nieuws

Regionalisering kent nog geen eenduidig beleid

bouwbreed Premium

Cao-partners in de bouw praten al twee jaar over de regionalisering van vakopleiding, scholing en arbeidsmarktbeleid in de bouw. En hoewel de individuele organisaties op hun eigen wijze pogingen doen om aan die regionalisering gestalte te geven, blijft een eenduidig beleid van cao-partners uit. Komende week zal opnieuw een poging worden gedaan, aan de hand van een onderzoek naar het functioneren van de regionalisering van het Scholingsfonds voor de bouw.

Uit dit nog vertrouwelijke onderzoeksrapport van het EIB blijkt de ondersteuning van de regio-coordinatoren van het Scholingsfonds bij het opstellen van scholingsplannen hoog te worden gewaardeerd door de aannemers. Ook ligt het aantal scholingsdagen bij bedrijven die door een regio-coordinator zijn bezocht aanzienlijk hoger dan bij de bedrijven waar dit niet heeft plaatsgevonden. Uit het onderzoek komt eveneens naar voren dat met name de kleinere aannemers niet weten tot wie ze zich moeten wenden wanneer zij advies willen hebben over scholing van bouwvakkers.

Op de markt van bijscholingscursussen begeeft zich namelijk niet alleen het Scholingsfonds, dat zich overigens beperkt tot neutrale advisering en uitbetaling van de door de bedrijfstak te vergoeden kosten.

De vakopleidingsinstituten (SBW,SVB), de samenwerkingsverbanden en andere, al dan niet particuliere, opleidingsinstituten benaderen aannemers met cursussen die zij hun bouwplaatspersoneel ke laten volgen. Volgens afspraken in de cao zijn aannemers namelijk verplicht iedere werknemer tenminste twee scholingsdagen per jaar te laten volgen.

Door gebrek aan beleid van cao-partners wordt de aannemer in de regio momenteel ‘bestookt’ met acquisiteurs en vertegenwoordigers die hun opleidingen aan de man willen brengen. Logisch overigens, want de bouw is, met in potentie 300000 in te vullen scholingsdagen, een gigantische markt. Voor de aannemer, zo blijkt ook uit het onderzoek, werkt dit echter nogal verwarrend.

Samenhangend

Zoals gezegd wordt er door partijen al lange tijd gediscus sieerd over hoe de aannemer in de regio het beste geinformeerd kan worden. Het gaat dan niet alleen om de scholing van werknemers, maar ook over vakopleiding en arbeidsmarktbeleid (Bouw-VakWerk). Al in een brief van december 1991 spraken werkgevers en werknemers de intentie uit om snel te komen tot een samenhangend arbeidsmarkt- en scholingsbeleid voor de bedrijfstak in de regio.

Indertijd werd gedacht aan negen centra in de regio waar alle organisaties (Bouw-VakWerk, Scholingsfonds, SVB en SBW) gezamenlijk uitvoering zouden geven aan dit beleid en tevens een eenduidig aanspreekpunt vormen voor de aannemer in de provincie.

In tegenstelling tot deze plannen zetten alle organisaties een individuele regionale infastructuur op. Bouw-Vak-Werk was al in de regio vertegenwoordigd. Het Scholingsfonds mocht, na langdurig overleg, in 1992 beginnen met drie experimenten regionalisering. De SVB opende enkele maanden geleden drie regionale kantoren en de SBW heeft vergaande plannen dit te gaan doen.

Slechts in incidentele gevallen is er sprake van samenwerking.

Omdat partijen het nog niet eens zijn is onlangs besloten de reeds ingezette regionalisering te evalueren. Het Scholingsfonds is door het EIB doorgelicht. De belangrijkste conclu sie van het EIB luidt, naast de eerder genoemde, dat het experiment regionalisering te kort heeft geduurd om er conclusies aan te verbinden.

De evaluatie speelt echter, samen met een onderzoek naar het functioneren van de bedrijfsadviseurs bijscholing van de SVB, een belangrijke rol in het deze week opnieuw op te vatten overleg over regionalisering.

Nieuwe voorstellen

De vraag die nu voorligt is of de mensen, die deze week opnieuw hierover om de tafel gaan zitten, er nu wel uit zullen komen. Beide partijen zijn weinig spraakzaam. Vicevoorzitter B. Visser van de bouw- en houtbond FNV zegt dat, als het aan de bonden had gelegen, er al lang overeenstemming was geweest. Zij stemmen namelijk in met de regionale structuur zoals Bouw-Vak-Werk die heeft voorgesteld. Visser: ‘Werkgevers willen daar niet aan en zijn weer met nieuwe voorstellen gekomen. Daarom moeten we nu na twee jaar weer opnieuw gaan discussieren.’

Namens het AVBB wijst H. Gelderloos op de laatste caoonderhandelingen, ‘waar het de werkgevers waren die aandrongen op overleg’.

Beide partijen spreken de verwachting uit dat er snel duidelijkheid zal komen omdat er ‘in grote lijnen’ overeenstemming is.

Reageer op dit artikel