nieuws

“De woningcorporaties in Nederland worden geacht …

bouwbreed

“De woningcorporaties in Nederland worden geacht door een opstelling als sociaal ondernemer en door beter beleid en vergroting van de efficiency met minder overheidsgeld te ke functioneren.” Volgens nummer 2 van Bouwbedrijf ke aannemers als gevolg daarvan wellicht oneerlijke concurrentie ondervinden.

Veel corporaties zoeken sinds op 1 januari van dit jaar het BBSH van kracht werd naar geschikte fusiepartners om het draagvlak te vergroten. Mede door de bouw van koopwoningen in de middenklasse en van duurdere huurwoningen stijgen de inkomsten. De voorrechten die de corporaties genieten bezorgen ze een betere concurrentiepositie. Het BBSH geeft vooralsnog geen grenzen aan voor de corporaties. Onder meer de bepaling ‘belang van de volkshuisvesting’ laat het uitvoeren van werken toe die ook de aannemers verrichten.

Het gaat hiet onder meer om onderhoud aan bouwwerken die niet in het bezit van de corporaties zijn.

“Een Duitse bouwplaats toont belangrijke verschillen met een Nederlandse. Een Nederlandse aannemer moet de consequenties van de Duitse eisen al in een vroeg stadium van het bouwproces ke voorzien.

Nederlandse bouwers werken met goedkopere constructieve en uitvoeringstechnische oplossingen die lang niet altijd door het Duitse toezicht worden toegestaan.” Een onzekere factor bij het berekenen van de kosten is volgens nummer 5 van Bouwwereld het verschil tussen constructiegewoonten.

Dat vereist een speciale deskundigheid bij het begroten.

Uitvoering van nieuwe methoden vereist een toelatingsbewijs. De bijbehorende procedure kan echter zon twee tot drie jaar in beslag nemen.

“Het is duidelijk dat een modern land zijn vooraanstaande positie slechts kan behouden door fors te investeren in technologische ontwikkeling. Dat doen overheden en bedrijven van en in gevestigde en opkomende industrielanden dan ook in toenemende mate. Alleen Nederland loopt in dit opzicht uit de pas.” Nummer 9 van Onderneming noemt de totale uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling in procenten van het BBP relatief laag en teruglopend. Van alle Europeanen heeft de Nederlandse burger de geringste waardering voor en het minste vertrouwen in technologische vooruitgang. Verder staan technische opleidingen van hoog tot laag bij veel Nederlanders in een slecht daglicht.

Voorts is de afstemming van het onderwijs op de behoeften van het bedrijfsleven slecht.

Via beleid kan de overheid ook deze factoren beinvloeden zoals dat ook gebeurt door de uitgaven aan bedrijfsgericht onderzoeken en ontwikkelen te verhogen.

“Scholen hoeven niet altijd te lijken op een verbouwde garage of een noodgebouw. De architect Dudok heeft Hilversum bijvoorbeeld prachtige scholen geschonken. Daarvoor had hij wel meer budget dan zijn hedendaagse collegas. In Duitsland wordt nog meer geld voor scholen uitgetrokken. Daar betalen ze voor twee lokalen evenveel als wij voor zestien.”

Almere nodigde zes architecten van naam uit om te kijken of ze binnen de normen toch interessante gebouwen ke ontwerpen. Het antwoord is volgens nummer 10 van Ng ‘nee. De architecten Herzberger, Roling, De Kleyn, Van Staaden en Koolhaas noemden de Londo-normen te krap om er iets interessants mee te doen. Stopera-ontwerper Dam deed eveneens mee maar hield zich niet aan de opdracht zodat hij de noodkreet van de anderen niet kon onderschrijven.

“Het model van het driedelige ouderencentrum met bejaardentehuis, verzorgingstehuis en verpleegtehuis behoort tot het verleden. Het nieuwe concept moet de verhuizing naar stationaire inrichtingen voorkomen of in elk geval uitstellen.” Volgens nummer 10 van Bauwelt zullen nieuwe centra op grond van sociale ontwikkelingen vooral dementerende bejaarden moeten opvangen.

Het ministerie van Sociale Zaken van de Duitse deelstaat Baden-Wurttemberg schreef in 1991 een prijsvraag uit onder architectuurstudenten van de Universiteit Stuttgart voor de ontwikkeling van tehuizen voor demente bejaarden. Aanzienlijke problemen ondervonden de 20 deelnemers van de verschillende opvattingen die de ronde doen over de verzorging van deze bevolkingsgroep. Deze opvatting verandert doorgaans bij het aantreden van een nieuwe directie.

De architecten dienen om die reden in hun ontwerp rekening te houden met later in de tijd door te voeren bouwkundige aanpassingen.

“Het is niet de eerste keer dat de Vlaamse regeringsleden en in het bijzonder minister-president Luc van den Brande het magische jaartal 2002 in de mond nemen als het gaat om toekomstpoen in de federale staat Vlaanderen.” Volgens nummer 10 van Bouwkroniek trekt het bijbehorende actieplan ‘Beter leven in Vlaanderen’ nogal wat aandacht uit voor de bouw. Zo vallen er forse investeringen te verwachten voor de waterzuivering.

In de woningbouw komt de nadruk te liggen op renovatie en onderhoud die vooral hun beslag krijgen in de sociale sector. Een beperkt aantal stedelijke gebieden kan uitbreiden; voor de rest houdt de deelregering strak de hand aan uitdijende bebouwing langs bijvoorbeeld wegen. Bouwactiviteiten volgen verder voor het onderhoud van wegen, de zeehavens, de vaarwegen en de regionale luchthavens. Verhoging van de variabele autokosten moeten het gemeenschappelijke en openbare vervoer verbeteren.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels