nieuws

Provincies werken nieuwe regels bodemsanering uit

bouwbreed

In de eerste helft van 1994 treedt naar verwacht hoofdstuk 4 van de Wet bodembescherming in werking. Deze wijziging maakt veranderingen noodzakelijk voor de betrokkenheid van derden bij het uitvoeren van onderzoek en sanering. Voorts zijn aanvullende provinciale bepalingen mogelijk bij de voorbereiding van de beschikking die aangeeft of verontreiniging ernstig is, welke gegevens in het saneringsplan moeten staan en wanneer goedkeuring van dat plan volgt.

Onder meer deze onderwerpen staan in het eerste deel van de milieuverordening die gebaseerd is op een model van het Interprovinciaal Overleg (IPO). De Randstadprovincies willen dit model zoveel mogelijk uitwerken tot uniforme verordeningen. In afwijking op het IPO-model wordt onder meer de inspraakregeling bij gevallen van bodemsanering niet geregeld in de provinciale milieuverordening van Utrecht omdat de algemene inspraakverordening van deze provincie daarin reeds voorziet. NoordHolland brengt een uitbreiding aan op het IPO-model. Sinds 1985 verstrekt deze provincie een financiele tegemoetkoming voor de kosten van deskundigenbijstand. Gedeputeerde staten van Zuid-Holland willen deze regeling als gevolg van de financiele gevolgen niet overnemen. Het college wil alleen in zeer incidentele gevallen een bijdrage geven. Ook Utrecht ziet af van overname van deze regeling.

Nieuwe taak De beoordeling van saneringsplannen en de voorbereidingsprocedure ervan vormen een nieuwe taak op grond van de Wet bodemsanering. Aan de hand van deze wet kan de provincie een bedrag heffen bij de indiening. De provinciale legesverordening dient hier evenwel in te voorzien. Het IPO discussieert nog over een heffingsgrondslag. Het overleg behandelt onder meer de mogelijkheid om door middel van een symbvolische heffing af te zien van leges. Op die manier wil men voorkomen dat legeskosten de uitvoering van vrijwillige saneringsplannen vertragen of voorkomen. In dat geval moeten de provincies de kosten uit eigen middelen betalen. Als gevolg van dit nog lopende overleg ke begin volgend jaar nog geen leges worden geheven. De Algemene wet bestuursrecht verhindert het heffen van leges op het nemen van besluiten over meldingen en nader onderzoek.

Gedeputeerde staten van ZuidHolland constateren dat de provincies met het in werking treden van de Wet bodembescherming meer taken en bevoegdheden krijgen waarvoor geen of onvoldoend dekking is.

Te denken valt bijvoorbeeld aan het uitvaardigen van saneringsbevelen. VROM zou op grond van het ‘bestuursakkoord’ de provincies de ontbrekende middelen moeten geven.

Het IPO zal dit onderwerp met VROM bespreken. Het dagelijks bestuur van Zuid-Holland wil door een aanvulling op de wet of door een nadere regeling in de provinciale milieuverordening tegemoet komen aan bezwaren omtrent het ontbreken van inspraak en beroep voor provinciale saneringsplannen. Tot dan blijft voor het ter inzage leggen van het saneringsonderzoek bij saneringen die de provincie utivoert de huidige tijdelijke inspraakregeling van kracht.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels