nieuws

Isolatiebedrijven merken niets van teruggang

bouwbreed

Onder invloed van wettelijke maatregelen kan en mag er geen huis of kantoor meer worden gebouwd dat niet is geisoleerd. Door gebruik te maken van minerale wollen, kunststoffen of glas wordt het leef- en werkcomfort aanzienlijk verbeterd en daalt de energierekening. Dat laatste komt het milieu weer ten goede. De isolatie-industrie is daardoor een van de grote toeleveranciers aan de uitvoerende bouw geworden en merkt niets van enige teruggang.

De schatting is dat de isolatiesector jaarlijks rond de f.1,5 miljard omzet. De afzet zal onder invloed van milieumaatregelen en de bewustwording van de Nederlanders voor het milieu en zijn energierekening alleen maar toenemen, menen betrokkenen. “De schatting is dat minerale wollen goed zijn voor een omzet van f.300 miljoen tot f.400 miljoen” , verklaart drs. R. v.d. Wijngaert, directeur marketing en verkoop van Rockwool Lapinus, producent van steenwol-isolatie. “Maar” , zegt hij snel “er zijn nauwelijks betrouwbare cijfers over deze sector voorhanden.” De voorzichtige schatting is dat de EPS-producenten (geexandeerde polystryreen), in de volksmond piepschuim genoemd, een markt bedienen van bijna f.500 miljoen. In dat bedrag zijn wel de inkomsten verwerkt die worden gehaald uit verpakkingsmaterialen. De Pur-schuimen worden geschat op een markt van f.100 miljoen en f.150 miljoen.

In Nederland wordt de isolatiemarkt gedomineerd door buitenlandse bedrijven. De minerale-wollenprodukten, de steen- en glaswolprodukten, zijn totaal in handen van nietNederlandse eigenaars. Isover, producent van glas- en steenwol, is in handen van het Franse concern Saint Gobain. Concurrent Rockwool Benelux Holding heeft een Deen, Rockwool International, als moeder.

Alleen in de kunststoffen, zoals Pur en Eps, voeren Nederlandse bedrijven nog de boventoon. Shell en Nijverdal Ten Cate hebben beide een gelijk belang in de Synbra Groep, eigenaar van isolatieproducent IsoBouw Systems, en Opstalan is nog steeds in bezit van de familie Van Opstal. “Het is inderdaad uniek dat we 100 procent Nederlands zijn” , aldus C.A.P. van Opstal, eigenaar van Pur-producent Opstalan.

“Ik heb ook geen verklaring voor het feit dat grote binnen- en buitenlandse multinationals deze markt beheren.”

Kenmerkend voor de isolatiesector is de voortdurende strijd tussen de drie grote produktgroepen. Elk groep heeft zijn eigen branche-organisatie.

Wel bestaat er sinds een half jaar een lobby-club, De Nederlandse Isolatie federatie (Nif), -dat is een voortzetting van Skoop- die tot doel heeft te werken aan marktvergroting.

“De verdeeldheid komt door de grote commerciele belangen” , meent Hans Tepper van Stybenex, de branche-organisatie van vijf Nederlandse poly–styreen-producenten. “Men wilde nooit de eigen identiteit opgeven ten gunste van de gehele isolatie-sector. Het moet over zijn met de kort gedingen en andere pesterijen die we elkaar aandoen. Het gaat tenkoste van ons imago en uiteindelijk van onze inkomsten.”

Imago Want als geen andere industrie vaart deze sector op de milieugolf en elk deukje en schrammetje kost geld. Een intensieve beinvloeding van de politiek heeft er de achterliggende jaren toe geleid dat de isolatieeisen steeds verder werden opgeschroeft. In het jongste Bouwbesluit is de isolatiewaarde opgetrokken naar Rc 2,5. “Dat is nog te weinig” , meent ir. J. van Brummen, commercieel directeur van Isover en voorzitter van de Nederlandse Isolatie Industrie (Nii). “Op dit punt lopen we nog achter bij andere Europese landen als Frankrijk en Zweden.” Tepper van de Stybenex is van mening dat Rc 3.0 pas een goed begin is. Er zijn volgens de betrokkenen signalen dat in januari 1994 door het ministerie van VROM een nieuwe hogere isolatiewaarde zal worden vastgesteld. Van Brummen als Nii-voorzitter: “De eis die in het nieuwe Bouwbesluit staat, zorgt over 1993 voor een verhoging van de afzet van ongeveer 7 procent. Ik denk dat het uiteindelijk gaat om enkele tientallen miljoenen guldens extra omzet.”

Het politieke proces heeft grote positieve en negatieve consequenties voor deze sector.

Elke verhoging van de isolatiewaarde werkt omzetverhogend. Maar de politiek heeft ook nadelige consequenties. Zo hebben alle producenten de achterliggende jaren tientallen miljoenen moeten steken in milieumaatregelen. Steenwolproducent Rockwool zag zelfs over 1992 zijn resultaat in gevaar komen. Van der Wijngaert: “Over 1991 realiseerden wij een winst van f.40 mil joen. Door ondere andere forse milieu-investeringen zal het resultaat over 1992 lager uitkomen.” Andere producenten hebben eveneens geinvesteerd om bijvoorbeeld cfk-vrije produkten te maken, maar zeggen daardoor nauwelijks last te hebben gehad van teruglopende resultaten. Het afkappen van subsidies voor isolatieprogrammas en het terugbrengen van de steun aan de woningbouw vormt een andere onberekenbare factor uit Den Haag.

De Nif tracht alle negatieve gevolgen voor zijn industrie zo klein mogelijk te houden. Men tracht ambtenaren direct dan wel indirect via het Milieuberaad voor de Bouw en het Bouwberaad aan te spreken.

Nif-voorzitter ir. C.P.H. Wijshoff is het uiteraard met Van Brummen en Tepper eens dat de isolatie dikker moet. “De gemiddelde isolatiedikte is nu 7 cm. Uit economische motieven zou dit moet liggen tussen de 12 en 15 cm en uit milieuoverwegingen zelfs rond de 20 cm. Het is wel zo dat dikkere isolatie nu duurder is, maar het verdient zich op termijn terug.”

Hij reageert fel als wordt gevraagd of deze sector alleen bij de gratie van de overheid zijn omzet in stand kan houden.

“We overtuigen mensen alleen van het nut van dikker isoleren. Dat doen we door het geven van rationale argumenten en niet met steekpenningen.”

Hij erkent wel dat door zijn activiteiten de afzet redelijk op peil is gebleven. “Als er geen impuls vanuit de overheid zou zijn geweest dan zou de isolatiegraad lager hebben gelegen.” Van Brummen vult aan: “Als je isoleren aan mensen zelf overlaat, zullen ze dat niet of onvoldoende doen. Overigens betwijfel ik of de gasprijsverhoging voor de particulier wel tot een isolatie-prikkel zal leiden.”

Bouwers zijn boeren Op dit moment vormt de vermeende teruggang bij de uitvoerende bouw geen bedreiging voor de isolatie-industrie.

De verhalen dat het slecht gaat in de bouwnijverheid onderschrijft de isolatie-sector niet.

“Bouwers zijn net als boeren.

Ze moeten altijd wat te klagen hebben” , constateert Van Opstal.

Rondvraag langs de isolatiebedrijven leert dat men de schouders ophaalt over verhalen dat bouw op instorten staat. “Als het echt fout zou zitten, en dat wordt al sinds eind tachtiger jaren geroepen, dan zouden er toch veel meer bouwbedrijven failliet moeten gaan” , vraagt Tepper zich af. “Werkgeversorganisaties als VGBouw en NVOB hebben de plicht om zaken niet te rooskleurig af te schilderen. Het levert anders voor de leden ongewenste effecten op.”

Van Brummen: “De bouw is naast de landbouw de meest ‘verpoliticiseerde branche.

Daarnaast constateer ik dat verhalen en onderzoeken van bijvoorbeeld het EIB somberder zijn dan de werkelijkheid.

Ze moeten wel. Want anders komt hun geldstroom uit Den Haag nog meer in gevaar.”

De grote producenten merken in hun omzet weinig van problemen in de bouw. “Onze sector had over 1992 rekening gehouden met een daling van 5 procent. Het uiteindelijke resultaat is dat we niet hebben verloren en niet hebben gewonnen, maar uitkwamen op 0 procent” , verklaart Tepper van de Stybenex. “Voor dit jaar zijn we gematigd optimistisch.

We zijn niet zulke doemdenkers als de bouwers.”

De Rockwool-directeur drs. R.

v.d. Wijngaert is eveneens gematigd optimistisch. “Niet moet worden vergeten dat de vrije-sectorwoningbouw behoorlijk is aangetrokken in 1992. Daarnaast is de verlaging van de rentetarieven een belangrijke stimulans.”

De isolatie-industrie is door alle milieumaatregelen en het achterwege blijven van een stagnerende afzet aan de uitvoerende bouw een gezonde bedrijfstak.

Mogelijke bedreigingen komen van buiten Nederland. Uit het voormalige Oostblok worden minerale wollen tegen dumpprijzen op de markt gezet.

“Ons probleem is dat uit Engeland en Duitsland goedkopere, maar cfk-houdende schuimen op de Nederlandse markt worden gebracht” , verklaart Purproducent Van Opstal. “Deze schadelijke produkten zijn 5 procent goedkoper. Helaas gaan bouwers nog steeds voor twee tientjes per woning door de knieen. De toepassing is verboden, maar er is geen controle-apparaat dat daar op toeziet.”

De EPS-fabrikanten ondervinden problemen uit Frankrijk en Belgie. “De prijzen die producenten uit deze landen hanteren liggen 10 tot 15 procent beneden de gangbare marktprijzen” , verklaart Hans Tepper van Stybenex. “Vooral in de zuidelijke grensstreek worden de produkten van over het algemeen

lagere kwaliteit aangeboden. Maar we gebruiken het als prikkel om nog betere produkten te gaan maken.”

Isoleerders hebben geen last van de teruggang in de uitvoerende bouw. Er is voldoende werk in de vrije sector.

Ries van Wendel de Joode

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels