nieuws

Fins ministerie BZ in marine-kazerne van Engel

bouwbreed

Al in de jaren zeventig besloot de Finse overheid dat het ministerie van buitenlandse zaken in een voormalige marine-kazerne in Helsinki zou worden ondergebracht. In de havenwijk Katajanokka verdwenen nogal wat oorspronkelijke havenfuncties en lag het marinecomplex er deprimerend bij, ooit ontworpen door Carl Ludvig Engel. Maar dankzij een ingrijpende restauratie/renovatie met aanvullende nieuwbouw in hedendaagse trant ontstond een markant onderkomen voor het ministerie.

Johann Carl Ludvig Engel (1778-1840) werd in Berlijn geboren, was werkzaam in Rusland waarna hij zich in 1816 in Finland vestigde. Zijn belangrijkste taak was de vernieuwing van het stadsplan van Helsinki, waarbinnen hij veel regeringsgebouwen heeft ontworpen. De marine-kazerne terzijde van het centrum werd eveneens door Engel ontworpen, in samenwerking met zijn assistent A.F. Grandstedt.

Katanajokka De wijk Katanajokka ligt wat excentrisch en wordt als een stedelijk schiereiland omsloten door water. Aan de havenzijde waren pakhuizen en vemen ondergebracht, die inmiddels grotendeels nieuwe functies kregen, waaronder het bezoekerscentrum met de afdeling voorlichting van het ministerie.

Langs een aansluitende zeezijde werden havenactiviteiten vervangen door een strook gesloten bouwblokken met woningen uit het begin van de jaren tachtig.

Hoewel deze woningbouw als experimenteel werd gebrandmerkt, ziet men dat er nu nauwelijks vanaf; het ging om gesloten bouwblokken met openbare binnenruimten.

Daarachter lag het marinecomplex:een langgerekt hoofdgebouw aan een open ruimte met aan de straatzijde een vrijstaand kleiner gebouw. Het hoofdgebouw werd geflankeerd door monumentale zijgebouwen. Het geheel werd opgetrokken op een laag plint van blokken onbezaagde graniet met daarboven gepleisterde gevels met een middenrissaliet dat van pilasters was voorzien. Het hoofdgebouw oogde vrij streng, met op de bovenste verdieping een doorlopende reeks halfronde raamkozijnen. Beide zijgebouwen hebben classisistische fronten met een timpaan op pilasters. De daken bestonden uit flauwhellende kappen met zink gedekt.

Restauratie/renovatie De wat stram militairistische gevels zijn door architect Erik Krakstrom en zijn medewerkers zorgvuldig gerestaureerd. In verband met de voornaamste nieuwste taak van het huisvesten van ambtenaren, zijn er veel kleine werkruimten ondergebracht in deze marinegebouwen, plaatselijk met ruimten voor vergaderaccommodatie, sport, sauna en dergelijke. De gepleisterde gevels kregen hun oorspronkelijke zachte kleur geel met wit geschilderde pilasters en balken in het hoofdgestel van de belangrijkste gevels. Slechts plaatselijk zijn bijvoorbeeld secundaire entrees in de gevel aangebracht met een strakke indeling die aansluit op het oorspronkelijke ritme. Voor de nieuwe deuren liggen nieuwe trapjes van bezaagd graniet, dat zich in materiaalbehandeling onderscheidt van de behakte blokken van het oude plint van deze gebouwen.

De open ruimte is geheel verhard, voor een deel met verschillende bestratingen van graniet op een streng raster dat aansluit op de indeling van de architectuur.

Rijen bomen langs de randen van het plein geven het geheel een fraaie allure.

Moderne nieuwbouw Om voldoende ambtenaren te ke onderbrengen, waren enkele nieuwe vleugels nodig. Zij omsluiten het verdere plein met nieuwbouw. Daarbij is geen poging gedaan gevels in een reconstructieve trant te ontwerpen. Wel heeft Krakstrom zich na nauwgezette analyse van de bestaande gevels gehouden aan schaal en maat in het ontwerp van Engel. Zo kreeg het plein twee geheel nieuwe langgerekte kantoorvleugels met een wat hogere begane grond, een verdieping en een teruggelegde dakopbouw. Als typische kantoorblokken kregen de kamers eenvormige kozijnen die de gevels bijna wat saai maken.

Maar detaillering en uitwerking hebben dat voorkomen.

Beide nieuwe vleugels hebben een plint van gezaagde en gefrijnde platen graniet, een materiaal dat wordt gevonden in Finland en veel in de bouw toegepast.

De bovenzijde van de plint loopt zuiver horizontaal en wordt door het niveauverschil in het plein plaatselijk hoger. Er zijn eenvoudige raamopeningen in het gevelvlak gesneden die van een afgeronde middenzuil zijn voorzien. Op het hoogste deel van de plint zijn in de borstwering onderramen uitgespaard.

De ramen op de verdieping zijn minder hoog; de gevel is behoudens het plint in een hardere gele kleur afgewerkt dan de oorspronkelijke gebouwen. De terugliggende dakverdieping is wit afgewerkt.

Tussengebouwen Aan de straatzijde is de ruimte tussen de nieuwe gebouwen en het vrijstaande gebouw met een laagbouw opgevuld, die samen een U-vorm completeren tegenover het langgerekte hoofdgebouw. De gevels zijn geheel met platen graniet afgewerkt en tussen de kozijnen opnieuw voorzien van een wit gepleisterd halfrond pilaster.

Zo ontstond een markant ministerie, waar de loopafstanden soms ongehoord lang ke zijn. Maar dat is een gevolg van de gemaakte keuze. Het monumentale complex werd hierdoor behouden, kreeg een goed passende functie, waarbij de oorspronkelijke opzet bijna achteloos lijkt voltooid. Door deze ministeriele vestiging werd ook voorkomen, dat de wijk de monotonie met een eenzijdige woonfunctie zou krijgen.

Respectvolle aanpak Binnen de bestaande gebouwen heeft men interieurs afhankelijk van de staat die men aantrof geconsolideerd, plaatselijk ook gereconstrueerd, en vooral voorzien van een hedendaagse infrastructuur van leidingen voor uiteenlopende installaties.

Er zijn nauwelijks vaste regels voor zon aanpak te stellen, zodat men bijvoorbeeld plaatselijk een ouder gevelfragment van natuursteen in de gepleisterde gevels van de nieuwe vleugels heeft behouden en laten zien. Zo ontstond een ‘voltooid’ gebouwencomplex waarin de tijd afleesbaar is van de geveldetaillering. De stedelijke ruimte die daarbinnen vorm kreeg heeft een markant plein opgeleverd. Hoewel men er zeker niet slordiger met ambtelijke stukken om zal gaan dan in ons land, is het een verademing dat men het plein rustig kan verkennen. Terwijl het ministerie van BZ in Den Haag, terzijde van het Centraal Station, een uitgesproken bastionnale afwerende sfeer heeft, lijkt het complex in Helsinki een toppunt van openheid en toegankelijkheid. Daarin moet men zich overigens niet vergissen, maar het vormt een positieve bijdrage aan het beeld van de stad om zulke veiligheidsoverwegingen wat minder nadrukkelijk te afficheren in architectuur en omgevingsontwerp. De voormalige marine-kazerne werd er een prachtig monument door en kan als voorbeeld van een

laagde vorm van hernieuwd gebruik bij wisselende functie worden gezien.

Het langgerekte hoofdgebouw van Engel na een grondige restauratie en gedeeltelijke reconstructie. Links op de voorgrond een voorzichtig ingebroken secundaire entree.

Een van de monumentale zijgebouwen in het verlengde van het hoofdgebouw met een tempelfront van pilasters onder een timpaan van het lichthellende dak.

De pleingevel van een nieuwe vleugel die de zijkanten van het plein afmaakten:hedendaagse architectuur aan het stramien van Engel aangepast met moderne detaillering.

Een raamkozijn in de nieuwe zijvleugel op de plaats waar het plint door het niveauverschil in het plein hoog is en een onderraam is toegepast.

De laagbouw tussen beide zijvleugels en het rechts op de foto zichtbaar losstaande gebouw vanaf de straatzijde gezien. De nieuwe gevel is geheel met graniet bekleed.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels