nieuws

Alders: pessimisme over toekomst bouw onterecht

bouwbreed

Minister Alders verwacht dat de utiliteitsbouw dit jaar met een daling van twee tot drie procent rekening moet houden. Hij is met dit cijfer aanmerkelijk positiever dan het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid dat onlangs een daling van tien procent voorzag. Volgens de bewindsman is het EIB dan ook te pessimistisch. Overigens voorspelt Alders dat 1993 voor de bedrijfstak als geheel een goed jaar zal worden.

De bewindsman zei zich te baseren op de eerste resultaten van onderzoeken van de Erasmusuniversiteit naar het verloop van de bouwproduktie. In opdracht van VROM wordt door de universiteit momenteel een ‘bouwbarometer’ ontwikkeld. De bedoeling is dat op basis van recente kwartaalgegevens de bouwconjuctuur vier kwartalen vooruit worden berekend. “Op grond van enkele oefeningen kan ik u vertellen dat de vooruitzichten voor de bedrijfstak als geheel niet pessimistisch zijn. In de loop van 1993 zal volgens de indicator de weg omnhoog weer worden gevonden.” Aldus de minister gisteren in de Utrechtse Jaarbeurs waar hij de Internationale Bouwbeurs opende.

Stijging In zijn openingtoespraak greep minister Alders terug op het afgelopen jaar dat in zijn ogen voor de bouw niet slecht is geweest. Hoewel de vooruitzichten volgens hem aanvankelijk weinig florissant waren kan nu echter van een lichte stijging van het produktievolume worden gesproken.

Immers, zo vervolgde Alders, de woningbouw deed het beter dan verwacht. “De ongesubsidieerde sector slaat alle records. Op jaarbasis is tot en met november 1992 voor 43000 ongesubsidieerde woningen een bouwvergunning verleend en is met de bouw van 40000 daarvan begonnen.” Minister Alders, die meent da deze ontwikkeling overeenkomt met de gestegen behoefte aan duurdere woningen, verwacht dat deze stijging zich ook dit jaar voortzet.

Hetzelfde geldt in zijn ogen voor de gww-sector. “Uit de beperkt beschikbare cijfers is een volumestijging van enkele procenten af te leiden.”

Hubert J. Oudshoorn, voorzitter van de Adviesgroep Vereniging Tentoonstellingsgroep Bouwmaterialen en Bouwstoffen (VTBB), hekelde gisteren de slechte relatie tussen de bouwnijverheid en het ministerie van VROM. Oudshoorn vroeg zich hardop af of er uberhaupt nog een relatie is tussen de bouwnijverheid als een der grootste werkgevers in Nederland en het ministerie.

“En als er dan al een relatie is, dan is dat toch een zeer afstandelijke en bovenal een relatie waarbij het gebrek aan aandacht voor de bouw bij het ministerie tekenend is.”

Volgens Oudshoorn kan het gebrek aan aandacht in elke relatie tot ernstige gevolgen leiden. “Als voorbeeld hiervoor kan de laatste nota van VROM over het Bouwstoffenbesluit dienen. In deze nota lijkt het er op, dat de bouw meer gefungeerd heeft als toevoeging in plaats van dat hij de verdiende en voor Nederland noodzakelijke aandacht kreeg.”

Gebelgd Minister Alders reageerde enigszins gebelgd op de woor den van

B-voorzitter Oudshoorn. Volgens de bewindsman waren de woorden van Oudshoorn ingegeven door de al lang circulerende geruchten dat hij zijn functie als coordinerebnd bouwministerschap zou willen beeindigen. “Maar dat is een misverstand. Ik blijf voor de bouwnijverheid het aanspreekpunt naar het kabinet” , zo benadrukte Alders.

Wel hield hij zijn gehoor voor dat de mogelijkheden binnen de rijksoverheid door de decentralisatie sterk zijn afgenomen. “Het zijn nu de gemeenten zelf die, wanneer het gaat om zwaar gesubsidieerde woningbouw, een keuze maken voor nieuwbouw of vernieuwbouw en het tijdstip bepalen wanneer dit zal geschieden.”

In de visie van Alders spelen hierin ook de marktpartijen een grote rol. Een rol die alleen nog maar zal toenemen omdat de ongesubsidieerde woningbouw een bloeitijd doormaakt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels