nieuws

Verschuivingen woningbouw 1993

bouwbreed

Ieder jaar vinden er lichte verschuivingen plaats in de opgeleverde woningen bezien naar de gebruikelijke kenmerken. Na alle beleidsveranderingen van de afgelopen jaren zou men in 1993 veel grotere fluctuaties ke verwachten. Zij zijn echter in het eerste halfjaar van 1993 ten opzichte van het jaar 1992 niet erg groot geweest, althans wanneer zij per regio worden bezien.

In de tweede helft van het jaar worden meestal meer woningen opgeleverd dan in de eerste helft, zodat het beeld nog iets kan veranderen als ook de cijfers voor de rest van 1993 bekend zijn. Niettemin ke de gegevens over de gereedgekomen woningen over de eerste helft van dit jaar naar hun onderlinge verhoudingen wel worden vergeleken met die over het vorige jaar. In 1992 stonden 74 van de honderd gereedgekomen woningen in het Westen of in het Zuiden, dat was in de eerste helft van dit jaar ook zo. Het Noorden kwam dit jaar op een wat hoger aandeel in het totaal, het Oosten dus wat lager. Het aandeel van de koopwoningen, dat in 1991 tot 65% was gestegen, daalde in 1992 tot 63%. In de eerste helft van dit jaar herstelde het zich weer tot 65%. Het aandeel van de gesubsidieerde huur in de totale woningbouw bedroeg in 1992 35%, in 1993 33%. In het Westen was dit echter 43%.

Wel zien we het aandeel van de EG-woningen weer wat afnemen. Voor het totale aantal t/m juni 1993 gereedgekomen woningen valt dat nog wel mee. De daling betreft hier slechts een punt, van 75% naar 74%. In de sociale huursector echter bedroeg het aandeel EG-woningen in 1992 46%, terwijl in 1993 nog slechts 39% als EG-woning werd uitgevoerd.

Waarschijnlijk hangt dit vooral samen met de verschuiving van deze sector naar het Westen, van 61% naar 65% van alle sociale huurwoningen. Ook in de vsebhuur daalde het aandeel EG-woningen, van 46% in 1992 naar 37% in 1993. Ook hier vond een verschuiving plaats naar het Westen van het land. Hier kwam in 1993 61% van de woningen in deze sector te recht, tegenover 44% in 1992. Het zijn echter geringe aantallen, die bovendien dit jaar nog drastisch zijn geslonken.

Enkele cijfers

In bijgaande tabel zijn nog wat cijfers verzameld uit de gegevens die het CBS onlangs heeft gepubliceerd. Het totaal aantal woningen dat in de eerste zes maanden van dit jaar werd opgeleverd, bedroeg 38% van het totaal over 1992. In de vseb (zowel huur als koop) was dat slechts 32%, hetgeen op moeilijkheden in die sector zou ke wijzen.

Ook in de Premie-A en de vrije sectorhuur ligt dit percentage vrij laag. De sociale en de premiehuur liggen beide op 36% van het niveau van vorig jaar, terwijl de bloeiende vrije koopsector al een niveau van 44% bereikt heeft van het totaal over 1992. Deze sector blijkt over de hele linie te gedijen: de fluctuaties in het aandeel per regio zijn praktisch te verwaarlozen.

Hetzelfde is het geval, maar dan in negatieve zin, met de sociale koopsector: de daling vindt gelijkelijk in alle regios plaats.

Bij de vrije huursector en de vseb vinden vooral in het Noorden en Oosten van het land nogal forse fluctuaties plaats. In deze regios kan hier en daar in deze sectoren zo nu en dan wel eens een po worden gerealiseerd, maar dan wordt het weer een tijdje stil.

Weinig verschuiving

We ke concluderen, dat de vele beleidsveranderingen nog maar tot weinig verschuivingen hebben geleid in de woningbouw bezien naar verschillende kenmerken. Daarbij valt vooral op, dat het aandeel van het Westen in de gesubsidieerde huursectoren nogal stevig is toegenomen. Dat was volgens de Nota Heerma wel niet helemaal de bedoeling, maar al die nieuwe huurwoningen staan ook niet leeg, dus er zal best vraag naar zijn.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels