nieuws

Bonden voorstander van combinatie-vut

bouwbreed Premium

Om tot beheersing van de collectief te dragen kosten voor vervroegde uittreding te komen, hebben de bouwbonden van FNV en CNV en de vakvereniging Het Zwarte Corps werkgevers een wijzigingsvoorstel van de vut voor bouwplaatspersoneel gestuurd. De bonden stellen een combinatie voor van het huidige collectieve omslagstelsel met een individueel opbouwstelsel.

Uitgangspunt van de bonden is dat voor het collectief te financieren deel (waarbij werkgever en werknemer elk de helft van de premie betaalt) gewerkt moet gaan worden met wat een ‘uitkeringsbudget’ wordt genoemd.

Dat budget wordt gesteld op 400% van het jaarloon van betrokkene. Treedt iemand op 57-jarige leeftijd uit, zoals nu voorzien in de bouwcao, dan zal hij tot zijn 65ste jaar die 400% krijgen uitgekeerd of wel 50% van zijn loon gedurende acht jaar. Treedt hij uit op 59-jarige leeftijd dan krijgt hij gedurende zes jaar 67%, vanaf vut op 61-jarige leeftijd bedraagt de uitkering gedurende vier jaar 75%, wat tevens het maximum uit te betalen geldbedrag is.

De hiervoor benodigde premie wordt door werkgevers en werknemers gedeeld. Momen teel bedraagt de premie 5,9%.

Om dit deel van het voorstel mogelijk te maken, zullen overigens bouwvakkers die vervroegd uittreden deze premie moeten blijven betalen, iets wat nu niet het geval is.

Zo wordt echter voorkomen dat in de komende vijf jaren de vut-premie van de huidige 5,9% zou oplopen tot 11% omdat werkgevers al hadden laten weten maximaal 3% te willen bijdragen.

Om desondanks bouwvakkers in de gelegenheid te stellen een hogere vut-uitkering te krijgen dan voorgesteld, kan men ook individueel en op vrijwillige basis bijsparen via het betalen van een extra vut-premie.

Het gedurende de loopbaan gespaarde zal dan bij uittreding worden uitgekeerd. Dit spaardeel is onvervreemdbaar.

Partijen gaan zich nu over dit voorstel buigen. Ze hebben nog even te gaan omdat de huidige vut-regeling in de bouw van kracht blijft tot 1 januari 1995.

Overgangsregeling

Behalve dat er in het algemeen naar de vut-regeling zal moeten worden gekeken, zal er ook een overgangsregeling moeten komen voor degenen die binnen enkele jaren aan hun vut toe zijn, omdat die niet(s) meer bij ke sparen.

Dat kan betekenen dat de tussen werkgever en werknemer te verdelen vut-premie voor het collectieve deel nog enkele jaren zal oplopen van 5,9% nu tot ongeveer 8%, waarna die weer kan gaan dalen.

Reageer op dit artikel