nieuws

Opzienbarende selectie architect Het Kruithuis

bouwbreed

Museum ‘Het Kruithuis’ in ‘s-Hertogenbosch wordt wellicht uitgebreid met een nieuwbouw waarvan het budget f. 14 miljoen bedraagt. B en W van Den Bosch besloten de vormgever Borek Si’pek uit Amsterdam opdracht te geven voor deze uitbreiding.

Het betekent een hernieuwde opdracht, na een eerdere meervoudige opdracht die vraagtekens oproept ten aanzien van de architectonische ambities.

In 1983 schreef het gemeentebestuur een meervoudige opdracht uit voor uitbreiding van een moeilijk bruikbare museale huisvesting van Het Kruithuis.

Aanvankelijk wilde men rechtstreeks opdracht geven aan Mart van Schijndel, maar in voorbereidende gesprekken bedacht men dat vier ‘moderne ontwerpen de weerstand zouden verminderen als daaruit het beste werd gekozen.

Daarom kregen ook Jo Coenen, HubertJan Henket en Sjoerd Soeters in 1983 het verzoek een ontwerp te maken.

Het budget was toen een miljoen gulden en behelsde een beperkte uitbreiding van het moeilijk bruikbare monumentale kruithuis voor de museale functie. Hoewel het ontwerp van Sjoerd Soeters door een jury onder leiding van Wim Quist voor uitvoering werd aanbevolen, is dat ontwerp nooit uitgevoerd.

Uitbreiding nodig

Uitbreiding van Museum Het Kruithuis is al heel lang gewenst. Het museum heeft een bijzondere collectie keramiek en voert verder een voortvarend expositiebeleid met hedendaagse kunst.

Het voormalige kruithuis bestaat uit een zeskantig gebouw rond een binnenplaats. Dienstruimten op begane grond en verdieping maken een logische rondgang in de zeshoek onmogelijk, er is relatief weinig wandoppervlak beschikbaar en de vloeroppervlakte is veel te klein. Het heeft in feite te lang geduurd voordat opnieuw pogingen tot uitbreiding worden ingezet. Daarbij is de meervou dige opdracht van tien jaar geleden belangwekkend, omdat de keuze van de vier architecten een ambitieniveau toonde, dat een vernieuwde visie in het gebruik van de museale ruimte verraadde, binnen een gebouw dat als monument is ingeschreven. Hier komt derhalve opnieuw de vraag aan de orde, hoe we in de jaren negentig bij dit hergebruik van een kruithuis omgaan met de historische waarde van het gebouw.

In de opdracht is aangegeven dat het 17e eeuwse gebouw met respect moet worden uitgebreid, van nu circa 1000m2 functioneel oppervlak tot 5000m2. Enkele belendende gebouwtjes mogen worden afgebroken.

Monumentale aspect

De geschetste politieke opvatting die in 1983 al leidde tot een meervoudige opdracht, om keuze van een modern ontwerp via het smeermiddel van een meervoudige opdracht in de plaatselijke politiek te vereenvoudigen, geldt in feite nog steeds. Een serre op de binnenplaats is al jaren aanstootgevend voor een kleine lobby van harde heemschuttende monumentenbewaarders. Overdekking van deze binnenplaats ligt voor de hand, maar zou evenmin door deze lobby worden geaccepteerd, terwijl ook het aanbrengen van een lift om deze reden al jaren wordt tegengehouden. De huidige toestand van het monument is bevroren en leidt tot buitengewoon moeilijk gebruik, aldus een woordvoerder van het museum.

Dat is merkwaardig in een tijd dat het gebruik van een monument terughoudende aanvullingen niet in de weg hoeft te staan. De toestemming voor de uitbreiding van De Waag op de Amsterdamse Nieuwmarkt met een hedendaagse uitbouw, is daar een van de voorbeelden van.

Het ligt daarom voor de hand, dat de uitbreiding vooral buiten het eigenlijke bouwvolume komt te liggen, daarmee verbonden, maar zonder te ingrijpende aantasting.

Architectenkeuze

Omdat van een geheel nieuwe opzet sprake is ten aanzien van de meervoudige opdracht tien jaar geleden, koos men maar een heel nieuwe architect. Borek Si’pek geniet grote bekendheid als postmodern vormgever van voorwerpen op het grensgebied van kunst en nijverheid. Zijn architectonische inspiratie geldt vooral interieurzaken, waaronder stoelen en bijvoorbeeld de inrichting van de centrale hal in het Nederlands Architectuurinstituut. Enkele ontwerpen gaan wat verder, maar zijn nog niet uitgevoerd.

De ambitie die uit de architectenkeuze spreekt is er een van een zoeken naar het volstrekt onovertroffen kunstwerk, zoals het Groninger Museum dat vond in het ontwerp van de meer vormgever dan architect Allesandro Mendini en het Bonnefanten Museum in de Italiaans architectuurpaus Aldo Rossi. De laatste werd gekozen ondanks de matige kwaliteit van werk dat tot nu toe van hem in ons land is gerealiseerd.

De tendens naar het zoeken van grensverleggende museum-architectuur is internationaal. Beeldend kunstenaar Frank Stella ontwierp een -inmiddels ongehonoreerd en afgewezen- dakpaviljoen voor het Groninger Museum van Mendini, dat nogal wat deining in Groningen teweeg gebracht heeft. Maar in Dresden ontwierp Stella een complete kunsthal van aanzienlijk grotere omvang, waarvan de bouw nog niet zeker is.

Niet elegant

Tegenover de architecten uit de meervoudige opdracht is het niet elegant. De opdracht aan Si’pek brengt veel onzekerheden met zich mee en vooralsnog heeft die ogenschijnlijk vooruitstrevende politiek, nog geen hedendaagse museale transformatie van het zeventiende eeuwse kruithuis in een hedendaags museum voorzien, met eventueel beperkte ingrepen in het kader van die monumentale status. Dat alles maakt de opdrachtverlening spannend, maar er was nu wellicht meer reden voor een meervoudige opdracht geweest. Si’peks opvattingen noemt het museum in dit kader ‘eigenzinnig’; dat moet ke, maar het kan niet in het nadeel van de vier eerder betrokken architecten gelden dat zij naast hun eigenzinnige opdracht, ook inmiddels de nodige praktische ervaring opdeden.

Reageer op dit artikel