nieuws

‘Stel provincies en waterschappen onder curatele

bouwbreed

De voorbereiding en uitvoering van rivierdijkverbeteringen dienen volledig in handen te komen van het rijk. Regering en parlement moeten deze taken en bevoegdheden overnemen van de waterschappen en provincies. Dat vinden de Stichting Red ons Rivierenlandschap en het Samenwerkingsverband Dijkbewoners Rivierengebied.

Het rijk zou het landelijke dijkversterkingspo moeten onderbrengen in een speciaal hiervoor in te richten rijksdienst die wordt gevoed vanuit verschillende ministeries. De samenwerkende organisaties zeggen in dit kader veel vertrouwen te hebben in de Bouwdienst van Rijkswaterstaat. De in te stellen dienst zou echter niet alleen moeten bestaan uit functionarissen met deskundigheid op het gebied van de waterstaat. Ook ten aanzien van natuur, cultuurhistorie, landschap, geografie en stedebouw, zou de nodige kennis aanwezig moeten zijn. De dienst zou de verantwoordelijkheid moeten krijgen over de planvoorbereiding, de uitvoering en de evaluatie, onder supervisie van een breed samengestelde rivierencommissie.

De waterschappen, zo vinden de organisaties, hebben namelijk uitsluitend een taak in de waterstaatszorg en ke daarom geen verantwoordelijk nemen voor het integrale beleid dat voor rivierdijkversterkingen nodig is. Daarnaast wordt er op gewezen dat een waterschap geen onafhankelijke, volledig democratische overheid is. De zorg voor ecologische, cultuurhistorische, landschappelijke en sociale belangen hoort er daarom niet thuis.

Geen vertrouwen De organisaties zeggen verder “absoluut geen vertrouwen” te hebben in de waterschappen.

“Sinds de commissie Brecht in 1977 met een groot aantal aanbevelingen kwam ten aanzien van de rivierdijken hebben de waterschappen niks gedaan” , aldus R. Siebers van de Stichting Red ons Rivierenlandschap. Hij voegt er aan toe dat ook de de commissie Boertien in haar onlangs gepresenteerde nota er op wijst dat de waterschappen hun taakstelling niet naar letter en geest hebben uitgevoerd. Siebers verwacht dan ook niet dat de waterschappen op grond van het rapport van Boertien hun taak ineens wel serieus zullen opvatten. “De attitude van zowel de provincies als de waterschappen tijdens en na het ‘onderzoek Boertien’ geven dit al aan. Boertien is voor hen geen bevredigend eindresultaat, maar een nieuwe start. Wij vinden echter dat het met de adviezen van de commissie Boertien niet zo mag vergaan als met de adviezen van Becht.

De waterschappen en de verantwoordelijke provincies moeten daarom onder curatele van het rijk worden gesteld” , zo stelt Siebers.

De organisaties zeggen zich ervan bewust te zijn met deze uitspraken de knuppel in het hoenderhok te gooien. Ze achten het echter van belang dat er op rijksniveau over de dijksversterkingsproblematiek nagedacht wordt. Het huidige bestuurlijke proces ten aanzien van de rivierdijkversterkingen onttrekt zich momenteel geheel aan de controle van de regering en de volksvertegenwoordiging. “Het proces kent onduidelijke getrapte verantwoordelijkheden en dubbelfuncties.”

Na de afrondig van de rivierdijkverbeteringen kan het rijk de dijken wel opnieuw in beheer geven aan de waterschappen. Belangrijke voorwaarde is dan wel dat de samenstelling van het waterschapsbestuur is afgestemd op de belangen van natuur, cultuurhistorie, landschap en bewoning. “Het rentmeesterschap over het rivierenlandschap mag niet meer worden gefrustreerd door de beperkte criteria van de lokale agrarische rentabiliteit” , aldus de organisaties.

De Unie van Waterschappen zegt in een eerste reactie het een nauwelijks serieus te nemen voorstel te vinden. “De overheid probeert de laatste jaren door middel van decentralisatie de uitvoerende taken daar te leggen waar ze horen.

Het voorstel waar deze organisaties nu mee komen is volstrekt onlogisch. Het is in feite een voorstel tot terugkeer naar centralisatie.” Ten aanzien van de adviezen van de commissie Becht stelt woordvoerder K. Groen van de Unie van Waterschappen dat deze in grote lijnen zijn uitgevoerd.

“Wellicht dat men hier en daar een steekje heeft laten vallen, maar in zijn algemeenheid is er geen reden voor wantrouwen jegens de waterschappen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels