nieuws

Herbouw centrum Beirut kost zeven jaar en f. 4 miljard

bouwbreed

In de loop van april wordt naar verwacht een begin gemaakt met de wederopbouw van de binnenstad van Beirut. De volledige herbouw van het nagenoeg totaal vernielde centrum vergt een investering in tijd van zeven tot acht jaar en ruim f. 4 miljard aan financiele middelen. Het bouwpo staat onder leiding van de Libanese zakenman en huidige premier R. Hariri.

De eerste fase van het miljardenpo betreft de wederopbouw van Beiruts marktplein en de directe omgeving. Tijdens de burgeroorlog die in 1975 uitbrak vonden in dit deel van de stad plunderingen en vernielingen plaats. Later maakte de markt deel uit van de zogeheten Groene Lijn die de stad in twee delen splitste.

Plannen voor de herbouw van het marktkwartier ontstonden reeds in 1977 en 1983. De telkens opnieuw oplevende burgeroorlog trok evenwel een streep door de plannen. In 1990 verdween met de Syrische inval de Groene Lijn. Het ontbrak de overheid echter aan voldoende middelen om de wederopbouw uit te laten voeren.

De regering besloot toendertijd het recht op planning, financiering en bouw te geven aan de speciaal daarvoor opgerichte maatschappij ash-Sharika al-Ikariya. Voor een periode van twee jaar gold een absoluut verbod op bouwactiviteiten in de binnenstad van Beirut.

Eigenaar Oprichter van ash-Sharika alIkariya was de zakenman en latere premier R. Hariri. Die vergaarde een aanzienlijk fortuin in Saoedi-Arabie. Met dit geld richtte hij onder meer een onderneming op die toenmalig president A. Gemayel met de wederopbouw van het land hielp. Tussen 1985 en 1987 kocht Hariri een groot aantal locaties en gebouwen op in West-Beirut. Nog steeds geldt Hariri als de belangrijkste eigenaar in dit stadsdeel. Ook elders in het land beschikt de zakenman/premier over grote eigendommen zoals vele tientallen scholen, een ziekenhuis en een televisiezender. Naar verluidt stelt ’s mans rijkdom hem in staat om anders dan andere Libanese politici een eigen koers te varen in plaats van zich te richten naar directieven uit Damascus.

Burgeroorlog De Libanese overheid roept voor de wederopbouw van het land ook buitenlandse investeerders op en merkt daarbij op dat buitenlandse financiers in niet onbelangrijke mate hebben bijgedragen aan de burgeroorlog. De buitenlandse financiele belangstelling blijkt momenteel groot, niet in de te plaats veroorzaakt door Hariri’s internationale contacten. Een bezoek aan SaoediArabie leverde hem voor ruim f. 1 miljard aan toezeggingen op. Vooralsnog bestaat er weinig kans op de komst van binnenlandse investeerders. Wil het zover komen dan dient er het nodige aan bijvoorbeeld de infrastructuur en de nutsvoorzieningen te gebeuren. Daarbij ontbreekt het Beirut aan openbaar vervoer wat een meer dan aanzienlijke dagelijkse verkeerschaos teweegbrengt.

Een ander probleem wordt ver oorzaakt door de illegale bewoners van de zuidelijke buitenwijken van Beirut. Die herbergen zon 500000 tot 700000 inwoners. Een groot deel van deze wijken staat onder sterke invloed van de extremistisch islamitische beweging Hezbollah. Deze groepering toont zich uitermate gekant tegen een sterke staat die orde in de chaos wil scheppen en die ilegale bewoners uit de gebouwen wil halen omdat daarmee de invloed van de Hezbollah afneemt. Onder ander Hariri toont een meer dan gemiddelde belangstelling voor de zuidelijke buitenwijken omdat die nabij de luchthaven liggen en daarmee een belangrijke stedebouwkundige rol spelen. Anderszins kan de regering in forse problemen geraken doordat de plannen voor Beirut voorbij gaan aan een groot deel van de bevolking. Het kan dan gebeuren dat de binnenstad van Beirut alleen plaats biedt aan (nieuwe) rijken die de minder vermogenden in de minder florissante buitenwijken houden. Nagenoeg dezelfde omstandigheden hebben in 1975 geleid tot het uitbreken van de burgeroorlog.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels