nieuws

Angstige houding frustreert samenwerken bouwpartners

bouwbreed

Er wordt te weinig gebruik gemaakt van de mogelijkheden die de markt van het gebouwenbeheer biedt. Dat heeft te maken met de houding van de bouwpartijen -opdrachtgever, aannemer en architect- die meer lijkt te worden geregeerd door angst en subjectieve besluitvorming dan door openheid en inzichtelijkheid van de processen. Goed ‘property management’ is een kwestie van samenwerken.

Dit is de ervaring van F.P.A. Haijemaije, directeur van H. Pennings &

Gebouwenservice BV een bedrijf uit ‘s-Hertogenbosch dat property management tot zijn kerntaken rekent. Het is een vorm van gebouwenbeheer waarbij zowel het beheer als het onderhoud in een hand ligt. Daarom kan bij deze integrale beheervorm het rendement van vastgoed gedurende de levensduuur op een goed niveau worden gehandhaafd.

De gehele keten van nieuwbouw tot sloop verloopt via planvorming, projectvoorbereiding, uitvoering en beheer.

De expertise op deze gebieden is in het bedrijf verenigd.

Daarvan wordt eigenlijk te weinig gebruik gemaakt, meent Haijemaije. Het bouwproces lijkt wel vast te zitten.

De weerstand die bestaat tegen het gebruiken van de mogelijkheden die door de markt worden geboden, verbaast Haijemaije. Het voordeel van het ke bestrijken van de gebieden van het integrale gebouwenbeheer is dat de bedrijfsvoering efficient is ingericht. Bovendien is property management doeltreffend, in de zin dat aan de wens van de opdrachtgever wordt voldaan, zijnde: “het in stand houden van het prestatieniveau en daarbij behorend rendement gedurende de levensduur van een gebouw” .

Samenwerken

Naar de mening van directeur Haijemaije wordt door bouwpartijen te weinig samengewerkt. In het algemeen wordt nog gewerkt volgens een traditionele produktie-gerichte wijze in plaats van een marktgerichte opstelling te hanteren.

Men is eigenlijk niet bereid de krachten te bundelen. Naar hij heeft vastgesteld is bij partijen een afstandelijkheid waar te nemen die grenst aan geheimzinnigheid.

In de praktijk wordt vaak gehandeld uit angst, zo stelde de directeur vast. Dat is bijvoorbeeld het geval als bij een partij de deskundigheid op een bepaald terrein ontbreekt. Dan bestaat vaak terughoudendheid om zo een deskundige binnen de verhoudingen te halen.

Dit wellicht omdat men bang is zelf buitenspel gezet te worden. Dit in plaats van gebruik te maken van elkaars krachten. Dat kan wederzijds voor deel opleveren. Marktgericht te werk gaan vereist een duidelijk inzicht in wat de opdrachtgever als bouwpartij eigenlijk wil. Afgezien van het produkt gaat het om een groot aantal wensen, waarbij produktaansprakelijkheid en kwaliteitsborging de boventoon voeren. Naar Haijemaije heeft ervaren vinden opdrachtgevers het bestaan van een vertrouwensrelatie met andere bouwpartijen echter nog het allerbelangrijkste.

Selectie

De methoden, die de opdrachtgevers hanteren bij het selecteren van bijvoorbeeld aannemers zijn in veel gevallen niet goed. Uit statistische gegevens blijkt dat dit in zeventig procent van de gevallen op subjectieve gronden gebeurt, weet Haijemaije.

De zaak ligt volgens hem heel eenvoudig. De basis voor een goede selectie is “de maatschappelijke verantwoordelijkheid kostendekkend te werken en daarbij nog winst te maken” . Opdrachtgevers moeten inzien dat bedrijven die werk willen aannemen een prijsniveau moeten hanteren waarbij hun kosten, inclusief algemene kosten van 6 tot 7%, gedekt zijn. Het is de verantwoordelijkheid van zowel de branche als de opdrachtgevers ervoor te zorgen dat deze kosten worden goed gemaakt.

Bovendien moeten opdrachtgevers zich realiseren dat het maken van winst ook een maatschappelijk belang vormt.

Wordt dat aanvaard dan hoeft dit niet meer in een sfeer van geheimzinnigheid te gebeuren.

Uit de jaarverslagen van de ondernemingen valt te halen dat het niveau van de nettowinst zich landelijk beweegt tussen 2 tot 4%.

Het moet dan ook door opdrachtgevers niet als onbehoorlijk gezien worden een dergelijk niveau te willen realiseren. Feitelijk kan er beter aan het begin van het traject duidelijkheid over zijn. Dat voorkomt het verkrijgen van een contract voor minder, met de gedachte de opdrachtgever toch op een of andere manier de rest ook wel te ontfutselen.

Inleven

In het algemeen zijn bij de opdrachtnemer ook tekortkomingen vast te stellen. Daarover is volgens Haijemaije ook wel het een en ander op te merken. Zo moet bij de opdrachtnemer sprake zijn van inlevingsvermogen.

Nagegaan moet worden wat de opdrachtgever precies wil en op welke terreinen dat valt.

Met andere woorden:positionering in de markt en de doelstellingen die door de onderneming worden gehanteerd moeten helder zijn. Ook bij het integraal gebouwenbeheer geldt dat alles gericht moet zijn op het voldoen aan de wensen van de opdrachtgever. Samenwerken is daarvan een wezenlijk onderdeel. Zowel in de verhouding met de opdrachtgever als binnen de onderneming moet alles zijn gericht op het optimaal inzetten van mensen en middelen. Ook bij integraal gebouwenbeheer, vanaf de planontwikkeling tot en met bouwproduktie, is dat van wezenlijk belang.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels