nieuws

Object-gericht systeem eenvoudig aan te passen

bouwbreed

Bouw Management Systemen (BMS) van CTB te Ede levert binnenkort het eerste systeem, dat gebaseerd is op object-georienteerde software. Zulke software is binnen een mum van tijd op het niveau van de medewerker aan te passen en maakt zodoende een ‘bottom-up’ ontwikkeling van systemen mogelijk. Bovendien is het onderhoud van een object-georienteerd systeem eenvoudiger dan van ‘gewone software. De introductie van object-georienteerde systemen is dan ook goed voor ‘een aardverschuiving in de bouw’, aldus W. Lems, marketing manager bij CTB.

Een object-georienteerd systeem werkt anders dan een relationele database. De gegevens worden niet in een ‘intelligent magazijn’, maar in ‘objecten’ opgeslagen. Objecten zijn afgeperkte delen van de software, die boodschappen ke verwerken en onderlinge relaties hebben. In een objectgerichte database wordt elk gegeven slechts eenmaal vastgelegd, terwijl de verbanden tussen de gegevens vrij zijn te modelleren. In een relationele database daarentegen worden tegelijk met de data de verbanden vastgelegd. Het aanpassen van een relationeel systeem aan de wensen van de gebruiker vraagt dan ook veel meer tijd dan van een object-georienteerd systeem. Volgens Lems kost het ‘modelleren’ van het Bouw Management Systeem van CTB voor een middelgroot bouwbedrijf slechts ca. drie dagen. De ontwikkeling van het systeem als geheel, op basis van het programma Traverse van Pluri form en draaiend op OS-2, heeft slechts een maand of drie geduurd.

Geen dubbele data

Een voordeel van het objectgeorienteerde Bouw Management Systeem is, dat er geen dubbele data in voorkomen. De plaatsnaam ‘Den Haag’ bijvoorbeeld wordt slechts eenmaal ingevoerd, in het object ‘plaatsnamen’. Wil men de schrijfwijze ”s-Gravenhage’ hanteren, dan is het voldoende om de naam in het object te wijzigen. Een verbinding met ‘070-‘ in het object ‘telefoonnummers’ zorgt voor het automatisch verschijnen van het kengetal. Afhankelijk van de functie van de medewerker komen zulke gegevens wel of niet op het scherm. Een eventuele wijziging van data vindt in het object plaats, zodat het hele systeem onmiddellijk op de hoogte is van de verandering.

Het van tijd tot tijd ‘opschonen’ van de database is dus niet meer nodig. Een kenmerk van object-georienteerde software is, dat de objecten gekopieerd ke worden met be houd van eigenschappen (‘inheritance of overerving). Door overerving is het mogelijk om bijvoorbeeld de data van een bepaald bedrijf zowel te gebruiken binnen het object ‘crediteuren’ als het object ‘debiteuren’. Er ke dus geen verschillen optreden in de gegevens van de crediteuren- en debiteurenadministratie.

Termijnbetalingen

In de door CTB aan Cobouw gedemonstreerde versie van het Bouw Management Systeem zit nog geen mogelijkheid om termijnbetalingen te registreren. Het is in de bouw wel gebruikelijk dat de bouwsom in termijnen wordt voldaan.

Volgens CTB is het dankzij de object-gerichtheid van de software eenvoudig om deze optie toe te voegen. ‘De daarvoor benodigde gegevens bevinden zich grotendeels reeds in de objecten. Het is slechts een kwestie van aanbrengen van verbanden en oproepen van de gegevens. Er is geen langdurig programmeerwerk voor nodig om met het Bouw Management Systeem de termijnen te ke regelen.’

De medewerker aan het scherm zal tijdens het gebruik weinig merken van de objectgerichtheid van het systeem. Net als bij relationele software kan hij of zij afhankelijk van de functie gegevens opvragen, wissen, wijzigen of toevoegen. De winst in tijd en flexibiliteit wordt vooral geboekt bij de implementatie en het onderhoud.

De programmeur kan als modelleur met zijn ‘tool-kit’, het gereedschap voor ‘software engineering’, aan de slag. Hij kan objecten kopieren met be houd van eigenschappen (‘inheritance), wijzigen, activeren en verbanden leggen.

Bottom-up

Object-georienteerde software gaat goed samen met een andere ontwikkeling op het gebied van de informatisering: het ‘bottom-up’ ontwikkelen van systemen. Lems: ‘Vroeger werd eerst hardware aangeschaft, daarna software, en tenslotte ging men ermee aan de slag. Tegenwoordig is het gebruikelijk om eerst naar de organisatie te kijken en pas daarna een keuze voor software en hardware te maken. Wij gaan nu een stap verder en kijken eerst naar de medewerkers in de organisatie. De ‘bottom-up’ ontwikkeling van systemen biedt als voordeel, dat de medewerkers precies dat krijgen wat ze nodig hebben en wensen; de medewerkers zijn daardoor beter gemotiveerd en de software wordt meer efficient gebruikt.’

De medewerker- en organisatiespecifieke objecten vormen als het ware schillen rond een kern. In die kern bevinden zich de stabiele objecten, die zelden gewijzigd hoeven te worden.

Samen met de medewerkers van een organisatie inventariseert CTB de wensen en eisen, waaraan de medewerkerspecifieke objecten moeten voldoen.

Na een dag of drie is het gehele pakket gemodelleerd naar het bedrijf. De gebruikers krijgen een cursus en na enkele maanden wordt opnieuw nagegaan of er nog iets aangepast moet worden. CTB stelt de software tegen betaling naar gebruik beschikbaar, met een minimum en een maximum.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels