nieuws

Bodembescherming vergt accurate voorbereiding

bouwbreed

Bodembescherming is geen confectiewerk. De eisen zijn verschillend of onduidelijk, elke locatie is anders, de bedrijfsvoeringen varieren en de belastingen zijn niet hetzelfde. Mede daardoor valt er geen algemene prijs te noemen voor een vierkante meter vloeistofdichte vloer. Dat kan pas na het verwerken van onderzoeksresultaten en eisen tot een constructie met eventuele alternatieven. Deze prijsopgave is onderverdeeld in de kosten voor grondwerk, afdichting, riolering, bijkomende werken, onderhoud en garantie.

Volgens bestuurslid H. Haukes van het Nederlands Informatiecentrum Bodembeschermende Voorzieningen (NIBV) stellen drie partijen eisen aan afdichtingsconstructies. Op een bijeenkomst in Utrecht legde hij uit dat de overheid deze eisen vaststelt aan de hand van de Wet bodembescherming en de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, en op grond van alle afgeleiden van deze wetten.

De eisen van de gebruiker houden verband met de tijd waarin een constructie vloeistofdicht blijft en met de eisen die de Wet milieubeheer stelt. De gebruiker vraagt de aannemer vaak zijn belangen bij de overheid te vertegenwoordigen.

Het uiteindelijke resultaat moet geen onderhoud vereisen, geen stagnatie veroorzaken tijdens de aanleg, een kleine investering vergen en voldoen aan hoge garantie-eisen.

Aannemer

De aannemer staat volgens Haukes voor een groot aantal vragen. Te denken valt hier aan de eisen van de overheid, aan onderzoek van bodem en grondwater op mogelijke vervuiling en aan vergunningen voor eventuele saneringen.

Antwoord moet er ook komen op de vraag of de ondergrond gevoelig of arm is voor zetting, of het om nieuwbouw, renovatie of reconstructie gaat, welke laagdikte toelaatbaar is en of de constructie multifunctioneel moet zijn in verband met mogelijke latere herindelingen.

Voorzitter ir. N. Bax van het NIBV noemde het ontoelaatbaar dat de eisen voor een bodembeschermende voorziening per provincie soms aanmerkelijk verschillen. Deze onduidelijkheid leidde volgens hem tot de oprichting van zijn organisatie.

Sindsdien bestaat er een grote mate van samenwerking tus sen het NIBV en VROM. Bax wil de kennis en kunde van de leden inzetten voor het ontwerpen van duurzame, betaalbare en door de overheid geaccepteerde constructies. Op die wijze ontstaat de uniformiteit waarnaar NIBV en VROM streven. Tevens moeten vloeistofdichte constructies hun weerslag vinden in technische goedkeuringen en beoordelingsrichtlijnen. Aan de hand daarvan vindt certificatie van processen en produkten plaats. Voor tankstations ligt er inmiddels een richtlijn gereed. Andere richtlijnen zijn in studie of in een vergevorderd stadium.

Plan

Eerder dit jaar sloot het NIBV voor het uitvoeren van het Plan Bodembeschermende Voorzieningen een samenwerkingsovereenkomst met CUR en KIWA. Dit plan moet volgens Bax uiteindelijk leiden tot een beheerste realisering van alle voorkomende beschermende voorzieningen. Op korte termijn geeft het plan aandacht aan vloeistofdichte voorzieningen onder tankstations en garages, onder fabrieken en plaatsen voor op- en overslag en onder vuilstortplaatsen en opslagplaatsen voor puinbrekers.

Als beschermende materialen noemt het plan onder meer be tonelementen, wegdekvoegmassas, geomembramen, bentonietmatten en combinatieafdichtingen. Per toepassingsgebied, produkt of materiaal gaat het plan na in hoeverre technische specificaties en certificatie noodzakelijk of beschikbaar zijn.

Het aanbrengen van technische voorzieningen is volgens voorzitter ir. A. Verhulst van de Stuurgroep Bodem (BMRO, VNO/NCW) slechts een deel van de oplossing. Dergelijke maatregelen moeten een onderdeel zijn van een beheersysteem. Een beoordeling van het risico en een afweging van kosten en baten moet de keuze voor het aanbrengen van een voorziening en het stellen van eisen daaraan bepalen.

Te denken valt bijvoorbeeld aan beschermende maatregelen voor opslagtanks. De leiding dient de kans op lekkages in te schatten en te voorspellen hoelang het duurt voordat zo’n lek wordt ontdekt. Voorts moet er inzicht komen in het tempo waarmee men een lek kan dichten en welke schade weggelekte stoffen ke aanrichten. Een bedrijf dient volgens Verhulst te investeren in preventief en curatief onderhoud om daarmee schade en soms uitermate kostbaar ingrijpen in elk geval te beperken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels