nieuws

Metselwerk met schrale voeg is te verbeteren

bouwbreed Premium

Metselwerk met een te schrale voeg kan aanzienlijk worden verbeterd door de voeg met siliciumester te behandelen. Gaat het echter om de weerstand tegen zure regen, dan is een behandeling met silaan of slioxaanacrylaat de aangewezen weg. De versteviging van het metselwerk is altijd riskant bij aanwezigheid van chloriden of sulfaten. De gevoeligheid voor vorstschade is niet door een steenverstevigende behandeling weg te nemen.

Dat zijn de resultaten van een onderzoek van de Stichting Bouw Research te Rotterdam, gepubliceerd in SBR-rapport 297. Het onderzoek werd voor een deel in het laboratorium en deels in de praktijk uitgevoerd.

In het laboratorium is de inwerking van verstevigende middelen op metselwerk van baksteen, mergel, kalksteen en tufsteen uitgezocht. In de praktijk zijn acht poen bezocht, waar gebruik is gemaakt van steenverstevigers.

Het blijkt dat versteviging van metselwerk weinig wordt toegepast en dat opdrachtgevers in de regel niet op de hoogte zijn van de mogelijkheden.

In het rapport staat, dat traditionele middelen zoals alkalisilicaten (waterglas), fluorwaterstofzuur (HF) en fluaten nauwelijks effect hebben.

Sommige hebben zelfs ongewenste eigenschappen. Deze middelen zijn verdrongen door moderne verstevigers. Dat zijn de siliciumesters en siloxaanacrylaat. Het laatste is bekend geworden als hydrofobeermiddel, maar het heeft ook een verstevigende werking. Tenslotte zijn er verscheidenen middelen die in een speciale ruimte toegepast ke worden, zoals polyurethaanhars, epoxyhars, polyesterhars, acrylhars en siliconenmicroemulsies. Het nadeel is dat het te behandelen object altijd naar de werkplaats toegebracht moet worden.

Herstellen binding

Siliciumesters, ook wel kiezelzuuresters of alkylsilicaten genoemd, hebben de chemische formule Si(OR). In de formule staat (OR) voor een alkoxygroep, bijvoorbeeld ethoxy (C2 HO). Ze worden aangebracht door vloeien of spuiten zonder lucht. Het middel is meestal opgelost, maar komt ook oplosmiddelvrij op de markt. De werking is gebaseerd op het herstellen of toevoegen van de binding tussen de korrels. De versteviging vindt alleen plaats als er nog voldoende klien porien, dus ook bindingen zijn. Zijn de porien te groot, dan vindt na enige tijd weer degeneratie plaats. De oorzaak van de aantasting moet dan worden verholpen.

In het rapport worden een groot aantal vragen over versteviging gesteld en beantwoord. Het zijn vragen over de kosten, de levensduur, de soorten metselwerk die behandeld ke worden, enzovoort. De tweede helft van het rapport geeft de methoden en resultaten van het onderzoek. De eigenschappen van de middelen, de proefstukken en de verschillende omstandigheden worden uitgebreid behandeld. Tenslotte biedt het rapport een verslag van een aantal praktijkgevallen. Globaal blijken de beste resultaten bereikt te worden met behulp van siloxaanacrylaat.

Het SBR-rapport 297 ‘Steenversteviging; keuzemodel en achtergronden’ is te verkrijgen bij de SBR te Rotterdam, tel. 010-4117276.

Reageer op dit artikel