nieuws

Zuid-Holland kan aan taakstelling voor zand voldoen

bouwbreed Premium

De provincie Zuid-Holland doet geen reele moeite aan haar taakstelling voor de winning van beton- en metselzand te voldoen. En dit terwijl zij in mei 1991 die taakstelling heeft onderschreven en, juist zoals de andere provincies, een inspanningsverplichting is aangegaan. Het geeft geen pas dat Zuid-Holland de problemen op de andere provincies afwentelt.

Dit is de mening van Van Waning Winning en Poen uit Kerkdriel, die er, naar zijn woordvoerder S.J. van Steenveldt accentueert, zonder veel problemen voor kan zorgen dat Zuid-Holland wel voor een groot deel aan zijn verplichtingen kan voldoen.

Van Steenveldt reageert op de brief, die GS van Zuid-Holland aan provinciale staten hebben gestuurd. Daarin schrijven zij dat de provincie volgens de taakstelling van minister Maij vijf miljoen beton- en metselzand moeten produceren, maar dat zij er niets voor voelen. Ze vinden dat een te zware aanslag op landschap en natuur in de open ruimte die toch al schaars is in Zuid-Holland. Bij Van Waning is men nogal verbaasd over deze brief en wel in de eerste plaats omdat de provincie aanvankelijk de taakstelling had geaccepteerd.

Studie

Daarbij komt wat men kan noemen de kwestie Draswaard. Al in begin 1979 heeft Van Waning een ontgrondingsaanvraag ingediend voor een gebied in de uiterwaarden van de Lek tussen Vianen en Lexmond. Er volgden veel overleg en langdurige procedures tot aan de Raad van State toe, die evenwel tot niets leidden omdat er destijds nog geen taakstelling was. In de jaren 1987-1988 werden weer gesprekken met de provincie gevoerd. Die resulteerden in een verzoek van de provincie: ‘Kom maar eens met een studie over het gebied.’ Die mondde uit in het po Draswaard, waarbij na de ontzanding een gebied zou worden aangelegd met recreatiemogelijkheden, spaarbekkens voor het waterleidingbedrijf en het ontwikkelen van natuurgebieden. Van Waning zou als projectontwikkelaar optreden van het vele miljoenen kostende plan; alleen het beheer van de spaarbekkens zou bij het waterleidingbedrijf berusten. Het plan werd nog in 1989 aan het ministerie en andere overheidsinstanties aangeboden.

Inmiddels gaf Van Waning zelf de aanzet voor een voor dit grote po benodigde milieu effect rapportage.

Geen winning

Van Steenveldt: ‘Toen de taakstelling aan de orde was zei de provincie tegen ons: ‘Wij gaan acht locaties onderzoeken waar eventueel zand gewonnen kan worden. Laten jullie Draswaard nu even rusten tot het onderzoek is afgerond.’

Wij vonden dat goed omdat Draswaard een van die locaties zou zijn en we er van overtuigd waren en zijn dat het een goede zandwinningplaats is: goede kwaliteit zand en gunstig aan het water gelegen, dus geen vervoersproblemen.”

Pas nu in het najaar van 1993 is het duidelijk dat de provincie helemaal niets voelt voor winning van beton- en metselzand, omdat die een zware aanslag op het landschap en de natuur zou zijn. ‘Dat wist de provincie toch al jaren eerder. Waarom is daar nooit over gesproken?’ zo vraagt men zich bij Van Waning af.

Toch wil het bedrijf, zoals Van Steenveldt het uitdrukt, ‘daar niet lang over zeuren. We willen ons constructief opstellen’.

Daarom is voor hetzelfde gebied een veel kleiner plan ingediend, dat Bolswaard wordt genoemd en dat ongeveer 71,4 hectare omvat.

Ook dit kleiner gebied, waarvoor geen mer nodig is, wil Van Waning zodanig ontwikkelen dat de openbare ruimte niet wordt aangetast; integendeel, het bedrijf wil de natuur na de ontzanding alle kansen geven. In dit gebied, waarin ook plaats zal zijn voor een spaarbekken, kan minstens drie miljoen ton beton- en metselzand worden gewonnen, van de in totaal vijf miljoen ton, die Zuid-Holland volgens de taakstelling moet leveren.

Van Steenveldt hoopt dat de provincie met dit plan akkoord zal gaan.

‘Eigenlijk is het toch vreemd dat Zuid-Holland die vijf miljoen niet wil leveren. De provincie heeft in de taakstellinsgsperiode (1989-1998) zelf 37,5 ton miljoen beton- en metselzand nodig. Daar mag ze toch zeker zelf wel vijf miljoen ton van leveren?’

Niet nodig

In de brief van GS aan de staten staat ook dat aanvankelijk f. 300000 was gereserveerd voor het uitvoeren van een mer. Dat bedrag wil de provincie gebruiken voor onderzoek naar en stimulering van secundaire grondstoffen ter vervanging van beton- en metselzand.

‘Niet nodig’, zo oordeelt Van Steenveldt. ‘TNO Bouw heeft in opdracht van de zandwinningsbedrijven al een uitvoerig onderzoek gedaan naar alternatieven. Overigens komt dit rapport tot de conclusie dat vervanging van zand vooralsnog maar zeer beperkt mogelijk zal zijn.’

Aan het einde van de brief van het dagelijks bestuur der provincie worden de staten gewaarschuwd dat, als Zuid-Holland zijn taakstelling afwijst, de minister tot aanwijzing kan overgaan. ‘Dat zal althans op korte termijn niet het geval ke zijn’, zegt Van Steenveldt.

‘Zon aanwijzing kan in elk geval niet in het kader van de huidige ontgrondingenwet. En het toekomstige structuurschema dat daarin wel voorziet is nog lang geen wet.’ Met die aanwijzing zal het dus wel mee- of zo men wenst, tegenvallen.

Reageer op dit artikel