nieuws

‘De Ploeg’ in Groninger Museum

bouwbreed Premium

Het jubileum van de 75-jarige Groningse kunstenaarsvereniging De Ploeg wordt afgesloten met een grote tentoonstelling in het Groninger Museum. Het architectenbureau AAS ontwierp de opstelling van deze te expositie in het oude gebouw. In de nieuwbouw van het museum in de Zwaaikom tegenover het station komt eind volgend jaar een permanente ruimte met wisselend werk van De Ploeg.

Het Groninger Museum bezit 1300 werken van Ploeg-kunstenaars, waaronder een aantal permanente bruiklenen. Opmerkelijk is dat De Ploeg geen groep van in verwante stijl werkende kunstenaars vormde. Integendeel, veel kunstenaars werkten in expressionistische trant, maar ook waren er geometrisch en zowel in de richting van de Amsterdamse School als De Stijl werkende leden aangesloten. In de jaren twintig werden voor lezingen dan ook uiteenlopende mensen uitgenodigd als Berlage, Oud, Van Loghem, Rietveld, Wijdeveld en andere ontwerpers.

Veel leden van De Ploeg beoefende de schilderkunst, maar ook toegepaste kunst zoals grafiek, beelhouwwerk, meubelmaken en dergelijke kwam voor. Ook waren een aantal architecten lid van De Ploeg, zodat men naast geometrische schilderijen van Wobbe Alkema ook stoelen van hem op de tentoonstelling ziet, wisselend onder invloed van de Amsterdamse School en Berlage. Alkema was tegen zijn zin op de academie Minerva ingeschreven voor de afdeling meubeltekenen, hetgeen zijn afwisselende werk min of meer verklaard.

Wanneer de tijden moeilijk waren om schilderijen te verkopen, dan hield hij zich met meubelen bezig. Een ander interessant voorbeeld daarvan vormt een lamp, samengesteld uit eikenhouten latjes en matglas. Alkema is werkzaam geweest op het architectenburau Evert van Linge, die in die periode ook in de trant van de Amsterdamse School ontwierp.

Een architect als Job Hansen werd in 1923 lid van De Ploeg, maar begon pas in 1927 serieus te schilderen. Hij ontwikkelde een eigen techniek door de olieverf met benzine te verdunnen. Zo ontstonden benzinerels die snel en expressief werk opleverden. Daarnaast ontwierp hij geometrisch glas-in-lood en lampen die ook uit glasplaten werden gemaakt.

Een van de bekendste Ploeg-leden was H.N. Werkman. Met zijn achtergrond van drukker kwam hij tot geheel eigen vormen van grafisch werk. Enerzijds behoren daartoe posters en andere grafiek, waarin hij onconventioneel gebruik maakte van de grotere letters en cijfers, zoals die toen voor hoogdruk in blokjes hout waren gesneden. Maar ook tekende en schilderde hij en maakte hij gebruik van verschillende technieken in een werk. Al in 1939 ontdekte de naoorlogse directeur van het Amsterdamse Stedelijk Museum Sandberg het werk van Werkman. De kunstenaar keek er van op dat iemand hem vanuit Amsterdam voor zijn kunst bezocht. Maar zijn reeks Chassidische Legenden, geinspireerd op het gelijknamige boek van Martin Buber, maakten grote indruk in de kringen van moderne kunstenaars in die tijd. Naast het Stedelijk heeft ook het Groninger Museum een reeks afdrukken, die op de tentoonstelling een ereplaats hebben gekregen.

Van Werkman treft men er verder posters aan, boekjes en het in kleine oplage verspreidde tijdschrift The next Call, maar ook vroege tekeningen en enkele schilderijen. Werkman is een kunstenaar wiens werk nu internationaal sterk de aandacht trekt, en die zowel in het Groninger Museum als dank zij Wil Sandberg in het Stedelijk in Amsterdam ruim in de collectie vertegenwoordigd is.

Zo levert het werk van De Ploeg-leden een veelzijdig beeld op van hetgeen er in de Groningse regio leefde onder eigentijds werkende kunstenaars. Sedert het aantreden van W. Jos de Gruyter in 1955 als directeur van het Groninger Museum, werd de nadruk gelegd op het verzamelen van werk van De Ploeg. Het museum legde zich toe op moderne kunst, hetgeen door de huidige directeur Frans Haks werd uitgebreid tot vooral veel postmoderne gebruiksvoorwerpen (en het volgend jaar te openen museumgebouw).

Maar ook Haks benadrukt de waarde van het uiteenlopende werk van Ploegleden en tracht de collectie nog steeds verder te completeren, ondermeer met gebruiksvoorwerpen.

De inventariserende tentoonstelling die nu te zien is, laat slechts een vijfde deel van de totale collectie zien. In de toekomst verwacht men op het onderwerp terug te komen, bijvoorbeeld met werk van een enkele kunstenaar, maar in ieder geval komt er in het door Coop Himmelblau ontworpen dakpaviljoen een ruimte waarin men permanent werk van De Ploeg wil laten zien.

De tentoonstelling is mede ‘opgehangen’

aan het vijfenzeventig jarig bestaan van de kunstenaarsvereniging, maar toont in deze expositie alleen werk uit de vroegste periode. Elders zijn andere tentoonstellingen en documentaties verschenen, waardoor het Groninger Museum zich deze markante presentatie kon veroorloven. Er is een royaal boek bij uitgegeven dat eigentijds, en licht modieus, werd vormgegeven door Swip Stolk, waardoor sommige tekstfragmenten onleesbaar werden en de vormgeving het gebruik frustreren.

Bijschriften moet men ergens achter in het boek proberen te vinden. Maar de veelheid aan illustraties in kleur maakt wat goed en qua boekontwerp vormt het een unicum, zoals overigens eerdere uitgaven van het museum.

Architectenbureau AAS richtte de tentoonstelling in, soms wat grof gedetailleerd qua timmerwerk, maar veelal recht doende aan het uiteenlopende formaat van de werken in een ruimtelijke context.

Het is geen kleinigheid om zoveel verschillende werken op een aantrekkelijke wijze tentoon te stellen.

WVH Tentoonstelling ‘De Ploeg verzameld in het Groninger Museum’. Deze te tentoonstelling in het oude gebouw is tot 30 januari 1994 te zien. Bij de tentoonstelling verscheen een gelijknamig boek dat in het museum te koop is voor f. 75.

Reageer op dit artikel