbesproken items als architectuur en milieu noemt directeur Van Zantvoort in de samenwerking tussen gemeenten en projectontwikkelaars. Maar wat men vervolgens in het boek onder deze noemers aan goedbedoelde inventarisatie aantreft, heeft weinig te maken met “kwaliteit in iedere denkbare vorm als leidraad” voor het Bouwfonds. Iedere denkbare vorm treft men rijk geschakeerd aan, maar vrijwel steeds valt architectonische kwaliteit buiten de discussie die het Bouwfonds Woningbouw BV toch kennelijk aan wil gaan, onder meer met gemeenten.

Politiek item

Architectonische kwaliteit werd vooral een politiek item nadat de minsteries van WVC en VROM daar gezamenlijk een nota over baarden, overigens na een heel lange draagtijd. Niet dat men daarna die kwaliteit nu echt is gaan beoefenen, want dat blijkt uiterst riskant. Als een ministerie voor Ruimtelijke Ordening en Milieu is de locatiekeuze voor de eigen hoofdvestiging van het ministerie een karikatuur van genoemd beleid. Men realiseerde een veel te groot gebouw op een relatief klein terrein, waardoor bebouwingsvoorschriften -met een invulling van woningbouw naar het ontwerp van Jan Hoogstad- in hoogte met voeten werd getreden. Hoogstad maakte er een schaalloze doos van, die alleen bij een juiste zonnestand enige geleding van bouwvolumen tussen de gestapelde kantoorcellen en serres verraadt.

In detail treft men er interessante gedachten aan, maar de entreehal als publieke ruimte is geen architectonische hoogvlieger. Toch is men in ministeriele kringen overtuigd van de architectonische kwaliteit, die naar mijn mening te ruim wordt ingeschat.

Hetzelfde ministerie scoort politiek hoog met laese-contracten die nieuwbouw mogelijk maakt die budgettair vrijwel neutraal zou blijken. Maar als er zo rechtbanken worden ontworpen, moeten de specifieke bouwopgaven wel als standaardkantoorgebouw worden ontwikkeld, opdat de financier die deze gebouwen realiseert, meer toekomstwaarde dan architectonische kwaliteit verwerft. Dat is strijdig met elkaar maar valt minder op als men zijn public relations grondvest op namen van vooraanstaande ontwerpers.

PPS en kwaliteit

Wanneer een overheid die architectonische kwalieit zo misbruikt als voorbehoedsmiddel tegen kritiek, dan mag men het de gelden founerende investeerders niet kwalijk nemen dat zij daar op gelijk niveau hun voordeel mee doen. Het werden de termen waarmee men anno 1993 zaken doet. Daarbij verschillen mogelijke interpretaties hemelsbreed. Vraag het iedere architect en hij zal -wellicht wat bescheiden afwerend- toegeven dat hij in zijn hart bij ieder ontwerpje uit is op architectonische kwaliteit. Welnu, in het eerder genoemde boekje, samengesteld en geschreven door Jan Rutten Communicatieadvies BV, treft men markante verschrijvingen in architectonische kwaliteit aan, die de indruk moeten wekken dat het fonds architectuur hoog in haar vaandel draagt. Eerlijkheidshalve moet daar aan worden toegevoegd, dat de kwaliteit een enkele keer ondubbelzinnig voorhanden is. Het zijn echter uitzonderingen die zich in de wervende tekst niet onderscheiden.

En daar ligt het grote probleem. Een goedwillende opdrachtgever, die al zon veertig jaar regelmatig opdrachten verstrekt, heeft -hopelijk- meer praktische ervaring met bouwtechnische kwaliteit en goede woningplattegronden…

Trendy als kwaliteit

Alleen de uitgangspunten voor architectonische kwaliteit zijn al discutabel:niet alleen de architectuur, ook verantwoord materiaalgebruik en gebruiksefficientie tellen mee. Het trendy ontwerp Byzantium van Rem Koolhaas toont natuurlijk een architectonische vormwil die niet slecht is. Maar het is veelzeggend dat alleen een nachtfoto voldoende kwaliteit suggereert om het project trots in het boek op te nemen. Kijkt men naar meer dan alleen een oppervlakkige vormkeuze, dan is het zielig zoals de skylobby er bijhangt; er zouden meer architecten voor dit onderdeel eens naar de pas gerestaureerde bonbonniere van de Rotterdamse Van Nelle-fabriek moeten kijken, want hun hedendaagse produktie op dat punt is tergend en ontdaan van architectonische kwaliteit. Terzijde van het Vondelpark is de uitbouw lomp gestut terwijl de daktrim nu reeds haar leeftijd jaren ouder in doet schatten.

Een ander voorbeeld noemt het boek met de lifestyle woningen in de eerste buitenexpositie van de BouwRAI. Archipel ontwerpers konden zich in de Muziekwijk dan wel op de veelkleurige lifestyle van twee blokjes woningen beroemen, maar ze hebben alle records geslagen met een wachttijd op toehappende kopers, want zo stijlvol toegesneden op het leven waren ze kennelijk ook weer niet. In de prietpraat van het boek zouden de woningen varieren tussen smart house, postmodern en hig tech, maar dat zijn dikke woorden voor overspannen vormwil die de naam van ontwerpers noch opdrachtgevers goed doen.

Neo-Disney

Je zou een apart artikel ke schrijven over de architectonische kwaliteit die ten grondslag ligt aan hotels en andere gebouwen voor Disney-land en Disneyworld of Euro-Disney. De familie Disney huurde er wel leden van het vliegend architectencircus voor in, die er spektakels van maakten. Maar ik ervaar het als tragisch dat Groep 5 architecten in een stedebouwkundig snipperplan van Ashok Bhalotra, neo-Disney architectuur introduceert. In dit blok, ‘het zeilschip’ genoemd, gaat het om huurwoningen van 900 tot 1600 gulden. Terecht geeft men toe dat het om “een zeer opvallende architectuur” gaat; dat is waar, opvallend slecht door de volstrekt ongemotiveerde vormwil. Voor een Disney-hotel moet een grapje ke, maar daar scheep je toch geen ordentelijke woonwijk mee op. In hetzelfde complex stottert het metselwerk in een gebogen laagbouw de hoek om, alsof het om rechte prefab-elementen gaat.

De karakteristiek van ter plaatse opgetrokken metselwerk in baksteen is, dat grote stralen in de plattegrond moeiteloos bouwtechnisch zijn op te lossen, evenals voor de onder- en bovenafwerking van geprefabriceerd beton. Maar de groep architecten acht dat niet opportuun, het opdrachtgevende Bouwfonds let er niet op of denkt dat recht goedkoper is omdat er minder in vakwerk van de metselaare geinvesteerd moet worden. Zon misbaksel -ook in architectenland is het niet iedere dag zondag- kan er tussen door slippen, maar dat is toch geen voorbeeld van architectonische kwaliteit om trots in een boek te documenteren!

Voorbeeldig

Het is onzin de indruk te wekken dat Bouwfonds Woningbouw geen architectonische kwaliteit zou ke realiseren. In het boek komt een enkel schoolmakend voorbeeld voor. Wat verderop in dezelfde gemeente Voorburg realiseerde het fonds 34 woningen aan het Soomerlustplein.

Het ontwerp van de architecten Kloet en Van de Merwe vormt een prachtige hedendaagse interpretatie van de Haagse School, een meer kubistische variant op de Amsterdamse School. Het is zon plan van veelbesproken en intussen met een architectuurprijs bekroonde architectonische kwaliteit. Het inspireerde waarschijnlijk Inbo al tot twee interessante woningen naast een ander station in dezelfde gemeente:op de uit de hand gelopen tuinmuurtjes en een enkel detail na opvallend mooie baksteenarchitectuur waarin zowel de lessen van villas uit het Nieuwe Bouwen als de Haagse School voortreffelijk doorklinken. Maar het Bouwfonds Woningbouw bood in de Tweede Jan Steenstraat in de Amsterdamse Pijp ook architect Bart Duvekot de kans om een markante invulling van koopwoningen te realiseren. Als je dat in zon boek ziet, dan zever ik niet over veronderstelde architectuur van de Bosche School met diepe (halfsteens) neggen, en ‘ontbrekende gevelversiering voor een overigens redelijk aantal woningen in urban villas.

Architectonische kwaliteit

Het interessante van het boek is dat het zo glashelder weergeeft dat het begrip architectonische kwaliteit een onzinnig predikaat is geworden. Na politici zijn het de ppr-companen die al evenmin begrijpen waar het om gaat. In dit artikel zijn enkele saillante voorbeelden naar voren gehaald, maar het boek bevat verder vrijwel uitsluitend kaf waar men binnen het kader van die kwaliteit maar beter over kan zwijgen.

Architectonische kwaliteit is een kwestie van goede architecten, die gezien de voorbeelden ook nog jong mogen zijn. Maar er zijn opdrachtgevers voor nodig die kwaliteit onderkennen, ook voordat ze opdrachten verlenen. Als veertig jaar ervaring onvoldoende blijkt, zoals het boek bewijst, dan wordt het me zwaar te moede. Gemeenten ke bij de uitgifte van grond goede architectuur bedingen, maar wie beoordeelt dat dan?

Het is geen slechte zaak dat die vermaledijde nota een discussie op gang bracht, maar intussen is die gedegradeerd tot een Babylonische spraakverwarring waar niemand meer wijs uit wordt. Zelfs het offensief dat wordt gesteund door full-color illustraties en grafische kwaliteit, kan dat niet verhelen. We blijven derhalve met een wakkerend kaarsje op zoek naar architectonische kwaliteit, maar de kaarsvlam staat wel onder druk van voortdurende politieke en poonwikkelende winderigheid. Nieuwe push, cosmopolitische uitstraling, zeer opvallende architectuur, bijzondere allure, proeven van stedelijk bouwen en experimenteren met woonconcepten, hoge prijzen, innovatieve aandacht voor het milieu met een grote dosis improvisatietalent en flexibiliteit zijn de nieuwe kreten die architectonische kwaliteit moeten versterken, maar weinig meer betekenen dan karikaturale taalvervuiling.

foto links:Plan Corbulo in Voorburg: ‘het zeilschip’ met huurwoningen tussen de 900 en 1600 gulden per maand toornt boven een laagbouw uit met de afgeronde hoek omstotterende rechte stukjes ter plaatse opgetroken metselwerk: matige neo-Disneyland architectuur uit 1993 van Groep 5.

Redelijk voorbeeldige rijen eengezinswoningen in plan Soomerlust in Voorburg van de architecten Kloet en Van de Merwe:aan de Haagse School verwante hedendaagse baksteenarchitectuur.

Elders in Voorburg lijkt Inbo voor twee particuliere opdrachtgevers aan te sluiten op het plan Soomerlust, opnieuw met referenties aan de Haasgse School en villas van het Nieuwe Bouwen met ruime dakterrassen.

.

Fotos:Wim van Heuvel

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels