nieuws

BWS ’95 biedt woningbouw weinig zekerheid

bouwbreed

Met het huidige concept-Besluit Woninggebonden Subsidies 1995 (BWS ’95) is het niet mogelijk de bouw van voldoende woningen zeker te stellen als rente en inflatie stijgen. Dit kan worden geconcludeerd uit een concept-advies van de Raad voor de Volkshuisvesting over het BWS ’95. De RAVO omschrijft de mogelijkheden om bij te sturen als ‘uiterst twijfelachtig’.

Zoals bekend worden in het nieuwe BWS ’95 een ander subisidiesysteem voorgesteld dan in het huidige BWS wordt gehanteerd. Centraal staat de afschaffing van de exploitatiesubsidies, zoals al was aangekondigd in de nota Volkshuisvesting in de jaren negentig en de Trendbrief.

De regionale budgethouders krijgen in de plaats daarvan de beschikking over een volkshuisvestingsbudget, dat wordt gevoed met stimuleringsbijdragen voor nieuwbouw en ingrijpende verbeteringen, toeslagen voor plaatselijk verschillende omstandigheden en bereikbaarheidstoeslagen.

Volgens de raad is een dergelijk scenario, het bouwen zonder exploitatiesubsidies, op zichzelf denkbaar. De lage rente en inflatie, twee belangrijke parameters in het BWS, en de wijze waarop de huren zich ontwikkelen maken het in beginsel mogelijk kostendekkend te bouwen. De praktijk wijst echter anders uit. Op dit moment is immers in bepaalde delen van het land al sprake van een stagnatie in de bouwproduktie, met name in de sociale sector, en het ziet ernaar uit dat deze problemen zich ook in de toekomst zulen voordoen, aldus de raad.

Stagnatie

‘Als stagnatie in de woningbouw al plaatsvindt in tijden van voldoende financiele middelen als gevolg van een gunstige rentestand, moet worden gevreesd voor nog meer stagnatie als die middelen worden afgeschaft’, zo schrijft de RAVO in zijn concept-advies.

‘De toegenomen woningbehoefte is niet gebaat bij een volkshuisvestingsbeleid waarin de beschikbaarheid van woningen niet is verzekerd. Het gevolg is dat het woningtekort verder zal oplopen.’

Daar komt bij dat het BWS ’95 sowieso al te weinig rekening houdt met de mogelijkheid van een stijgende rente of inflatie.

Volgens de raad is het in het kader van het huidige conceptBesluit niet mogelijk de bouw van voldoende woningen zeker te stellen, als rente en inflatie inderdaad zullen gaan stijgen.

‘De raad beoordeelt de sturingsmogelijkheden van het BWS ’95 als uiterst twijfelachtig. De rijksverantwoordelijkheid voor de volkshuisvesting dreigt inhoudsloos te worden wanneer er geen instrumentarium aanwezig is om snel op ongewenste ontwikkelingen te ke reageren. Hij pleit ervoor dat blijvend een flexibel instrumentarium beschikbaar is voor het zo nodig verstrekken van bijdragen.’

Procedures

Ook procedureel heeft de RAVO kritiek op het BWS ’95. Het besluit is namelijk op een aantal onderdelen, met name daar waar het gaat om de verdeling en toedeling van de budgetten, te complex, zeker in verhouding tot de steeds kleiner wordende bijdragen van het rijk.

‘Bij de uitvoering van het BWS ’95 is een groot aantal partijen betrokken’, constateert de RAVO. ‘Naast het rijk, gedeputeerde staten en de budgethouders spelen ook nog de gemeenten en de marktpartijen een rol. Een en ander kan met name in de aanloopfase hoe uitvoeringskosten met zich meebrengen, die in geen relatie staan tot de beschikbare middelen.’ Bovendien kan het in de praktijk ertoe leiden dat zich op enig moment vier bestuurslagen met de uitvoering van het BWS bezighouden. De raad pleit daarom voor vereenvoudiging van de budgetterings- en subsidieprocedures.

Vergadering

Het concept-advies zal vandaag door de RAVO worden besproken. De uitkomst daarvan staat nog niet geheel vast, omdat vooral N. van Velzen, directeur van de Nationale Woningraad een aantal ingrijpende tekstwijzigingen heeft voorgesteld.

Van Velzen bestrijdt bijvoorbeeld de mening, die in het concept wordt verkondigd, dat het op dit moment in principe mogelijk is om subsidieloos te bouwen. ‘Gegeven de locaties waar gebouwd moet worden en gezien de koopkracht van de doelgroep is het ondenkbaar dat de komende jaren subsidieloos wordt gebouwd.’

Ook maakt de NWR-directeur bezwaar tegen een passage in het advies, waarin wordt gesteld de verzelfstandiging van de corporaties en de zorg om de financiele continuiteit van de instelling op gespannen voet staat met hun sociale doelstelling. ‘Deze alinea is buitengewoon ongelukkig en onjuist geformuleerd’, aldus Van Velzen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels