nieuws

Uitbreiding Rijksmuseum technisch problematisch

bouwbreed

De renovatie van de zuidvleugel van het Rijksmuseum in Amsterdam is een uiterst moeilijk werk omdat op centimeters afstand van een houten paalfundering een kelder aangebracht moet worden.

Daartoe moet een deel van de zuidvleugel worden afgebroken om na de bouw van de kelder weer opgebouwd te worden. Met de renovatie is circa f.20 miljoen gemoeid.

Kort na de opening van het Rijksmuseum in 1885 te Amsterdam bleek het ontwerp van P.J.H. Cuypers al weer te klein. Aan het begin van deze eeuw volgden uitbreidingen elkaar fasegewijs op voor Aziatische en negentiende eeuwse kunst. Cuypers ontwierp een tamelijk complex bijgebouw aan de zijde van het Museumplein, dat met een smalle doorgang met het monumentale hoofdgebouw is verbonden.

Deze zuidvleugel, nog door de grote Cuypers ontworpen maar onder leiding van zijn zoon uitgevoerd, staat terzijde van de route via de onderdoorgang in de middenas van het museum. Door de fasering ontstonden in- en uitspringende bouwvolumen, afgedekt met glaskappen, die de zalen op de verdieping een redelijk verlichtingsniveau gaven. De staf van het museum is van oordeel dat er een depot moet komen voor de negentiende eeuwse schilderijen. Om het vervoer zo kort mogelijk te houden, schijnt alleen een kelder te voldoen.

Maar die kelder moet dan noodgedwongen ongeveer onder de middenbeuk van de Zuidvleugel worden aangebracht. Hoofd- en bijgebouw staan op houten palen met een zeer geringe aanlegdiepte van de gevels en bouwmuren. Voor de kelder is het noodzakelijk dat de desbetreffende beuk van het gebouw wordt afgebroken, dat er een damwand wordt geslagen, en vervolgens een kelder wordt aangebracht.

Architect Wim Quist verwacht dat een circa drie meter dikke vloer nodig is tegen het opdrijven van de kelder. Het maakt de klus uitermate gecompliceerd, waarbij de vraag gesteld kan worden of dat allemaal wenselijk is voor een depot. Museumdirecteur Van Os is daarvan overtuigd omdat bij wisseling van schilderijen slechts van de (nieuwe) lift gebruik gemaakt behoeft te worden. Bij herbouw wordt ook een zaal voor lezingen voor circa honderd zitplaatsen opgenomen. De indeling van het gebouw wordt vereenvoudigd en tot grotere expositieruimten teruggebracht. Daarbij worden de lichtkappen deels vernieuwd en aangepast aan hedendaagse museale eisen.

Het binnenklimaat was tot nu toe zo slecht, dat geregeld schilderijen weggenomen moesten worden omdat het niet verantwoord was de doeken verder aan het nauwelijks te beinvloeden binnenklimaat bloot te stellen. Er zal dan ook een geheel nieuwe installatie nodig zijn, die omzichtig binnen het bestaande bouwvolume een plaats krijgt, maar wel via kanalen van soms meer dan een vierkante meter doorsnede binnen de bestaande lichtkappen opgenomen moeten worden.

Niet bekend

Directeur Henk van Os juichte desgevraagd de afsluiting van de doorgang voor alle verkeer toe, zoals die is voorgesteld in het stedebouwkundige ontwerp van de Deense landschapsarchitect Andersson.

Diens suggestie voor verdere uitbouw, het weer openen van de binnenhoven en onderbrengen van entrees werd resoluut door Van Os van tafel geveegd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels