nieuws

CE-markering gastoestellen kan kans of bedreiging zijn

bouwbreed

‘Is de CE-markering voor gastoestellen een kans of bedreiging voor Nederlandse installateurs?’ Deze vraag wierp mr. J. van Walsem, voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Installatiebedrijven (VNI) op tijdens de persconferentie die gisteren in de Jaarbeurs te Utrecht werd gehouden.

Hoe het ook zij de CE-markering wordt per 1 januari 1996 definitief van kracht en dient op elk gastoestel aanwezig te zijn. ‘De installateurs worden zo langzamerhand gek van de voorschriften die over hen heen komen’, zo zei hij. ‘Ze hebben te maken met de asbestproblematiek, arbowet, aansprakelijkheid en dan nu de CE-markering, die overigens in Nederland nu twee jaar bestaat. Aanvankelijk werd dit merk aangeduid als CE-merk, maar dat is per 22 juli dit jaar na heftige discussies veran derd in CE-markering. Er moet nog veel werk worden verzet om de certificering voor de CE-markering bij de fabrikanten en installateurs te introduceren. De kennis hierover is bij de branche nauwelijks aanwezig’, zo zei hij.

Cooperatief

‘Als VNI hebben we ons jarenlang cooperatief opgesteld en samenwerking gezocht en gevonden met de overheid. Dat is op een teleurstelling uitgelopen. Er is nu sprake van eenrichtingsverkeer. De overheid treedt terug en laat alles aan de markt over. Het gaat dan ook niet goed in de verwar mingsbranche’. Van Walsum ziet een moeilijk jaar voor de grotere installatiebedrijven.

De kleinere en kleintjes zullen het naar zijn oordeel nog wel redden. Eind 1994 verwacht hij echter dat de cv-markt weer zal aantrekken.

CE-markering

‘Er valt niet te ontsnappen aan de CE-markering’, zo vervolgde F.R. van Os, beleidsmedewerker ‘Eenheid Normalisatie en Bedrijfsvoering’ van het ministerie van Economische Zaken. Nu hebben de fabrikant nog de keuze tussen de nationale keurmerken GIVEG en VISA en de CE-markering.

Na 1996 is echter de CE-markering voor elk gastoestel verplicht. Dus doen fabrikanten en installateurs er goed aan zich daarop te richten. Het geldt echter uitsluitend voor gastoestellen voor de woning- en utiliteitsbouw en niet voor gastoestellen voor industriele doeleinden. Als de CE-markering per 1996 definitief is ingevoerd, dan betekent dit dat 240000 centrale verwarmingsbedrijven in Europa hierbij zijn betrokken. Hoewel dit merk al twee jaar in Nederland is ingevoerd wil dat nog niet zeggen, dat het internationaal in Europa wordt erkend”, zo zei hij. Er wordt nog stevig gesteggeld over de preciese afbakening van de niet onbelangrijke randvoorwaarden, die aan de markering zijn verbonden.

‘De CE-markering vrijwaart de fabrikant en de producent en installateur echter niet van hun aansprakelijkheid. In geval van gebreken zal opnieuw worden bekeken of het desbetreffende toestel werkelijk aan de normen voor de markering heeft voldaan. De CE-markering verwijst maar liefst naar 28 richtlijnen waaraan moet worden voldaan’, zo sprak Van Os.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels