nieuws

Recessie in Westeuropese bouw duurt al drie jaar

bouwbreed

Na het topjaar 1990 is de Westeuropese bouw wederom in een recessie geraakt, die nu al drie jaar duurt. De bouwproduktie nam gedurende drie opeenvolgende jaren met een toenemend tempo af: in 1991 en 1992 tezamen met 0,7%, maar in 1993 met 3,1%. Bovendien betrof de daling in 1993 -en dat is in onze herinnering nog nooit eerder het geval geweest- alle sectoren, ook de renovatie.

Het zwaarst is echter de particuliere utiliteitsbouw getroffen, die in 1993 11% moest prijsgeven en daarmee 18% beneden het peil van 1990 kwam. De woningbouw, die in 1992 mede door de lagere rente een opleving te zien gaf, zakte echter weer in, zo bleek op het wintercongres van Euro-Construct in Muenchen.

Er waren landen, waar de produktie nog steeg, maar dat waren veelal kleinere landen als Oostenrijk en Portugal (elk +1,5%) en Ierland (+0,8%), die weinig invloed hebben op het gemiddelde. Ook het westen van Duitsland (+0,5%) gaf nog een stijging te zien, maar blijkens de lage percentages was deze bijdrage en die van de kleine landen aan het totaalcijfer maar weinig positief.

Deze ontwikkeling is onderdeel van een algemene economische recessie, die tot uitdrukking komt in een verdere stijging van de werkloosheid en een daling van het totale bruto Europees produkt met ongeveer 1%.

Grotere landen

Voor het komende jaar wordt weliswaar enig economisch herstel verwacht, maar het is hoogst onwaarschijnlijk dat de bouw daar een bijdrage aan zal leveren. Meende men afgelopen zomer tijdens de conferentie in Kopenhagen nog een herstel ‘just around the corner’

te zien, die hoek lijkt nu toch wat verder weg dan toen. De raming voor de ontwikkeling van de totale Europese bouwactiviteit in 1994 is nu een verdere daling met bijna 0,5%.

Ondanks dat ook de Westduit se bouwproduktie door de economische recessie werd getroffen, behield het land zijn leidende positie onder de grotere Europese landen wat betreft de groei van de bouwactiviteit.

Dat de totale bouwproduktie nog met 0,5% steeg, had alleen zijn oorzaak in een gunstige gang van zaken in de woningbouw, waar de produktie met 5% toenam.

Daarentegen daalde de produktie van bedrijfsgebouwen en in de grond-, water- en wegenbouw met 3,5%, de produktie van gebouwen voor de overheid met 2,5%.

Voor 1994 wordt een verdere stijging van de nieuwbouw en renovatie van woningen voorzien, terwijl door de geringe investeringsbereidheid bij bedrijven en overheden de produktie in de overige sectoren blijft dalen. Het totaalresultaat voor 1994 zou dan rond +1,5% komen.

Frankrijk

Frankrijk stelde zijn raming van afgelopen zomer niet onbelangrijk naar beneden bij.

Voor 1993 en 1994 wordt nu een daling met respectievelijk 4% en 1% verwacht, die zich hoofdzakelijk voltrekt in de sector gebouwen voor bedrijven (ook daar mede en vooral de kantorenbouw), waar de produktie sedert 1990 met rond een kwart is verminderd, terwijl een verdere daling met 10% wordt voorzien. Ook de woningbouw geeft reeds enkele jaren een daling te zien, die nog niet geheel geeindigd is, maar toch meer op een consolidatie gaat lijken.

Groot-Brittannie

In Groot-Brittannie daalde de totale bouwproduktie in 1993 met rond 3%, vrijwel geheel als gevolg van een verdere instorting van de particuliere utiliteitsbouw, die sedert 1990 40% van zijn produktie inleverde. Inmiddels had de woningbouw zich sedert 1991 redelijk hersteld van een aanzienlijke inzinking. Voor 1994 wordt een verdere stijging van de nieuwbouw van woningen voorzien met ruim 7%, terwijl ook in de sector bedrijfsgebouwen de activiteit weer zal toenemen. In de civiele sector daalt de produktie, niet in de laatste plaats doordat de Kanaaltunnel voltooid wordt; ook de publieke utiliteitsbouw neemt af. Het totale resultaat voor 1994 is een magere1%.

Italie en Spanje

Ook in Italie daalde de produktie in 1993 en wel in alle sectoren. Dat zal ook in 1994 het geval zijn. Voor de ontwikkeling van de totale Italiaanse bouwactiviteit geeft EuroConstruct respectievelijk -5% en -2% op. In Spanje daalde in 1993 de produktie in alle nieuwbouwsectoren, maar vooral in de particuliere utiliteitsbouw (-20%). Inmiddels is met een stimuleringsprogramma begonnen, zodat de woningbouw, de publieke utiliteitsbouw en de civiele sector weer uit de mincijfers komen.

De vooruitzichten voor de particuliere utiliteitsbouw zijn echter nog weinig gunstig en voor 1994 wordt daar een verdere daling van de produktie met 12% verwacht. Daarmee zal de totale bouwactiviteit zich min of meer consolideren op het bereikte niveau.

Kleine landen

Belgie heeft een periode van herstel van de bouwproduktie achter zich, waar echter in 1993 een einde aan kwam.

Oorzaak was vooral een daling van de produktie van bedrijfsgebouwen en in mindere mate van de woningbouw. Voor de gehele bouw was de daling 4% en in 1994 volgt enige consolidatie.

In Oostenrijk is de bouwconjunctuur steeds relatief gunstig geweest. In 1993 daalde echter de particuliere utiliteitsbouw. Het resultaat was een wat geringere groei van de totale produktie dan in het verleden, maar de trend blijft positief. Onder invloed van stimulering van de sociale woningbouw en steun uit EG- structuurfondsen blijft ook Portugal in de plus-cijfers. Voor Nederland wordt voor 1993 een daling van de bouwactiviteit met 4% vewacht, gevolgd door -1% in 1994, vrijwel geheel als gevolg van een verder afnemen van de particuliere utiliteitsbouw. Dat is ook het beeld in Zwitserland, zij het dat de totaalcijfers met -2% in 1993 en -0,5% in het daaropvolgende jaar iets minder ongunstig zijn. Ierland, met een vrij kleine economie, heeft per sector vrij grote fluctuaties, maar doet het, in ‘it’s own small way’, alles tezamen genomen, eigenlijk redelijk goed.

Scandinavie

Ook in Denemarken pleegt de bouwproduktie te fluctueren en naar de ervaring leert, zeer sterk. Na enkele jaren met een grote daling verwachten de Denen na een 0-groei in 1993 in 1994 met 2% weer wat herstel, vooral door een toeneming van de woningbouw. Ook Noorwegen laat soms vrij grote bewegingen in de cijfers zien. Recent vertraagde echter de daling in de woningbouw en nam de utiliteitsbouw toe, zodat 1993 na enkele zeer moeilijke jaren met -1% afsloot.

In 1994 zijn er per sector nog slechts plus-cijfers en een totaal van +3%.

Zweden en Finland

Blijven Zweden en Finland, Europa’s zorgenkinderen. In Zweden daalde de produktie in de gehele gebouwensector, zodat de totale bouwactiviteit in 1993 18% minder was dan in 1990. In Finland was het nog erger: daar voltrok zich de daling in alle sectoren en bedroeg niet minder dan 40%. Zweden verwacht geen verbetering: vooral door een verdere daling van de woningbouw met niet minder dan 62% (!) in 1994 daalt de totale bouwproduktie met ruim 12%. Ook in Finland wordt nog geen verbetering voorzien.

Reageer op dit artikel