nieuws

Vastgoedmakelaar in Belgie aan strikte regels gebonden

bouwbreed Premium

In Belgie is een koninklijk besluit verschenen dat het beroep van vastgoedmakelaar wettelijk regelt. Vanaf 1995 moet de nieuwe wetgeving operationeel zijn. Dat werd de hoogste tijd al was het alleen maar om paal en perk te stellen aan de wijd verbreide dubieuze en soms misdadige praktijken in deze branche. Want onder de naar schatting 5000 vastgoedmakelaars of wat zich daarvoor uitgeeft in Belgie, bevindt zich een groot aantal regelrechte knoeiers en oplichters, die het beroep bij velen verdacht hebben gemaakt.

Zo verdacht zelfs dat heel wat particulieren, die in Belgie via een advertentie hun huis te koop aanbieden, in hun annonce uitdrukkelijk te kennen geven dat ze niet met een vastgoedmakelaar in zee willen gaan.

De twee beroepsverenigingen in deze sector, de Confederatie van Immobilinberoepen van Belgie (CIB) en de Unie van Immobilinberoepen van Belgie (UIB), bij wie samen ongeveer 2000 vastgoedmakelaars zijn aangesloten, zijn tevreden over de wettelijke bescherming van hun beroep. Zij hopen dat de nieuwe reglementering het kaf van het koren zal scheiden en dat het vertrouwen van de consument erdoor terugkeert zodat hij eerder een beroep doet op de diensten van een vastgoedmakelaar.

Verdacht geurtje

Het feit dat een vastgoedmakelaar of iemand die zich daarvoor uitgeeft lid is van een van beide beroepsverenigingen betekent overigens nog lang niet, dat hij daardoor als absoluut bonafide kan worden be schouwd. Zoals het evenmin een feit is dat aan een vastgoedmakelaar, die niet bij de CIB of de UIB is aangesloten, een verdacht geurtje zou zitten. Het nieuwe koninklijk besluit beschermt het beroep van vastgoedmakelaar wettelijk en stelt strikte eisen aan ‘alwie tegen financiele vergoeding wil bemiddelen bij de verkoop, huur, ruil of het beheer van een onroerend goed’.

Voor wie het beroep nu reeds uitoefent, verandert er in feite weinig. Zij moeten voor 16 november aanstaande op hun gemeentehuis een aanvraag tot erkenning indienen en daarvoor een kleine dertig gulden aan administratiekosten neertellen. Hun aanvraag moet wel vergezeld gaan van twee bewijsstukken dat ze het beroep van vastgoedmakelaar ook effectief uitoefenen.

Als bewijsstukken worden verschillende documenten aanvaard, zo blijkt uit het koninklijk besluit. Dat kan varieren van een aangifte van de bedrijfsinkomsten bij de fiscus, van een bewijs dat btw werd betaald op rekeningen en lonen tot een document dat aantoont dat de betrokken vastgoedmakelaar is aangesloten bij het sociaal verzekeringsfonds of de hulpkas voor de sociale verzekering der zelfstandigen of een bewijs van inschrijving in het handelsregister onder de rubriek ‘Ondernemingen in onroerende goederen’.

Gedragscode

Blijkens het koninklijk besluit wordt er een Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars (BIV) opgericht. Nieuwkomers in het vak en alle reeds opererende vastgoedmakelaar (mits erkend) moeten verplicht lid zijn van het BIV. In ruil voor dat lidmaatschap mogen zij zich ‘erkend vastgoedmakelaar BIV’ noemen. De nieuwkomers in het vak moeten een bepaald diploma bezitten en eerst een jaar stage hebben gelopen.

Het BIV zal de stagevoorwaarden nader uitwerken. Wie een universitair diploma bezit in rechten, notariaat, handelswetenschappen, economie of een ingenieurs- dan wel binnenhuisarchitectdiploma kan voorleggen krijgt toegang tot het beroep van vastgoedmakelaar.

Ook een aantal lagere beroepsopleidingen geven toegang tot het beroep. Tot de bevoegdheid van het BIV behoren verder het opstellen van een gedragscode voor het beroep en de bestraffing van leden, die tegen deze gedragscode zondigen.

De straf bestaat bij een zware overtreding van de gedragscode uit een schorsing of zelfs uitstoting uit het beroep zodat betrokkene zijn activiteiten moet staken.

‘Extra service

Door een wettelijke regeling van het beroep van vastgoedmakelaar zullen ook heel wat dubieuze praktijken onmoge lijk worden gemaakt. In de eerste plaats komt er een verbod op de ‘overdraagbare optie die in de praktijk in een regelrechte oplichting is ontaard doordat de makelaar het verschil tussen de prijs, die de klant voor zijn huis wil, en de werkelijke hogere verkoopprijs in eigen zak steekt. Ook komt er een einde aan de praktijk waarbij makelaars zich zowel door de koper als verkoper laten betalen. Het percentage op de verkoopsom dat de vastgoedmakelaar opeist zal vermoedelijk uniform op drie procent worden gebracht. Nu lopen de tarieven, die de vastgoedmakelaars hanteren, enorm uiteen.

Drie procent is gebruikelijk, maar veelal wordt ook 5 a 6 procent gevraagd, terwijl louche agentschappen zelfs 10 tot 12 procent durven vragen van gewillige, niets vermoedende slachtoffers zoals ouden van dagen en weduwen. Daarbij wordt geschermd met de ‘extra service die geboden zou worden. In de praktijk blijken die extras inderdaad vaak te bestaan, maar even dikwijls helemaal niet. Ook aan de zogenoemde ‘verkoopsmandaten’, die de vastgoedmakelaars aan de verkopers van een onroerend goed ontfutselen, zal het BIV moeten sleutelen omdat die in veel gevallen voor de verkoper nadelige bepalingen bevatten. Met het nieuwe koninklijk besluit hoopt de bevoegde Belgische minister A.

Bourgeois (landbouw en midden- en kleinbedrijf) dat de vastgoedmarkt van een jungle in een goed gereglementeerde en voor de consument niet langer vogelvrije markt verandert.

Reageer op dit artikel