nieuws

Hoofdaannemers pareren aanval Starke Diekstra

bouwbreed

“Het zijn echt verhaaltjes van dit bedrijf. Ik herken deze ontwikkeling helemaal niet” , aldus ir. A.P.H. van Baardewijk, voorzitter raad van bestuur van Koninklijke Volker Stevin (KVS), gisteren tijdens de presentatie van van het resultaat over 1992.

Daarmee nam hij stelling tegen de aantijging van Starke Diekstra dat de hoofdaannemers hun slinkende marges afwentelen op onderaannemers.

Financien Eduard Voorn Daags daarvoor had zijn concurrent Hollandsche Beton Groep (HBG) bij monde van ir. N. de Ronde Bresser hetzelfde geconstateerd. De Ronde Bresser: “Het is niet zo dat we onze onderaannemers het mes op keel zetten. We worden absoluut niet rijker van het opstrijken van de bankgarantie, zoals Starke Diekstra doet voorkomen. HBG heeft er geen belang bij dat bedrijven failliet gaan.”

Starke Diekstra baseerde zijn uitlatingen van 5 maart op het toenemende aantal faillissementen in de bouw, zoals die door het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn vastgelegd, en de dalende richtprijzen voor de bouwkosten. Deze zijn in 1992 met 2,5 procent teruggelopen en zullen voor ook dit jaar weer verder dalen. “Dit zet de inschrijvingsprijzen van hoofdaannemers onder druk, hetgeen zij afwentelen op onderaannemers.”

Bij de presentatie van de cijfers van Volker Stevin zei Van Baardewijk: “We rekenen natuurlijk scherpe prijzen, maar dat heeft bij ons niet geleid tot faillissementen op de bouwplaats. Maar misschien heeft de opmerking van Starke Diekstra meer te maken met de verschuivingen die op dit moment in de bouwnijverheid plaatsvinden. Nu het in de woning- en utiliteisbouw minder gaat, zoekt een aannemer een andere sector op. Op deze manier vangt hij de leegloop op.

Kleinere bouwers die dat niet ke, worden daar de dupe van.”

Hiermee legt de KVS-bestuurder overigens een problemen van zijn bedrijf bloot. De marges in met name de beton-, water- en wegenbouw staan als gevolg van de moordende concurrentie stevig onder druk.

Grote en kleine concurrenten gaan, om de leegloop op te vangen, juist in deze sectoren van de bouwnijverheid -waar het iets beter gaat- werken.

De ontwikkeling van slinkende marges wordt ook nog eens versterkt door het uitblijven van grote infrastructurele poen, meent Van Baardewijk.

Volker Stevin loopt zich nu onder meer warm voor de aanleg van de Betuwe-spoorlijn.

Daarvoor heeft het bouwconcern een V-constructie ontworpen, zodat de spoorverbinding gedeeltelijk onder het maaiveld belandt. Uitvoering van dergelijke poen zou het concern welkom zijn nu de instabiliteit van de beton- en waterbouwsector aanhoudt.

Tijdens de presentatie van de KVS-jaarcijfers verklaarde W.T.J. Dijkman, financiele man van het Rotterdamse bouwbedrijf, dat als gevolg van deze ontwikkeling zijn bedrijf ‘substantiele kosten moet maken voor marktconforme

passingen. Hij weigerde aan te geven hoeveel hiermee is gemoeid en welke van de vele KVS-werkmaatschappijen van deze ontwikkeling de dupe zijn. Uit de geconsolideerde winst- en verliesrekening blijkt dat deze kosten zijn ondergebracht in overige bedrijfsresultaten. Deze post vertoont ten opzichte van 1991 een toename van f. 2,865 miljoen tot f. 6,109 miljoen.

Van Baardewijk vult snel aan: “Maar ook de vrijval uit het Egalisatiefonds Wir-premie is hierin verwerkt. In al onze kernsectoren – bouw, wegen en leidingen – zitten ondernemingen die niet bijdragen aan het resultaat en dat zal ook dit jaar gebeuren. Maar er vindt geen zware reorganisatie plaats.

Het geld wordt besteed aan het flexibel maken van de organisatie’.

Dichter bij klant Met het aanpassen van de organisatie wordt bedoeld dat men meer gaat regionaliseren in Nederland.

“We willen dichter bij onze klanten komen” , verklaart Van Baardewijk. “Het betekent dat je soms van een naar drie kantoren moet en dat je je mensen moet verschuiven en dat kost geld. Overigens zitten er nog genoeg witte plekken in Nederland die we op ke vullen” .

Het beleid van Volker Stevin is erop gericht om de winst ver der te optimaliseren. Hiervoor zijn met name de activiteiten in Nederland van groot belang.

In tegenstelling tot andere internationaal werkende Nederlandse bouwbedrijven vindt men de verdeling 80/20 ideaal.

Richtingen die HBG en Kondor Wessels opgaan, beide bedrijven streven ernaar op termijn 50 procent van hun omzet buiten Nederland te realiseren, zijn bij de Rotterdammers niet aan de orde. Van de f. 2,3 miljard produktie-omzet over 1992 kwam f. 519 miljoen (22 procent) uit landen als Duitsland, Canada en de VS.

In Duitsland verwacht men veel van de woningbouw in en om Berlijn. Op dit moment aast men op een opdracht van tientallen miljoen guldens. “In Duitsland zijn we voor f. 50 a` f. 60 miljoen actief. We sluiten een verdubbeling in de komende jaren niet uit” , meent Dijkman. “We ondervinden geen nadeel van de recessie in dat land” .

De financiele toekomst van KVS hangt af van het verbeteren van het rendement op eigen vermogen, dat over 1992 ongeveer 11,5 procent bedroeg. Het bedrijf heeft het voordeel dat het pas in 1996 belasting moet gaan betalen.

Tot aan dat jaar kan men gebruik maken van compensabele verliezen. Het bedrijf overweegt niet om het financiele centrum naar Belgie te verplaatsen. HBG kondige afgelopen woensdag aan deze mogelijkheid tot belastingontwijking te gaan benutten. Dijkman: “We hebben een aantal jaren geleden deze mogelijkheid onderzocht. De conclusie was dat het meer kost dan oplevert.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels