nieuws

Trendbrief: geen revolutie, wel een aardverschuiving

bouwbreed

Vrijdag was het dan zover. Het ministerie van VROM kon zijn beleidstandpunt bij het Trendrapport Volkshuisvesting, waar heel volkshuisvestend Nederland op zat te wachten, bekend maken. De Trendbrief mag opzienbarend worden genoemd.

Een omvangrijke extra bouwopgave van 144000 woningen tot het jaar 2000, waarbij er naar zal worden gestreefd om de sociale woningen al vanaf 1995 zonder exploitatiesubsidies te laten bouwen.

Revolutionair wil staatssecretaris Heerma het beleidsstandpunt echter niet noemen. “Nee hoor, dit is een brief van een anti-revolutionair. Dus het kan per definitie geen revolutionaire brief zijn.”

Volkshuisvesting Eric Harms In de Trendbrief wordt antwoord gegeven op de vier W’s die Heerma de Tweede Kamer bij de begrotingsbehandeling had voorgelegd. Voor wie moet wat waar wanneer worden gebouwd? Een ingewikkeld vraagstuk waarvoor het vinden van het antwoord meer tijd in beslag nam dan Heerma en de zijnen hadden voorzien.

“Waarom heeft het zo lang geduurd? Omdat het gewoon een verrekt ingewikkelde materie is. Het gaat feitelijk om drie clusters met een hoge moeilijkheidsgraad.

Er zijn meer woningen nodig dan dat we in de Nota Volkshuisvesting in de jaren negentig en de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra veronderstelden. Dit vloeit voort uit de jongste bevolkingsprognoses van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), en is met name het gevolg van de stijgende migratie en gezinshereniging.

De eerste opgave is om die extra woningen te vertalen naar en integreren in het volkshuisvestingsbeleid. Dus voor wie bouw je wat. De tweede opgave is dat je het wil integreren in het Vinex-beleid. Daar gaat het om het waar en het wanneer.”

Instrumentarium “Ten derde moesten we naar het instrumentarium van de volkshuisvesting kijken. Er is namelijk een aantal heel gunstige ontwikkelingen, die eigenlijk sneller gaan dan in de nota waren voorzien. De rente is laag, de inflatie is laag. En gegeven het huurbeleid kun je in een volgende kabinetsperiode al sociale huurwoningen zonder subsidie bouwen.

Wat doe je daar dan mee? Moet je anderszins ook niet van generieke naar specifieke instrumenten, en de aandacht met name leggen daar waar een grote bouwopgave ligt. De uitbreidingsgebieden, het bestaand stedelijk gebied.

Zoals gezegd, drie clusters met een hoge moeilijkheidsgraad, zeker als je ook nog rekening moet houden met het milieubeleid, het verkeer- en vervoersbeleid. Bij de begrotingsbehandeling zeiden we daarom dat we beter naar de uitkomsten van het Trendrapport wilden kijken.

In mijn optimisme, en ik ben vaak optimistisch, zei ik toen ook dat het beleidsstandpunt rond de jaarwisseling zou komen. Dat hebben we niet gehaald. Omdat de materie zo moeilijk was en om het intern goed af te stemmen, ook met andere departementen, vonden we dat er meer tijd voor moest worden uitgetrokken.

Want de Vinex-aanpak is niet alleen de VROM-aanpak. Daar is ook Verkeer en Waterstaat bij betrokken en Binnenlandse Zaken; we hebben een kaderwet nodig, en natuurlijk moet ook het kabinet ermee instemmen. Dat blijkt ook uit de Trendbrief, dat het in die zin nog niet eens is afgerond. Er zit een aantal elementen in die parallel lopen met de begrotingsvoorbereiding en die naar Prinsjesdag toe nader moeten worden ingevuld.

In januari van dit jaar hebben Alders en ik een uitstelbrief gestuurd, en de verwachting uitgesproken dat de Trendbrief er begin maart zou zijn.

En nu is het begin maart.”

Woningtekort De Trendbrief herbevestigt het beleidsuitgangspunt uit de Nota Volkshuisvesting, dat het maximale woningtekort in het jaar 2000 niet meer mag zijn dan 2%. Heerma: “In Vinex hebben we uiteengezet waar die woningen moeten komen en wanneer. Nu blijkt er een opwaartse druk te zijn. Om de lijn van een maximaal woningtekort van 2% in 2000 vast te ke houden, kom je met name in de beginperiode 19901995 woningen tekort.”

De staatssecretaris erkent dat de Nota Volkshuisvesting in dit opzicht te optimistisch is geweest. “In de Nota zijn we van een niveau van 100000 woningen naar 80000 woningen gegaan. We zeiden toen:’Als je meer bouwt, bouw je voor de leegstand’. We hebben ons ook bij die eerdere prognoses gebaseerd op het CBS, dus we smokkelen niet met de methodiek. De methodiek is hetzelfde.

In 1991 constateert het CBS opeens dat de aanwas als gevolg van migratie en gezinshereniging in omvang groter is dan de natuurlijke aanwas.

Sterker dan het CBS eerder had verondersteld. Het CBS past daarop zijn bevolkingsprognose aan.

Je kunt natuurlijk ook andere aannames maken, zoals het Centraal Planbureau dat doet, en zoals de Rijksplanologische Dienst dat vorig jaar heeft gedaan. Rampenscenarios, die uitgingen van een internationale volksverhuizing. En ja, dan kom je tot hele andere aantallen. Wij gaan uit van het CBS.”

Behoefte De vraag is dan vervolgens waar die woningbehoefte zich voordoet. “En dan blijkt” , vervolgt Heerma, “dat die extra behoefte zich niet in de Randstad voordoet, maar met name buiten de Randstad, en dan met name in het Gelderse en in het Brabantse.”

De gegroeide woningbehoefte vertaalt zich in 162000 woningen extra tot in het jaar 2005.

Een extra bouwopgave, die vooral in de beginperiode en voor het jaar 2000 zal moeten worden gerealiseerd. In vijf jaar tijd moeten er 144000 woningen bij worden gebouwd.

De staatssecretaris erkent dat dit een forse opgave is. “Dat betekent dat we de stap die we in de Nota Volkshuisvesting hadden gezet, om in de loop van de jaren negentig van 100000 woningen per jaar terug te gaan naar 80000, een aantal jaren moeten uitstellen.

Je zou achteraf ke zeggen, met de kennis die we nu hebben, dat we in de Nota Volkshuisvesting die remweg te snel hebben ingezet.”

Instrumenten De extra woningbehoefte doet zich voor in het minder draagkrachtige deel van onze samenleving. De oplossing daarvoor wordt gezocht in nieuwbouw in de duurdere huur- en koopsector, een segment dat onbereikbaar is voor de doelgroep. Dat lijkt met elkaar in tegenspraak, zeker als men zich realiseert dat Heerma de doorstroming op geen enkele wijze kan beinvloeden. Volgens Heerma ligt dat echter iets anders.

“Kijk nu naar de markt. De markt heeft toch zijn eigen instrumenten? Daar hoef ik toch geen instrumenten voor te hebben? Kijk nu eens naar wat er vorig jaar is gebeurd. De CBS-cijfers over 1992 leren dat er gebouwd is conform het indicatieve bouwprogramma.

Het programma is dus gerealiseerd.

Als je kijkt naar het aantal verleende bouwvergunningen, dan is het voor het eerst in de na-oorlogse geschiedenis dat er meer bouwvergunningen zijn verleend voor de ongesubsidieerde sector dan voor de gesubsidieerde sector. En je ziet ook dat het aantal voltooide woningen in de ongesubsidieerde sector nog nooit zo hoog is geweest. Bovendien blijkt dat opnieuw, net als in 1991, tweederde van alle nieuwe woningen koopwoningen zijn.

Marktpartijen zeggen ook dat 1992 een beter jaar is geweest dan was verwacht. Er is dus vraag, en die wordt in het woningehoefte-onderzoek bevestigd. Waar dacht u dat al die mensen vandaan komen? Dat betekent dat in de woningvoorraad van zes miljoen woningen woningen vrij komen.”

Woningnood Dat er te weinig sociale woningen voor de doelgroep zouden zijn, wordt door Heerma met kracht bestreden. “Uit onderzoek dat we hebben gedaan blijkt dat de doelgroep anderhalf keer in de goedkope woningvoorraad te huisvesten is.

Dat betekent dus in een stad als Amsterdam dat de doelgroep anderhalf keer in de voorraad is te huisvesten.”

Strategische nieuwbouw op kwalitatief hoogwaardige locaties en een verscherpt toewijzingsbeleid zijn feitelijk voldoende om de doorstroming te bevorderen en in de vraag te voorzien, zo concludeert de bewindsman dan ook. “Dan komt er in de bestaande voorraad steeds meer vrij, en dan krijgt de doelgroep een grotere kans van slagen om in die goedkope voorraad gehuisvest te worden.”

“Daar komt nog iets bij” , vervolgt Heerma. “Toen wij de Nota Volkshuisvesting schreven was de doelgroep gedefinieerd tot het modale inkomensniveau. Op basis van cijfers uit 1986 werd toen geconcludeerd dat 52% van de Nederlandse huishoudens behoort tot de doelgroep van de volkshuisvesting. Een ongekend ruime formulering in vergelijking tot andere Europese landen.

We hebben desondanks afgesproken dat de definitie zou worden gehandhaafd, en dat er rekening zou worden gehouden met de inflatie. We gingen toen uit van een economische groei van 2%. Nu blijkt dat die groei hoger is. Bovendien wordt duidelijk dat de inkomensontwikkeling per huishouden zeer gunstig is geweest.

In de nota hadden we voorzien dat in het jaar 2000 de doelgroep nog altijd 40% zou zijn.

De doelgroep is inmiddels op basis van cijfers voor 1990 al bijna 40%, 42% om precies te zijn. Dat heeft zich met andere woorden veel gunstiger ontwikkeld dan was verwacht. Nu verwachten we dan ook dat in het jaar 2000 niet meer 40% tot de doelgroep zal behoren, maar nog maar een op de drie huishoudens. En dat is natuurlijk een uitermate gunstig ontwikkeling als de prioriteit van het volkshuisvestingsbeleid erop gericht is de doelgroep te huisvesten.”

Sociale nieuwbouw De sociale woningbouw is een hoofdstuk apart. De bewindslieden van VROM streven er naar om al vanaf 1995 sociale woningen te laten bouwen zonder exploitatiesubsidies. De financiele positie van corporaties is zo goed dat de sociale huursector op termijn zichzelf moet ke bedruipen.

Het rijk kan zich dan beperken tot kopkostensubsidies, locatiesubsidies en een bereikbaarheidstoeslag. “Op een gegeven moment bereikt een woning die nu nog geexploiteerd moet worden met huurguldens en subsidieguldens het punt dat er geen subsidieguldens meer nodig zijn. Daarmee is die woning nog wel nodig, maar zij is met huurguldens door de woningcorporatie te exploiteren.

Dat laat onverlet dat er toch omstandigheden ke zijn dat een rijksbijdrage nodig is, in de vorm van kopkosten- en locatiesubsidies en tijdelijke bereikbaarheidstoeslagen. Wij hebben gezegd:doe dat nou in een volkshuisvestingspotje, en wijs dat al naar gelang de bouwopgave regionaal toe.

Wij gaan ervan uit dat dit systeem met ingang van 1995 in kan gaan, maar we moeten dat nog verder uitwerken. Maar je maakt in ieder geval de overstap van het generieke instrument van de objectsubsidie naar specifieke instrumenten als de net genoemde rijksbijdragen, die je al naar gelang de bouwopgave en regionale omstandigheden kunt toewijzen.”

Corporaties Voor een corporatie verandert er volgens Heerma hoegenaamd niets. “Veronderstel:een Haagse corporatie wil, in overleg met de gemeente, gaan bouwen in Wateringen.

Wat heeft zon corporatie nodig? In de eerste plaats geld.

Dat kan zij op de kapitaal markt lenen. De financier zal kijken of de corporatie genoeg vlees op de botten heeft, of ze in voldoende mate solvabel is.

Nou, dat is ze, want de coporatie wordt gewaarborgd door het Waarborgfonds. Dan is de financiering rond.

Maar een corporatie begint natuurlijk niet aan zon po als ze denkt dat een woning in de loop van 50 jaar niet is te exploiteren. Dus wordt eerst naar de behoefte gekeken. Die behoefte is er, zie het Trendrapport.

Vervolgens moeten die woningen worden geexploiteerd, en dat kan met de huurguldens.

Tot nu toe kon dat niet, en waren er ook subsidieguldens nodig. Vanaf 1995 is dat niet meer het geval. Terwijl die woning hetzelfde blijft in kwaliteit en bereikbaarheid. We voeren op dit moment een huurbeleid dat stapsgewijs voorziet in een kostendekkend systeem.

Die lijn was ook in de Nota Volkshuisvesting voorzien, maar dat proces gaat, als gevolg van het feit dat de rente naar beneden is gegaan en de inflatie zich gunstig ontwikkelt, veel sneller. Daarmee is niet gezegd dat de corporatie er meer geld bij moet leggen.

Feitelijk verandert er niets.”

Locaties De locaties vormen een probleem apart. Vooralsnog wordt de oplossing gezocht in het sneller ontwikkelen van de Vinex-locaties, met uitzondering van Amsterdam. Daar moet voor 13000 woningen een nieuwe locatie

den gevonden. Heerma verwacht voor zover het de rijksboden uit de Vinex betreft weinig problemen.

“De procedure is dat we nu startconvenanten hebben met vier stadsgewesten, Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en vanaf maandag met Utrecht.

Van die convenanten gaan we de komende maanden, tot aan de zomer, uitvoeringscontracten maken voor de periode 1995-2005. Daar staan afspraken in over de grondexploitatie, de bodemsanering, het openbaar vervoer. We hebben de stadsgewesten voor de grondexploitatie f.1 miljard geboden in de periode 19952005, en voor verkeer en vervoer f.4 miljard.

Tegelijkertijd zijn we bij de rest van het land aan het polsen hoe men daar de periode 1995-2005 denkt in te vullen.

We hebben buiten de Randstad een regio naar voren gehaald:het Knooppunt ArnhemNijmegen. Daar hebben we in december een bod gedaan over de Waalsprong.

We zijn nog in afwachting van brieven van andere provincies over hoe daar de bouwtaak ingevuld zal gaan worden. Maar daar zijn de ruimtelijke problemen vaak kleiner dan met name in de Randstad. Ik roep overigens in dit verband eveneens in herinnering dat het Besluit Locatiegebonden Subsidies in voorbereiding is.”

BoN III Gezien het vele overleg dat met de diverse regionale en lokale besturen moet worden gevoerd is de nota van Binnenlandse Zaken over de bestuurlijke reorganisatie geen dag te vroeg gekomen.

“De discussie over BoN III komt ons zeer goed uit. Wij zijn er gelukkig mee dat de interdepartmentale aanpak uit de Vinex in het kabinet is herbevestigd, en dat op afzienbare tijd de Kaderwet er komt.

Het is ook absoluut nodig dat op regionaal niveau grondverevening kan plaatshebben en dat een aantal taken op het gebied van de Ruimtelijke Ordening, de Volkshuisvesting en het Grondbedrijf op regionaal stadsgewestelijk niveau wordt geregeld. Ik verwacht dat het kabinet het wetsvoorstel inzake de Kaderwet binnenkort naar de Tweede Kamer stuurt, dus dat loopt dan mooi in lijn.

Geen nieuwe nota Heerma vindt niet dat hij met de Trendbrief een nieuwe Nota Volkshuisvesting heeft geschreven. “Ik noem het een brief met een integraal karakter, zoals ik de Kamer ook heb toegezegd. Als er weer eens een nota geschreven moet worden zijn we misschien al weer een heel eind verder. En ik weet niet hoe de staatssecretaris van Volkshuisvesting dan heet.”

Maar dit kan dan toch zeker wel een vrij revolutionaire brief worden genoemd?

“Nee hoor, dit is een brief van een anti-revolutionair. Dus het kan per definitie niet een revolutionaire brief zijn. Ik spreek nu overigens voor mijzelf en niet namens de minister.”

De inhoud zal in ieder geval veel stof doen opwaaien?

“Dat denk ik wel. Het zet een aantal dingen heel nadrukkelijk op een rijtje. Je hebt meer locaties nodig; een aantal vraagstukken op het gebied van de ruimtelijke ordening en het milieu worden indringender; de automobiliteit, het rendement van het openbaar vervoer, dat zijn zaken die eveneens een belangrijke rol spelen.

En voor de volkshuisvesting ligt er een fantastische opgave.

Als je zonder subsidie kunt bouwen, en als het rijk zijn subsidies wat meer op de kwaliteit van de locatie kan richten, en markt functioneert, Nou dan ben je met fantastische uitdagingen bezig.”

Optimistisch Zoals gezegd, Heerma is een optimistisch mens. “Toen ik de Nota Volkshuisvesting schreef, is tegen mij wel eens gezegd:’Heerma, het is een mooi-weer-nota. Het trekt een zware wissel op de markt.’

Dat erken ik. Ik heb ook gezegd dat er best wel eens een periode zal zijn dat het wat minder goed gaat. Maar ik constateer tot nu toe dat het alleen maar crescendo is met de cijfers. We hebben een hypotheekrentestijging overwonnen, black monday een paar jaar geleden overleefd en nu zijn de slechte economische vooruitzichten ook overwonnen.

Ik heb het afgeleerd om me met prognoses bezig te houden. Dan kun je altijd zeggen:’Die is te optimistisch’. Ik praat alleen nog maar over realisatiecijfers, want daar kun je geen discussie over hebben.

En die zijn over 1992 nog steeds goed.

Daarmee heb ik geen garantie -want dan kom ik weer in de prognoses terecht- dat het altijd goed gaat, en het is wel een hele opgave om met al die betrokken departementen en met de gemeenten ervoor te zorgen dat er goede locaties komen, maar ik ben ervan overtuigd dat de markt volgt.”

Markt En daar is het Heerma al die jaren dat hij staatssecretaris is, feitelijk om te doen geweest, het bevorderen van de marktmechanismen in de volkshuisvesting. “Volkshuisvesting heeft veel geld uitgegeven. We hebben een staatsschuld van f.50 miljard voor woningen die in het verleden zijn gebouwd. Geen schande hoor, gelukkig dat die woningen er zijn, maar wat ik belangrijk vind, en daar heb ik dan een steentje aan bijgedragen in de post-enquete-periode, is dat de markt, de woonconsument weer centraal staat.

Toen ik hier een half jaar zat viel het me op dat we het over van alles hadden gehad maar nog nooit over de woonconsument. We hadden het altijd over intermediaire kaders. Ik heb geprobeerd om de woonconsument weer centraal te stellen. Wat wil de woonconsument, wat is mogelijk binnen de randvoorwaarden van de ruimtelijke ordening. Het is toch van de gekke dat je niet bouwt voor en rekening houdt met de voorkeur van de woonconsument?!

Ik heb dan ook altijd consequent gezegd:’We moeten van een aanbiedersmarkt naar een vragersmarkt’. De woonconsument hoort centraal te staan.

Als je daar een deel van je beleid op baseert, denk ik dat je met iets heel essentieels bezig bent, namelijk dat je die burger centraal stelt.

En als ik die marktpartijen bezig zie, dan kan ik niet anders dan een compliment geven.

Dan ben ik optimisitisch over waar we mee bezig zijn. Het zal best wel weer eens een tijd lang tegenzitten. Er kan best wat zand in de machine komen, maar dat kan niet de norm der dingen zijn. Maar ik ben blij dat de bordjes wat dat betreft zijn komen te verhangen. Ik zal niet zeggen dat er nooit meer een slechte zomer zal komen, maar moet dat de norm der dingen zijn voor het beleid dat je voert? Al die overheidsbemoeienis, een reus op lemen voeten? Ik denk het niet.”

.

bijschrift:

“Ik heb het afgeleerd om me met prognoses bezig te houden. Dan kun je altijd zeggen:’Die is te optimistisch. Ik praat alleen nog maar over realisatiecijfers, want daar kun je geen discussie over hebben.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels