nieuws

Wim Hessels zet punt achter ‘beursleven’

bouwbreed

“Ik heb het al die jaren met veel plezier gedaan.

Maar er is nu eenmaal een tijd van komen en een tijd van gaan.” W. Hessels van de stichting Arbouw gaat met ingang van 1 april, “nee het is geen grap” , met de vut. Hij is nu aan zijn allerlaatste beurs bezig. Als zaterdag de laatste bezoeker de deur van de Jaarbeurs achter zich dicht trekt, heeft Hessels er als standhouder 39 beurzen opzitten.

Ach, eigenlijk hoeft al die aandacht voor hem niet zo nodig.

Hij heeft het naar zijn zegge altijd “met heel veel plezier gedaan” en het verhaal moet niet “te opgesmukt” worden. “Per slot van rekening” , benadrukt de aspirant vutter, “gaat het niet om mij maar om de stichting Arbouw en wat die voorstaat.”

In 1979 begon Hessels aan zijn indrukwekkende reeks van beurzen. In dienst van het Bureau Bouwveilig met een stand waarin slechts brochures te verkrijgen waren over hoe het op de werkplek niet moet. “Tegenwoordig is dat wel anders.

Nu ke we gelukkig ook tonen hoe het wel moet.”

Voor de stichting Arbouw staat Hessels niet alleen op beurzen. Ook informatiedagen, congressen en studiebijeenkomsten zijn door hem met informatieaterialen opgeluisterd. Diegene binnen de bedrijfstak bouw die hem niet kennen zullen op de vingers van een hand te tellen zijn.

Problematiek

“Je spreekt veel mensen” , beaamt hij, er direct relativerend aan toevoegent: “maar dat brengt het onderwerp natuurlijk ook met zich mee. De arbeidsomstandigheden en juist de verbetering daarvan in een bedrijfstak die een grote uitstroom naar de wao heeft, is vreselijk belangrijk.” Het geven van adequate informatie aan zowel de werkgevers als werknemers is volgens hem een van de manieren om die arbeidsomstandigheden te verbeteren. “Het aanwezig zijn op beurzen zoals hier op de Internationale Bouwbeurs is de manier om de problematiek onder de aandacht van het publiek te brengen.”

Iedereen weet inmiddels waar de stichting Arbouw voorstaat, zegt Hessels. “Over naamsbekendheid hebben we dan ook niets te klagen. Dat merk je aan de vragen waar de mensen mee komen. Ze hebben een probleem en vragen aan ons een oplossing daarvoor. Vaak ke wij die geven maar het komt ook voor dat we iemand moeten doorsturen.”

Contact

Het directe contact met het publiek heeft Hessels altijd met het staan op beurzen aangetrokken. “Ik heb nooit het gevoel gehad van bah al weer een beurs. Nee, eerder hoera we gaan weer. En het is vreemd, maar bij een driedaagse beurs ben je op de derde dag moe en op een zesdaagse beurs pas op de zesde dag. Je stelt je er op in, zowel geestelijk als lichamelijk.”

Belangrijk in dit kader noemt hij ook de standbemanning.

“De groep moet goed zijn en de sfeer lekker. Wat dat betreft hebben we altijd een leuke groep met H. Stinis en me vrouw Verwer.” De afgelopen dagen kwamen veel beursbezoekers met vragen als ‘wat heb ik gehoord, stop je er mee

en ‘vind je het niet erg’ op hem af. “Ik zeg dan steeds volmondig nee. Ik vind het niet erg om er mee te stoppen. Sterker, ik kijk er zelfs naar uit. Een beetje mijn tijd anders delen.”

Sociaal bewogen

Wie hem kent zal zich er niet over verbazen dat Hessels niet van plan is om met zijn benen over elkaar naar de televisie te gaan zitten kijken. Lachend nu: “Nee, daar ben ik het type niet voor.” Het werk moet in zijn ogen door

n. Zo blijft hij kaderlid van de Bouw- en Houtbond FNV en ook lid van de commissie Bouwvakwerk.

“Waarom? Ik zie het een beetje als mijn sociale plicht. Noem het sociale betrokkenheid.

Maar daarnaast blijft er nu toch voldoende tijd over om te bridgen, in de natuur te wandelen en opa te zijn voor mijn kleinkind…”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels