nieuws

Bedrijfsleven neemt initiatief bij opleiding vakmensen

bouwbreed

Door de diverse branche-organisaties in de markt van het vertikaal transport wordt er aan het opleidingencircuit op verschillende manieren vorm gegeven. Over praktisch de hele linie is men ervan doordrongen dat de leden, de werkgevers, een verplichting hebben, personeel regelmatig bij te scholen. De kraanverhuurders lijken het verst gevorderd in het structuur geven aan opleidingen.

Die voorsprong is mogelijk toe te schrijven aan de wettelijke verplichting dat kraanmachinisten gediplomeerd moeten zijn en dat mobiele kranen verhuurd worden inclusief een bedieningsman.

Lange tijd is er een groot tekort geweest aan goed opgeleide kraanmachinisten. De belangstelling voor dit beroep was klein omdat er weinig werk was. Deze situatie behoort tot het verleden. De opleiding wordt nu door de Federatie van Nederlandse Kraanverhuurbedrijven (FNK) vorm gegeven, in samenwerking met de Stichting Beroepsopleidingen Weg- en waterbouw (SBW). Vier weken lang krijgen de aspirant machinisten een opleiding, waarin de theorie met de praktijk is gecombineerd. Aan het eind van de opleiding wordt een voorlopig hijsbewijs uitgereikt. De bezitter van dit hijsbewijs mag dan onder toezicht van een gediplomeerde machinist werken.

Daarna volgt een vervolgopleiding van nog eens twee jaar, een maal per week naar ‘school’. In die periode worden vier tentamens afgenomen en tot slot moet een praktijkexamen worden afgelegd. Als men voor alle onderdelen is geslaagd krijgt men het definitieve hijsbewijs. Thans zijn er in Nederland ongeveer 3000 tot 3200 kraanmachinisten, waarvan 80 procent volledig gediplomeerd is. De opleiding duurt lang en is niet gemakke lijk. Reden waarom er toch nog altijd veel mensen niet aan willen beginnen, of voortijdig afhaken.

Bijscholing

De FNK heeft evenzeer in samenwerking met de SBW een opleiding ‘Uitvoering Hijswerken’ gecreeerd, op middel managementniveau. Daaraan nemen veel mensen uit de bedrijven van de kraanverhuurders deel. De organisatie zou het echter toejuichen wanneer er van de kant van de opdrachtgevers voor de cursus meer belangstelling zou bestaan.

Het niveau van de Nederlandse kraanmachinisten is hoog. Nederland is op dit terrein een voorloper in Europa. In Belgie is men bijvoorbeeld nog maar pas begonnen met een gestructureerde opleiding voor kraanmachinisten. Volgens de FNK bevinden de Belgen zich in het stadium waarin de kraanverhuur in Nederland 10 jaar geleden verkeerde, terwijl men in de wat zwakkere EG-landen nog veel aan kwaliteitsverbetering en veiligheid te doen heeft.

De FNK is uitermate actief op het opleidingentraject. Zo participeert men in een voorbereidende beroepsopleiding ‘Transport en Logistiek’. Die opleiding is het resultaat van een samenwerkingspo van NOB Wegtransport, Wegvervoer CVO, Koninklijk Nederlands Vervoer, Vervoersbonden FNV en CNV, EVO, NCW en FNK. Het is een praktijkgerichte opleiding in het lager beroepsonderwijs, die nu op 21 scholen in het land met enthousiasme wordt gegeven.

Het is een experiment en ook voor de leerkrachten nog een uitdaging, omdat zij te maken krijgen met een dikwijls geheel nieuwe materie. Dit jaar legt op zes scholen de eerste lichting het eindexamen af. Aan deze opleiding is een stage verbonden, die zowel bij kraanverhuurbedrijven als bij transportondernemingen gelopen wordt.

Hoogwerkers

Voor het bedienen van hoog werkers bestaat nog geen officieel erkende opleiding. De hoogwerkers worden verhuurd zonder bediening. De verhuurders gaan er vanuit dat de opdrachtgever een persoon aan zal wijzen die zon machine weet te bedienen. Er is uiteraard een instructieboek en de machine zelf heeft de nodige ingebouwde beveiligingen, zodat het vrijwel onmogelijk is onveilige handelingen te verrichten. In sommige gevallen geeft de chauffeur, die de machine op de werkplek aflevert, instructies.

Alhoewel het in de praktijk lijkt te werken, is niet iedereen gelukkig met deze situatie. De roep om trainingen wordt steeds sterker, vooral vanuit de (petro-chemische) industrie.

In de petro-chemische industrie heeft elke maatschappij eigen strenge veiligheidsnormen, waaraan leveranciers van diensten eveneens moeten voldoen; eisen die overigens per maatschappij sterk ke verschillen.

Enkele verhuurbedrijven hebben kennis genomen van deze wens en een eigen opleiding opgezet. Het betreft ‘in-house

opleidingen. Bij Gunco bijvoorbeeld komt er elke 14 dagen een tiental mensen voor het volgen van een eendaagse cursus bestaande uit een halve dag theorie en een halve dag praktijk. Onderwerpen die aan de orde komen zijn: veiligheid, bediening, gebruik en onderhoud. Daarnaast kan men kennismaken met de diverse typen hoogwerkers. Aan het einde van de dag krijgen de deelnemers een certificaat, waarop staat aangegeven waarin men die dag onderwezen is. De belangstelling is groot. Mensen melden zich spontaan aan, vooral diegenen die in de petro-chemie moeten werken en onderaannemers. Het certificaat is nog niet landelijk erkend.

Steigerbouw

Het mag vreemd klinken, maar de steigerbouw kampt reeds lang met een chronisch tekort aan steigermonteurs.

De Vereniging van Steiger- en Hoogwerkbedrijven (VSB) spant zich al jaren in om een gestructureerd opleidingenbeleid van de grond te krijgen. Het uitblijven van zon opleiding heeft er inmiddels toe geleid dat de bedrijven zelf opleidingen zijn gaan verzorgen:Steigerbouwer 3, 2 en 1 in de verschillende klassen, in afwachting van een gecentraliseerde opleiding.

In feite eenzelfde situatie als thans bij de hoogwerkers het geval is, waarbij het bedrijfsleven zelf het initiatief neemt.

Met steun van de Bouw- en Houtbond FNV en de Hout- en Bouwbond CNV is de VSB er nu in geslaagd om, in samenwerking met de Stichting Vakopleiding Bouwbedrijf (SVB) een gecentraliseerde opleiding Steigerbouwer A van de grond te tillen. De belangstelling voor deze opleiding is groot en aan een vervolg, Steigerbouwer B, wordt gewerkt. Het bedrijfsleven erkent deze opleiding, maar een wettelijke erkenning is er nog niet.

De wens van de VSB is om die wettelijke erkenning te koppelen aan vestigingseisen en dat het hebben van deze diplomas een gunstig effect zal hebben op de inhoud van het loonzakje van de steigermonteurs. De VSB wil komen tot een leerlingstelsel, omdat personen van 16 jaar oud nu nog geen steigers mogen opzetten, maar hierdoor ook geen ervaring ke opdoen. Via dit leerlingstelsel wil men komen tot de kwalificatie van ‘Meester Steigerbouwer’. De wens van de VSB voor een gestructureerd opleidingenbeleid heeft niet alleen te maken met veiligheid en kennis van zaken op het gebied van techniek. ‘Men kan technisch een goede steiger bouwen op een onveilige manier’, is het commentaar van de VSB. De juiste techniek voor de optimale veiligheid is het motto. Het is vooral een stuk bewustwording dat bij leerling steigermonteurs wordt aangekweekt, waarbij men leert zich te realiseren om zelf de verantwoordelijkheid te dragen voor een veilige werkplek voor derden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels