nieuws

Bij directie Boele geen sprake van pessimisme

bouwbreed

Natuurlijk groeien in deze tijd ook voor Boele de bomen niet tot in de hemel. Immers:als leverancier van ophoogzand en transporteur merkt het bedrijf het onmiddellijk als het maar even tegenzit met de economie. Maar van pessimisme is bij de directeuren Ton en Steef Boele weinig te merken. “Er is” , zo constateren ze, “sprake van een veranderende mentaliteit. De samenleving krijgt weer oog voor het belang van een goede infrastructuur.” En dat betekent voor Boele werk.

Ir. Ton Boele (links) en ing.

Steef Boele, directeuren van het familiebedrijf Joh. Boele uit Krimpen aan de Lek.

Een van de activiteiten van Boele is zandsuppletie. Op deze foto een sleephopperzuiger afgemeerd aan een speciale offshore-aanlandingspaal.

Het hoofdkantoor van Joh. Boele is gevestigd in Krimpen aan de Lek. Het directievertrek biedt een fraai uitzicht op het kruispunt van drie van de voor Boele zo belangrijke rivieren:de Noord, de Lek en de Nieuwe Maas. Want veertig jaar geleden richtte vader Johannes Boele het bedrijf op voor het transport over water van zand en grind en dit is altijd de kernactiviteit gebleven.

Daaruit zijn tal van andere activiteiten voortgevloeid zoals zandwinning, baggerwerken, aannemer van gww-poen, vervoer van erts en dergelijke.

Daar zijn nogal wat activiteiten bij die teruglopen als de economie maar even hapert.

“Daarom staan de resultaten nu wel onder druk,” zo geven de gebroeders Boele toe.

Andere mentaliteit

Ze geven aan, dat het nog niet zo lang geleden is dat bijvoorbeeld ‘wegenaanleg’ een bijna ongepaste uitdrukking was.

Maar zo langzamerhand wordt duidelijk dat niet alleen allerlei sociale voorzieningen belang rijk zijn, maar ook een goede infrastructuur die het economisch mogelijk maakt dat ooit onze kinderen van genoemde voorzieningen ke profiteren. “Er is duidelijk sprake van mentaliteitsverandering. Alleen:het duurt natuurlijk even voor wij dat in onze opdrachten merken, maar dat we het gaan merken staat voor ons vast. Er staan zoveel poen op stapel waar wij aan ke meewerken, dat we voor de toekomst niet bang behoeven te zijn. En je moet natuurlijk een open oog hebben voor nieuwe mogelijkheden.”

Activiteiten

Dat dit in het verleden ruimschoots is gebeurd, toont de geschiedenis van het bedrijf wel aan. Johannes Boele begon dus met het transport van ophoogzand, maar greep zijn kans en ging hij het zand ook zelf winnen. In 1960 bestond de vloot al uit twaalf motorbeunschepen en twee drijvende kranen. Omdat die schepen onderhuid vergden, werd een mo toren- en machinefabriek in Kinderdijk verworven, die ook nog motoren vervaardigde. In 1958 zag Boele een mogelijkheid in Canada:in Vancouver werd Sagra Dredging and Contracting Ltd opgericht, een bedrijf dat vele dijken en terreinen heeft opgespoten en industrie- en ophoogzand leverde. In 1963 werd een nieuwe machinefabriek in gebruik genomen en verhuisde ook het oorspronkelijk in Rotterdam gevestigde kantoor naar Krimpen.

Toen Boele een kwart eeuw bestond had het bedrijf 35 binnenschepen, drie stationaire zandzuigers en vier drijvende kranen in bezit. “Ook toen al zochten we als het maar even kan naar nieuwe mogelijkheden. Zo werden een gww-aannemer, Boele en Paans, en een aannemer van infrastructurele werken in beton, Hatraba, opgericht om de acitiviteiten zo veel mogelijk te spreiden. En omdat we ook een bepaalde vaste afzet wilden creeren. We hadden ook nog aannemingsbedrijf De Zandplaat (later Wegenbouw Maatschappij Nederhorst) en Cultuurweg, een bedrijf dat nu nog bestaat, maar niet meer van ons is.”

In het jubileumjaar werd nog een belangrijke poot toegevoegd:Boele Dredging Contractorts, die binnen drie jaar zes sleephopperzuigers aan het werk had. “Tot nu zijn zijn er ongeveer 200 baggerwerken uitgevoerd zowel in als buiten Europa. Vanaf 1985 is dit onderdeel van Boele vooral bekend geworden door de vele zandsuppleties.” Het Canadese bedrijf is in 1975 verkocht, maar in 1986 werd de draad op het Amerikaanse continent weer opgenomen door de oprichting van een baggerbedrijf in de VS. “Zeker in verhouding tot onze grootte hebben wij de laatste jaren een omvangrijk investeringsprogramma uitgevoerd. Zo hebben we dertig duwbakken laten bouwen varierend van 2000 tot 5300 ton, die in binnen- en buitenland worden ingezet.”

Vervoerszekerheid

Op de vraag of er veel concurrentie is, antwoorden de beide directeuren bevestigend. En bij die concurrenten zijn natuurlijk ook heel goede bedrijven.

Maar Ton en Steef Boele zijn ervan overtuigd dat hun bedrijf zijn partij kan blijven meeblazen. Dat lukt alleen als er telkens weer nieuwe, zij het aan de branche verwante, mogelijkheden worden benut.

“En dan moet je vanzelfsprekend veel service bieden. Met andere woorden: We willen een zo groot mogelijke vervoerszekerheid bieden. Dank zij onze grote hoeveelheid materieel is, als er eens een schip uitvalt, onmiddellijk een ander beschikbaar,” verduidelijkt Steef Boele. “En” , zo vult zijn broer aan, “we proberen mee te denken met de aannemers om problemen te voorkomen. Wij voelen ons zeer verantwoordelijk voor het po; het is eigenlijk ‘ons werk’ en die houding geeft ons veel krediet.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels