nieuws

Aanpak infrastructuur: betere positie steden Berlijnse regio

bouwbreed

Verbeteren van de infrastructuur vormt een belangrijke voorwaarde voor een meer gespreide vestiging van bedrijvigheid. Naar de mening van dr. H. Graf zorgt bijvoorbeeld een gemoderniseerd regionaal spoorwegnet ervoor dat ondernemingen niet binnen de Berlijnse ringen blijven maar kiezen voor een locatie in het omliggende gebied. Volgens de staatssecretaris van het ministerie voor Stadsontwikkeling, Wonen en Verkeer van Brandenburg haalt deze maatregel de druk van Berlijn en zorgt voor de economische verbetering van de omliggende gemeenten.

“De wijze waarop Berlijn zich momenteel ontwikkelt, levert in de nabije toekomst problemen op omdat het ten koste gaat van het landschap. Het ligt nu in de bedoeling rond Berlijn een ruime derde ring aan te leggen. We moeten duidelijk ke zien waar Berlijn eindigt en waar Brandenburg begint. En Berlijn is daar waar hoogbouw staat. Met die derde ring willen we de ontwikkeling uit de stad halen. In het verlengde daarvan ligt de inrichting van een modern regionaal verkeerssysteem. Het moet dan mogelijk zijn om in pakweg twintig minuten een afstand van zon 60 km af te leggen. Wanneer dan een ondernemer komt en zegt:ik wil me in Berlijn vestigen, dan kan ik zeggen: wat denkt u van Cottbus. Met een moderne regionale trein kost de afstand Cottbus-Berlijn om en nabij 20 minuten, hoogstens een halfuur.

Op dit moment kan de infrastructuur nog niet aan die eis voldoen. De hele infrastructuur is nagenoeg kapot. Verbetering hoeft in beginsel niet zoveel te kosten omdat een groot deel van bijvoorbeeld de spoorwegen er al ligt. Een afdoende aanpak zal hoogstens een jaar of vijf in beslag nemen. Het bijbehorende werk voorziet in elektrificatie van de spoorlijnen en in het vervangen van bijvoorbeeld de betonnen dwarsliggers. Verder moet en een ICE-traject naar het westen naar naar het zuiden naar Leipzig komen. De meeste aandacht moet echter uitgaan naar de aanleg van de derde ring zodat de ontwikkeling op gang kan komen. De planning neemt echter nog teveel tijd in beslag.”

Particulier “De staat bouwt niet alles zelf maar een particuliere maatschappij die zorg draagt voor de aanleg van spoor- en autosnelwegen. Er ligt een bijzondere wet gereed voor de planning van deze voorzieningen waarmee men langdurige procedures omzeilt. Bijvoorbeeld de snelbaan naar Hannover ligt in een wet vast. De planning moet binnen een jaar zijn afgerond. Aanvankelijk was er sprake van dat particuliere consortia bijvoorbeeld autosnelwegen konden aanleggen.

Maar tot op heden bestaat er geen inzicht in de wijze waarop men dat kan financieren. Naar mijn mening kost particuliere aanleg net zoveel als wanneer de staat zelf de kosten draagt.

Bij particuliere financiering kan het werk in beginsel direct beginnen terwijl de overheid niet tot in het oneindige geld kan lenen. Uiteindelijk moet de overheid toch betalen, temeer omdat een particulier consortium ook niet gratis werkt.

Daarbij draagt zon consortium op een dag de infrastruc tuur na een exploitatietijd van twintig of dertig jaar over aan de staat die vervolgens met verouderde voorzieningen komt te zitten. De vraag rijst dan ook wie in de tussentijd het onderhoud financiert. Een consortium zal dat alleen doen wanneer de gebruikers tol betalen en daarvoor bestaat vooralsnog weinig interesse.”

“Over de infrastructuur rond Berlijn hoeft men zich geen zorgen te maken. Buiten dat gebied moet op uiterst korte termijn een nieuwe infrastructuur ontstaan omdat de uitstraling daarvan nieuwe ont wikkelingen aantrekt. Het geld voor onder meer deze werken komt vrij door besparingen op de begrotingen van de westelijke deelstaten. Neem bijvoorbeeld het budget voor de stedebouw. Het westen zal aan die activiteiten minder ke besteden zodat

oosten meer krijgt. Hetzelfde geldt voor de woningbouw. En dat kan want de trottoirs in het westen zien er goed uit, daar hoeft geen gouden hek langs te staan. In het westen ontstaat er verzet tegen dat voornemen en dat is niet meer dan begrijpelijk maar het is nu eenmaal ook onvermijdelijk.”

“Dat geld is meer dan nodig.

Bezien we de wooncomplexen die in de DDR-tijd door middel van de elementenbouw ontstonden, dan zien we dat aanpak van alleen al die voorraad ruim DM128 miljard vergt.

Dan moeten we jaarlijks nog 10000 sociale woningen bouwen. Dan hebben we de steden nog niet op orde gebracht, wat zonder aanpak van bijvoorbeeld de verkeersvoorzieningen nog eens DM150 miljard kost. Het eigendom van het woningbestand wordt momenteel overgedragen aan de woningbouwverenigingen, terwijl een deel van de voorraad is geprivatiseerd. We staan daarbij voor het probleem van de oude schulden uit de DDR-tijd. De DDR heeft dat gefinancierd en in het verenigingsverdrag is opgenomen dat het hier om schulden gaat.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels