nieuws

Sociale verhuurders niet blij met huurbrief Heerma

bouwbreed

De Nationale Woningraad en het Platform Gemeentelijke Woningbedrijven zijn ontevreden over het huurprijsbeleid voor 1994. In een brief aan de Tweede Kamer kondigt staatssecretaris Heerma een verlaging aan van de minimale huursomstijging van 4,75% naar 4,25%. Hij handhaaft echter het subsidie-afbraakpercentage op 5,5%.

Dat gegeven wekt verbazing bij de NWR en het PGWB. Directeur N. van Velzen van de NWR noemt het desgevraagd ‘weinig consequent’ dat Heerma in zijn Huurbrief de minimale huursomstijging voor 1994 met een half procent verlaagt en dat nalaat bij de vaststelling van het subsidieafbraakpercentage.

‘In het kader van de Tussenbalans is een meerjaren-perspectief gegeven, dat uitgaat van een minimale huursomstijging van 4,75% en een vrij straf subsidie-afbraakpercentage van 5,5%. Als die huursomstijging nu wordt verlaagd tot 4,25% dan zou het logisch zijn geweest als ook het subsidie-afbraakpercentage was verlaagd tot 5%.’

E. Arnoldussen, directeur van het PGWB, vindt het ‘tamelijk bizar’ dat de verlaging niet geldt voor het subsidie-afbraakpercentage. ‘De samenhang tussen de dingen is mij inmiddels behoorlijk onduidelijk geworden.’ Hij deelt de visie van Heerma niet dat een verlaging van de minimale huursomstijging leidt tot lagere huurstijgingen. ‘Dat waag ik te betwijfelen.’

Het NCIV was voor commentaar niet bereikbaar.

Ervaring

Staatssecretaris Heerma heeft op zich begrip voor het argument van de corporaties en gemeentelijke woningbedrijven dat er niets veranderd is ten opzichte van de situatie ten tijde van de Tussenbalans.

Hij wijst er echter op dat 1994 een overgangsjaar is richting het post-bruteringstijdperk, waarin wordt uitgegaan van een ‘substantieel lagere minimale huursomstijging.’

Bovendien is uit de ervaringen met de huursombenadering in 1993 gebleken dat ondanks een minimale huursomstijging van 4,75% de gemiddelde huurstijging op 5,4% uitkwam. ‘Hierdoor’, zo schrijft de staatsecretaris, ‘is ruimte onstaan voor een lagere verplichte minimale huursomstijging in 1994.’

De verlaging, gekoppeld aan handhaving van het maximaal redelijke huurstijgingspercentage op 6%, zal er volgens Heerma in de praktijk toe leiden dat meer ruimte voor de verhuurders ontstaat om te differentieren bij de jaarlijkse huuraanpassing.

Overigens ziet de bewindsman niets in de suggestie die door het Kamerlid Versnel-Schmitz (D66) bij de begrotingsbehandeling van VROM was gedaan om de huurverhoging in guldens uit te drukken. ‘Een maximale huurverhoging in guldens zou tot gevolg hebben dat voor meer dan 90% van de woningen een hogere huurstijging mogelijk is dan de huidige 6%.’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels