nieuws

Bouw moet tripartite structuur opheffen

bouwbreed

De bouw moet de tripartite structuur (de indeling in drie partijen, namelijk opdrachtgever, architect en aannemer) opheffen. Dat is de consequentie van de veranderingen in de branche, in het bijzonder de invoering van informatie-technologie (IT).

Alle partijen in de bouw zijn het daar volstrekt over eens.

Die conclusie gaf ir. D. Spekkink, secretaris van de Adviesraad Technologiebeleid Bouwnijverheid (ARTB), op het symposium ‘Bouwen met Informatietechnologie in het Auditorium van de Technische Universiteit Eindhoven. Het symposium was georganiseerd door de studievereniging Intermate van de Faculteit der wijsbegeerte en menswetenschappen.

In juni verschijnt het ARTBrapport ‘Bouwvisie 2010’. “In het rapport staan prikkelende uitspraken over de toekomst van de bouw” , aldus Spekkink.

“Het zijn niet zozeer scenarios als wel visies. Niet iedereen in de achterban neemt deze visies in dank af, maar ze worden wel als keiharde realiteit aanvraad.

Daarover bestaat een verrassende consensus. Over de snelheid van de veranderingen verschillen de meningen, maar over de ontwikkelingen zelf niet.”

IT bepalend Spekkink zei, dat IT bepalend zal zijn voor de ‘harde technologische innovaties in de bouw.

“IT is een kritische succesfactor, ook in de bouw. Daarbij moet men beseffen, dat waar we vroeger met elkaar concurreerden, de bouw nu ook moet gaan concurreren met andere branches. Dat noemen we het ‘Toyota-Neckermann’-effect.

De consument zal kiezen tussen investeren in gebouwen of andere produkten.”

Dat hangt samen met een belangrijke conclusie van de ARTB, namelijk dat de bouwmarkt zal veranderen van een aanbieders- in een vragersmarkt. “De individuele consument komt centraal te staan” , aldus Spekkink. “Een bouwwerk is straks geen schaars produkt meer. De bouw moet dan ook omschakelen van het aanbieden van capaciteit op het aanbieden van produkten.

Dat gaat gepaard met een toenemende industrialisatie en standaardisatie. De arbeid verplaatst zich van de bouwplaats naar de fabriek. Het werk op de bouwplaats krijgt steeds meer het karakter van assemblage.”

Flexibel “De toeleveringsindustrie levert steeds meer van de toegevoegde waarde in de bouw” , aldus Spekkink. “Het gaat erom met projectongebonden produkten toch series van een te ke maken. Er zijn strategieen om een vragersmarkt en standaardisatie van bouwprodukten met elkaar te verbinden. Er is een flexibele produktie-organisatie voor nodig.

Bovendien gaat de bouw steeds meer totaalprodukten leveren, met inbegrip van financiering en beheer. De bouw wordt produkt-aanbiedend.

Dat betekent het opheffen van de tripartite structuur.”

Deze toekomst is beschreven in ‘Bouwvisie 2010’. In het rapport komen ook het beslag op de ruimte aan de orde en het milieu. “Van de noodzaak van een duurzame ontwikkeling is iedereen overtuigd. Men is het erover eens, dat daar heel veel energie aan besteed moet worden” , aldus de secretaris van de ARTB. Over het ruimtegebrek zei hij, dat de aanleg van een ondergrondse infrastructuur onderzocht moet worden.

Specialiseren Over de toekomst van de aannemingsbedrijven is de visie van de ARTB, dat er twee soorten bedrijven ontstaan.

Aan de ene kant de grote, die steeds groter worden en de coordinerende functie krijgen, aan de andere de kant veel kleine, zeer gespecialiseerde bedrijven die als onderaannemer werken in hun specifieke sector. Dat laatste geldt ook voor de architecten- en ingenieursbureaus.

In een aantal bijeenkomsten hebben jonge mensen uit de achterban van de aan de ARTB deelnemende organisaties zich uitgesproken over de toekomst van de bouw. Spekkink gaf als voorbeeld, welke bedrijven volgens hen in de toekomst sterk zullen staan. In de eerste plaats zijn het de bedrijven, die hun produkt door middel van ‘virtual reality’ ke laten zien. Het zijn ook de bedrijven, die in staat zijn hooggekwalificeerd personeel te managen.

“Dat zijn niet de makkelijkste mensen, ze zijn vaak eigenwijs” , zei Spekkink.

Produktmodel Bedrijven, die in staat zijn om het ontwerpen voor functies te combineren met de mogelijkheden om het produkt te maken, staan ook sterk. Dat is alleen op te lossen met gebruik van IT. Bovendien staan die bedrijven sterk, die een produktmodel weten te ontwikkelen, geschikt voor elektronische uitwisseling en die digitaal opgeslagen informatie weten te managen. “Architecten hebben daarvoor een uitstekende uitgangspositie, maar ze pakken het niet op” , aldus Spekkink. Over de stand van zaken in de bouw met betrekking tot de invoering van IT zei Spekkink, dat er weliswaar veel grote en kleine initiatieven zijn, maar dat er noch een marktleider is die een standaard neer kan zetten, noch voldoende samenwerking, waardoor de effectiviteit van de inspanningen gering is. “De initiatieven zijn te versnipperd.

Top-down ontwikkelingen zoals het Bouw Informatie Model (BIM) zijn zonder meer mislukt. Het grootste deel van de bouwwereld wacht af. Er is sprake van een patstelling.”

Fixatie Spekkink waarschuwde, dat een te grote fixatie op het economisch belang frustrerend werkt. Hij zei, dat er een grote behoefte bestaat aan richtinggevend advies, zowel bij het bedrijfsleven als bij organisaties en overheid. “De ARTB zal in samenwerking met het IGBI in het najaar van 1993 met een advies komen.”

Op het symposium sprak ook prof.ir. H. Wagter, hoogleraar aan de Faculteit der Bouwkunde van de TU Eindhoven en directeur van BSO Advies te Utrecht. Hij wees op de enorme veranderingen, die op dit moment in het bank- en verzekeringswezen gebeuren als gevolg van de invoering van IT.

“Primaire bedrijfsprocessen worden geheel opnieuw ontworpen onder de noemer business process redesign” , aldus Wagter. “De meest geavanceerde hulpmiddelen bepalen daarbij de uitkomst. De structuur van de Nederlandse bouwwereld staat een dergelijke ontwikkeling in de weg. De segmentering en de afrekenstructuur maken zelfs, dat men het stadium van eilandautomatisering niet ontstijgt.

Bestaande studies nemen niet het technologische, maar het financieel-economische als uitgangspunt. Daarbij komt steeds het ontbreken van een basis voor onderling vertrouwen naar voren als knelpunt.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels