nieuws

Meer arbo-regels geven grotere financiele last

bouwbreed

De zorg voor de arbeidsomstandigheden kan zich verheugen in een steeds grotere publieke en politieke belangstelling. Vooral deze politieke belangstelling is de oorzaak van een niet aflatende stroom van wet- en regelgeving. De toenemende wet en regelgeving zal de bouw, bekend om zijn relatief grotere fysieke risicos, in vergelijking met andere bedrijfstakken zwaarder financieel onder druk zetten.

Er is dan ook een toeneming -mede onder druk van de Europese regelgeving- van het aantal wettelijke normen. Tegelijkertijd zien we een overheid die tot voor kort de financiele risicos wat betreft ziekte en arbeidsongeschiktheid mede voor zijn rekening nam, maar nu bezig is deze risicos door middel van wet- en regelgeving op de ondernemers af te wentelen.

Het wetsontwerp ‘Terugdringing Ziekteverzuim’ zal het risico betreffende het ziekteverzuim van werknemers gedurende de eerste zes weken (bij ondernemingen met meer dan 15 werknemers) op de schouders van de ondernemer leggen.

De Wet ‘Terugdringing Arbeidsongeschiktheidvolume legt de ondernemer bij een eventuele arbeidsongeschiktheid van de werknemer een boete op. Landelijk zullen in 1993 volgens staatssecretaris Ter Veld 50000 ondernemers een gemiddelde boete van f.20000 opgelegd krijgen, een totale boete van f.1 miljard.

In de bouw belanden volgens opgave van minister De Vries jaarlijks 8000 werknemers in de wao. Afgezien van het menselijk leed betekent dat voor de bedrijfstak een schadepost van f.160 miljoen.

Letselschade Een aanstaande wijziging van het (Nieuw) Burgerlijk Wetboek voert een risico-aansprakelijkheid in voor de werkgever betreffende letselschade.

In het huidige Burgerlijk Wetboek is vastgelegd dat de werkgever gehouden is de tijdens het werk ontstane letselschade te vergoeden, tenzij de letselschade het gevolg is van overmacht of van grove schuld van de werknemer.

Het hoogste rechtscollege -Hoge Raad- heeft nu anticiperend op het nieuwe wetsartikel uitgesproken, dat van grove schuld aan de kant van de werknemer slechts sprake is als de letselschade met opzet (of door bewuste roekeloosheid) door de werknemer is veroorzaakt. Probeer als ondernemer maar eens opzet te bewijzen.

Schadebedragen al naar gelang de ernst van het letsel oplopend tot f.900000 zullen door aanpassing van de wao alleen nog maar hoger gaan uitvallen. De nieu we wao is er namelijk de oorzaak van, dat werknemers sneller in de bijstand terecht zullen komen. De rechter zal bij bepaling van de hoogte van het schadebedrag hier zeker rekening mee gaan houden. Bijkomend financieel nadeel voor de ondernemer is dat, indien het bedrijfsongeval het gevolg is van een juridisch onzorgvuldige bedrijfsvoering en de ondernemer hiervan een verwijt te maken valt, hij als feitelijk leidinggevende ook persoonlijk aansprakelijk is.

Momenteel staan zon 200 letsel-advocaten klaar om de werknemer bij het verhaal van zijn schade op de ondernemer met raad en vooral daad bij te staan. Bedrijfsongevallen vormen dan ook een belangrijke groeimarkt voor de letseladvocaten.

Deskundige dienst Een extra financiele last voor de ondernemer met meer dan 15 werknemers is de wettelijke verplichting ondersteuning van een gecertificeerde deskundige arbodienst in te huren.

Zon arbodienst dient de volgende deskundigen te omvatten:

anisatiekundige, bedrijfsarts, arbeidshygienist en veiligheidskundige. Het is de bedoeling dat de arbodienst op een commerciele basis zijn diensten aanbiedt:namelijk ondersteuning bij ziekteverzuim, periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek en risicoinventarisatie en evaluatie.

Onlangs kwam minister De Vries echter tot de ontdekking dat vooral in het midden- en kleinbedrijf als grootste werkgever in ons land, wat de kennis van de arbeidsomstandigheden betreft, achter loopt bij de grotere bedrijven. Hij merkte op dat het niet zo mag zijn dat het werken in een kleine onderneming een groter risico inhoudt op kans van een bedrijfsongeval dan in een grote onderneming.

Ik zou hierbij willen opmerken dat een werknemer in het ene bedrijf nu eenmaal meer risico loopt dan in het andere. Dit is inherent aan de uitgeoefende activiteiten van een bedrijf. Hopelijk komt de minister nu niet tot de conclusie dat de verplichte ondersteuning ook moet gelden voor de kleinere bedrijven.

Ik denk dat de financiele risicos die momenteel op de schouder van ook de kleine ondernemer worden gelegd, voldoende drijfveer voor de ondernemer zullen zijn om meer aandacht aan de arbeidsomstandigheden te besteden.

Inventarisatie Een voorbeeld van regeldruk van de Europese overheid is de gewijzigde Arbeidsomstandighedenwet -dit wetsvoorstel ligt momenteel ter behandeling bij de Tweede Kamer- die de ondernemer ver plicht tot het inventariseren van de risicos op het gebied van de arbeidsomstandigheden. De Nederlandse overheid heeft nu bovendien in het wetsvoorstel laten opnemen dat zon door de onderneming opgestelde inventarisatielijst met risicos door een deskundige arbodienst (met een certificaat) moet worden goedgekeurd.

Krachtens de huidige Arbo-wet bestaat reeds de ondernemingsverplichting (art.

4) om het ondernemingsbeleid -zij het redelijkerwijs (art. 3)- af te stemmen op een zo groot mogelijke veiligheid, gezondheid en welzijn van de werknemer. Een risico-inventarisatie en -evaluatie liggen uiteraard aan een juridisch zorgvuldige bedrijfsvoering ten grondslag.

Echter, komt het na een ongeval tot een gerechtelijke procedure tussen werkgever en werknemer waarbij de werknemer de opgelopen letselschade op de werkgever probeert te verhalen, dan zien we vooral in de bouw dat de risicos bij de slachtoffers sinds jaar en dag bekend zijn en de oorzaak van het bedrijfsongeval vaak is toe te schrijven aan toeval, gemakzucht of menselijke onachtzaamheid.

Marginaal Het enkel aanwezig zijn van een schriftelijk lijst met theoretisch alle mogelijke risicos, zal het aantal ongevallen in de bouw slechts marginaal beinvloeden. Het gevaar is aanwezig dat door een overmaat aan op schrift gestelde risicos, echt relevante risicos over het hoofd worden gezien.

De jurisprudentie leert dat reeds bekende risicos meestal niet op een adequate wijze worden voorkomen. Belangrijk is dat werknemers en het direct verantwoordelijk lijnmanagement meer aandacht aan de veiligheid van de werkplek besteden.

Juist deze mensen zijn in de praktijk het best op de hoogte.

Gezien het voorafgaande zal met name de organisatiekundige die beschikt over de nodige inhoudelijke kennis en ervaring, meer nog dan de veiligheidkundige of arbeidshygienist ke bijdrage aan het voorkomen van bedrijfsongevallen in de onderneming. Het wettelijk verplicht stellen van ondersteuning door een commercieel werkende arbodienst is dan ook een verkeerde. De markt zal zeker gezien het toenemend financiele belang om arbeidsongeschiktheid tegen te gaan zelf maatregelen nemen. Het is dan ook aan de ondernemer te beslissen of ze van zon dienst al of niet gebruik willen maken, uiteindelijk draagt hij het financiele risico.

1) Mr. drs. Jacques Oostveen aviseert ondernemingen inzake een juridisch zorgvuldige bedrijfsvoering.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels