nieuws

Reinigings-onderhoud zoab kan geen uitstel velen

bouwbreed

Wil zeer open asfaltbeton (zoab) blijven voldoen aan de functionele eigenschappen met betrekking tot verkeersveiligheid dan is periodiek reinigen noodzakelijk. Wegbeheerders en wegenbouwbedrijven zijn het hierover wel eens. Die eensgezindheid blijkt niet te bestaan als het resultaat van het reinigen moet worden bepaald.

Deklagen van zoab bieden de weggebruiker een goede verkeersveiligheid bij natte weersomstandigheden. Hinderlijk stuif- en spatwater treedt niet meer op omdat water in de doorlatende deklaag wegzakt en zijwaarts afvloeit door de porien van het steenskelet. Vergeleken met andere asfaltsoorten is bovendien het niveau van het verkeersgeluid lager en treedt nauwelijks spoorvorming op. Deze gunstige eigenschappen zijn voor wegbeheerder Rijkswaterstaat aanleiding geweest voor toepassen van het asfaltmateriaal.

Op de Nederlandse wegen was eind ’92 inmiddels ongeveer 856 km zoab in deklagen was aangebracht (circa 10 miljoenm2 . In het kader van preventief en curatief onderhoud valt aan reinigen van zoab niet te ontkomen om de waterafvoerde eigenschappen te handhaven. Gespecialiseerde wegenbouwbedrijven beschikken inmiddels over reinigingsapparatuur waarmee het waterbergend en waterafvoerend vermogen van zoab blijven kan worden gewaarborgd.

Technisch optimaal Zo opereert sinds september ’91 Zoabclean VOF uit Amstelveen met een vier-assige reinigingswagen op de markt voor het reinigen van zoab. De reinigende werking wordt verkregen met behulp van een brede reinigingsbalk, waarbij grote hoeveelheden water onder hoge druk worden verspoten en door middel van lucht door het zoab worden ver plaatst. De wagen is voorzien van een recyclingsysteem voor het water. Bij Zoabclean is men de mening toegedaan dat met hun machine bij zoab technisch gezien het tot nu toe maximaal haalbare reinigingsresultaat kan worden bereikt.

Een ander bedrijf, Hydrovac VOF, beschikt over een drieassige reinigingswagen werkend volgens een identiek principe.

Het effect van het reinigen wordt bepaald door meting van de doorlatendheid met de zogenoemde ‘drainometer’, ook wel ‘toestel van Becker’ genoemd.

Met dit meettoestel wordt de doorlooptijd bepaald van een zekere hoeveelheid water die stroomt door de opening van een buis die op het wegdek is geplaatst. Deze tijd is een maat voor de doorlatendheid.

En die is weer in verband te brengen met de holle ruimte die voor doorstroming beschikbaar is.

Inzicht Tussen de wegenbouwbedrijven en de Dienst Weg- en Waterbouwkunde bestaat nu een verschil van inzicht over deze meetmethode. DWW, voorstander van een meer fundamentele meetmethode, heeft de regionale directies van Rijkswaterstaat (de wegbeheerders) geadviseerd de zoab onder hun beheer tweemaal per jaar preventief te reinigen en tot curatief reinigen over te gaan als de doorlooptijd gemeten met de drainometer, zonder extra sponsrubberen ring, groter is dan een minuut.

De wegenbouwbedrijven vinden dat, zolang nog geen fundamentele meetmetode beschikbaar is, een naar hun in zicht verbeterde werkwijze bij het meten moet worden gehanteerd, waarbij een extra afsluitende ring wordt gebruikt. In de praktijk is namelijk gebleken dat de methode om de waterdoorlatendheid te bepalen dan volledig aan de verwachtingen voldoet.

Wegenbouwbouwbedrijven, gespecialiseerd in het reinigen van zoab, vinden dat de opdrachten voor het reinigen van zoab achterblijven bij wat zou moeten gebeuren. Tot het moment waarop een eventuele nieuwe meetmethodiek is ontwikkeld zal van de bestaande methode uitstekend gebruik ke worden gemaakt om ervoor te zorgen dat de belangrijkste eigenschap van het zoab-wegdek -een goede waterdoorlatendheid- optimaal blijft ten gunste van de veiligheid van de weggebruiker.

Begrip Bij de Dienst Weg- en Waterbouwkunde van Rijkswaterstaat (DWW) is men bezig de functionele eisen en de normering betreffende het waterbergend en afvoerend vermogen van zaob te bepalen.

J. Eikelboom, bij DWW hoofd advies bituminueuze materialen, heeft er best begrip voor dat de markt wil reinigen in verband met de gedane investeringen. Hij wijt een eventueel tekort aan reinigingsopdrachten aan het gebrek aan middelen bij de wegbeheerders (de regionale directies) en niet aan de meetmethode.

Ontbreken van een harde norm over de functionaliteit van zoab (geluid en verkeersveiligheid) is een probleem. In dit verband zeggen metingen met de drainometer volgens Eikelboom ook al niet zoveel. Dat moet blijken uit een binnenkort uit te brengen rapportage met onderzoek naar reinigen van zoab waarbij wegvakken in de tijd zijn gevolgd. Er is daar gemeten met de drainometer en met een methode waarbij is bepaald hoeveel van de verontreiniging is verwijderd, uitge drukt in een gewicht aan droge stof per vierkante meter. De correlatie tussen de waarden van de twee meetmethoden is uiterst zwak. Daaruit blijkt dat “ongenuanceerd roepen van er moet worden gereinigd” niet juist is en dat met de meetwaarden van de drainometer “voorzichtig moet worden omgesprongen” , aldus Eikelboom.

Bij DWW is onderzoek gaande naar een nieuwe, meer fundamentele meetmethode, gebaseerd op stoming van lucht. De proefapparatuur is vorige maand gereedgekomen. De apparatuur is handzaam gemonteerd op een karretje. Er worden uitgebreide proeven gedaan. Het plan is om de meetwaarden te koppelen aan metingen van het spat- en stuifwater. Engelse meetappartuur zou dat mogelijk maken. Er worden ook metingen met de drainometer uitgevoerd. De nieuwe apparatuur zal naar verwachting in ’94 operationeel zijn. Dan is een methode beschikbaar die naar Eikelboom aangeeft “wel reproduceerbare resultaten” oplevert. Tegen die tijd moet dan voor het reinigen wel een prestatiegerichte norm zijn gesteld die is gekoppeld aan optreden van spat- en stuifwater.

Totdat over de nieuwe apparatuur kan worden beschikt, moet volgens de aanbevelingen van de DWW het reinigingsresultaat van zoab worden gemeten met de drainometer. Dit moet zonder gebruik te maken van de extra sponsrubberen ring, en wel omdat alle metingen van DWW tot nu toe zonder deze voorziening zijn uitgevoerd. Het zoab voldoet als de gemeten doorstroomtijd lager is dan zestig seconden. Gebruik van de extra sponsrubberen ring bij dit meten is niet in de aanbeveling betrokken omdat de werkgroep B13 van de CROW, belast met onderzoek naar de onderhoudsbehoefte van zoab, hier indertijd geen maatgevende waarde bij kon zetten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels