nieuws

Arbeidskunde in bouw ondergeschoven kindje

bouwbreed

Zonder goed geschoolde arbeidskundigen kan de bouw vernieuwing in de komende jaren gevoeglijk vergeten. Dat betoogde bouwinnovator H. A. J.

Flapper van NBM-Amstelland Utiliteitsbouw in Vught bij de viering van het 25-jarig bestaan van de Kontaktgroep Arbeidskundigen Bouw. Hij uitte daarbij forse kritiek op de gang van zaken op bouwplaatsen. Volgens hem is daar nog steeds niets in positieve zin veranderd sinds eind jaren zeventig.

Arbeidskunde (het vak voor werkmethode-verbetering om daarmee arbeidsbesparing te bereiken ter verhoging van produktiviteit) werd in de jaren vijftig in de bouw ingevoerd om de wederopbouw van het land in goede financiele banen te leiden.

Om meer bouwvakkers te krijgen kreeg de bedrijfstak toestemming, in afwijking van het stringente geleide inkomensbeleid, hogere lonen te betalen.

Daartoe zou dan wel moeten worden aangetoond dat bouwvakkers meer dan gemiddeld zouden presteren. Met het oog daarop kwam er een stelsel van gemeten tarieven.

Teneinde de kosten van het verkrijgen van die tarieven te beperken richtten de bouwbedrijven in 1954 de Grondtijden Centrale (GTC) op, nu de Stichting Arbeidstechnisch Onderzoek Bouwnijverheid (SAOB). In de bouwbedrijven kwamen tariefbureaus, bemand door jonge bouwkundigen die geschoold werden tot tariefcalculator en arbeidsanalist.

Opleidingen

In de eerste helft van de jaren zestig begon het Bouwcentrum met opleiding van arbeidskundigen voor de bouw, waarin analyseren van het bouwproces centraal stond:tijdstudies maken en produktief en nietproduktief

k onderkennen, de werkprestatie uitrekenen en vanuit de gemeten tijd voorstellen doen gericht op verbetering van de produktiviteit.

De grootste prestatie leverden de arbeidskundigen volgens Flapper bij het introduceren van tunnelen (prefabricage van bekisting). Die techniek werd vooral in de woningbouw voortdurend verder geperfectioneerd.

Overbodig

Ook droegen de arbeidskundigen bij aan de produktiviteitsverbeteringen in de utiliteitsbouw. De mondiale economische crisis die in 1980 begon, trof vooral de bouw. De bouwproduktie daalde dramatisch.

Commercieel uitbesteden van werk leverde weliswaar toch nog winst op bij aannemers, maar de arbeidskundige werd overbodig.

Overleving stond centraal.

Werken werden teen afbraakprijzen aangenomen. “Gevolg was dat de bedrijfsbureaus volledig werden afgebouwd tot het niveau van de minimaal noodzakelijke werkvoorbereiding” , aldus Flapper.

Hij schetste vervolgens het profiel van een arbeidskundige: “Die moet in staat zijn een produktieproces, een werkme thode, door tijdstudie of multimomentopname in tijd te ke meten. En moet het gemeten proces ke analyseren.”

Creativiteit ( “het zich los ke maken van heersende opvattingen in de bouw” ) is daarbij onontbeerlijk. De arbeidskundige moet nieuwe, verbeterde werkmethoden ontwikkelen. Maar dat is volgens Flapper niet voldoende: “De bouw is zo conservatief dat de arbeidskundige de kwaliteiten moet hebben om de nieuwe werkmethode in het bouwproces te ke implementeren. Dit vraagt een olifantshuid, want iets nieuws geeft onzekerheid en iedereen zal de arbeidskundige proberen duidelijk te maken dat het met de bestaande werkmethode toch goed ging” .

Flapper kwam tot de “droevige conclusie’ dat bij de bouwcrisis in 1980 de arbeidskundein de Nederlandse bouwbedrijven is geelimineerd.

“Als ik op bouwwerken rondloop moet ik constateren dat er niets in positieve zin veranderd is sinds eind jaren zeventig. De bouwplaats is een tijdelijk produktiebedrijf. De kwaliteit van het produktiebedrijf is van invloed op de kwaliteit van het produktieproces. In het uitvoerend bouwbedrijf wordt die relatie niet gelegd” , stelde hij vast.

Bouwplaats

Zo is er op de bouwplaats geen gestructureerd opslagbeheer en bestaat er geen voorraadbeheer.

Materialen worden gelost op een plek die toevallig vrij is.

Ook is er geen sprake van integratie van extern en intern transport. Het montagegereedschap op de bouwplaats komt volgens Flapper niet uit boven het niveau van de doehet-zelver. “In de bouw zijn de klauwhamer een de steeksleutel het meest voorkomende montagegereedschap. Met laser-apparatuur zouden we de plaatsing van elementen beter ke maatvoeren en met speciaal gereedschap zijn de montagewerkzaamheden beter uit te voeren” , zei hij.

Om de bouwplaatskosten te beperken wordt bezuinigd op de keetaccommodatie. Flapper concludeerde dat voor het ontwikkelen van consumentgerichte strategie in de bouw arbeidskundigen nodig zijn die het afbouwproces van woningen compleet moeten reorganiseren: “Zonder arbeidskundigen zal het consumentgericht bouwen niet boven het niveau van improvisatie uitkomen en dan is het geen concurrentiefactor. Om in de toekomst voldoende goed gekwalificeerde bouwvakkers te krijgen zal de bouw zich positief moeten onderscheiden van andere bedrijfstakken. Naast verbetering van de arbeidsomstandigheden moet het ook gezocht worden in de zelf-ontplooiing, beslissingsbevoegdheid van de bouwvakkers en de ploeg, de ruimte om eigen keuzes te maken in de inrichting van het werk wat betreft tempo, arbeidsdeling en dergelijke. Dit is alleen mogelijk wanneer een bedrijf deskundigen bezitten op gebied van de arbeidskunde. Anders komt verbetering van de arbeidssituatie niet verder dan loze kreten” .

Bouwbedrijven die hun concurrentiepositie willen verbeteren hebben arbeidskundigen nodig om dat te realiseren. Maar er zijn bijna geen arbeidskundigen meer. Vandaar het pleidooi van Flapper om de opleiding tot arbeidskundige nieuw leven in te blazen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels