nieuws

‘Arbouw moet zich meer richten op consumenten’

bouwbreed

“De stichting Arbouw moet zich meer als een consumentenorganisatie presenteren.”

De MWA belegde voor de eerste keer een ronde-tafelgesprek over veilig werken met glas- en steenwol.

Dat betoogde de Zweedse arts en arbeidsdeskundige dr.

Anders Englund tijdens de eerste van een reeks rondetafelbijeenkomsten van de Mineral Wool Association (MWA) Benelux. Centraal op die bijeenkomsten staat het thema ‘veilig werken met glas- en steenwol’.

Twaalf vertegenwoordigers van koepelorganisaties en adviesinstellingen wisselden daarover van gedachten met Englund, die gedurende vele jaren was verbonden aan de Zweedse tegenhanger van Arbouw en sinds enkele maanden in dienst is van de Zweedse overheid.

Englund was in de jaren zeventig ook nauw betrokken bij de oprichting van Arbouw in Nederland.

Englund betoogde dat Zweden een voorbeeldland is als het gaat om arbeid en gezondheid.

Al in 1969 werd er een gezondheidsdienst speciaal voor de bouw opgericht.

“Het is niet zo verwonderlijk dat deze dienst daarna internationaal als voorbeeld gold, want het betrof een voor die tijd uniek samenwerkingsverband tussen vakbonden en de bouwbranche.” Daarom werd Englund in de jaren zeventig zowel in de Verenigde Staten als in andere Europese landen, waaronder Nederland, geconsulteerd voor de oprichting van soortgelijke instellingen.

Een van de belangrijkste drijfveren achter het begin van de discussie over gezondheid in de bouw was de in de jaren zestig ontstane ongerustheid over asbest.

Gealarmeerd In Zweden werd een groep jonge medici gealarmeerd door berichten uit Zuid-Afrika, dat onder asbestmijnwerkers mesotholiomen was geconstateerd. Diverse onderzoeken deden de vermoedens verder toenemen en in 1975 kwam het, mede door de sterke positie van de Zweedse Arbouw, tot een verbod op het gebruik van asbest. Zweden was daarmee een van de eerste landen die tot een verbod overgingen.

Tegen de achtergrond van de discussie over asbest is het niet verwonderlijk, dat ook andere uit vezels bestaande materialen om nadere bestudering vroegen. In Zweden bestond al sinds de jaren dertig een eigen glas- en steenwolindustrie.

In 1971 begon onder werknemers in die industrie een onderzoek naar mogelijke gevaren voor de gezondheid. De Ge zondheidsdienst verrichtte tot 1989 uitvoerig onderzoek onder 225000 werknemers bij wie in de loop der jaren 1100 gevallen van longkanker werd geconstateerd.

Volgens Englund is dit “een normaal aantal” . Met andere woorden:bij degenen die met glas- en steenwol werken wordt geen verhoogd aantal gevallen van longkanker waargenomen. Als waarschijnlijke oorzaak van longkanker wees Englund op roken en het werken met asbest in de jaren voordat die stof verboden werd.

Slagvaardigheid Op basis van het onderzoek werden glas- en steenwol als niet-kankerverwekkend beschouwd. De onderzoeksresultaten hebben in Zweden niet tot discussie geleid. Sociale partners en industrie stelden zich er unaniem achter. Immers, de Zweedse Arbouw-organisatie had door haar slagvaardige optreden ten aanzien van asbest, vertrouwen bij haar belangengroepen verworven.

De grenswaarde, of MACwaarde, voor glas- en steenwol werd vervolgens in samenspraak met de betrokken partijen in 1987 op twee en later op een vezel per milliliter lucht vastgesteld.

Bij de vaststelling van deze waarde speelden het streven naar stofvermindering op de werkplek, technische haalbaarheid en economische belangen een rol. De Zweedse industrie heeft volgens Englund geen moeite met deze MACwaarde, omdat bij de verwerking van het materiaal onder handhaving van

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels