nieuws

Planschade en deskundigheid

bouwbreed Premium

Het kan gebeuren, dat je huis moet verdwijnen in het kader van de realisering van een gemeentelijk bestemmingsplan. Als je het huis niet wilt verkopen, zal de gemeente via een onteigeningsprocedure de eigendom ervan ke verkrijgen. De rechter stelt dan vast welke vergoeding je ervoor krijgt van de gemeente.

Als het huis geen belemmering vormt voor de realisatie van het plan kan het daardoor wel in waarde verminderen. De Wet op de Ruimtelijke Ordening bepaalt, dat de gemeente zon ‘planschade moet vergoeden als die schade redelijkerwijs niet ten laste van de benadeelde moet blijven.

Of er sprake is van planschade mag de gemeente niet zonder het advies van een onafhankelijk deskundige beslissen. Dat is de kwintessens van de uitspraak die de administratieve rechter een jaar geleden deed.

Die uitspraak werd gedaan naar aanleiding van het beroep dat een inwoner van het Gelderse Giesbeek instelde tegen de afwijzing van zijn verzoek aan de gemeente Angerlo, waaronder zijn dorp valt, om de schade te vergoeden die hij leed door de realisatie van een wijziging van het bestemmingsplan, waardoor op vijftien meter van zijn voorgevel een brandweerkazerne annex politiepost kon worden gebouwd. De Giesbekenaar vond dat daardoor het uitzicht vanuit zijn woning werd beperkt en zijn privacy werd aangetast.

De gemeente was, niet helemaal onbegrijpelijk van mening, dat er geen sprake was van planschade. Het uitzicht was niet beperkt, al was het alleen maar omdat in zijn voortuin een beplanting van twee meter hoog was neergezet. Hij had zelfs voordeel gehad omdat na de aanleg van het dorpsplein waaraan de brandweerkazerne stond het in- en uitrijden van de oprit naast zijn huis gemakkelijker was geworden, zo betoogde de gemeente.

Bij de behandeling van het beroepschrift constateerde de rechter, dat onder het oude bestemmingsplan alleen bebouwing op veertig meter van de voorgevel van het huis van de zich benadeeld voelende inwoner van Giesbeek mogelijk was geweest. Door de wijziging van dat plan kon er nu een brandweerkazerne op vijftien meter van zijn huis verrijzen.

Maar of dat een voor vergoeding in aanmerking komende planschade betekende, mocht de gemeente niet beoordelen zonder daarbij een onafhankelijk deskundige in te schakelen, en dat was niet gebeurd.

De rechter vond, dat uit een oogpunt van zorgvuldige voorbereiding van zon beslissing het advies van een onafhankelijk deskundige noodzakelijk is.

Alleen in uitzonderlijke gevallen kan zon advies achterwege blijven, maar zon geval deed zich hier niet voor, vond de rechter.

De uitslag van deze procedure was daarom, dat de door de ge meente genomen beslissing was dan ook dat de door de gemeente genomen beslissing in strijd was met het algemeen beginsel van behoorlijk bestuur dat beschikkingen zorgvuldig moeten worden voorbereid en genomen. Het besluit van Angerlo werd daarom vernietigd.

De gemeente diende dus een nieuwe beslissing te nemen op het verzoek om schadeloosstelling en kreeg van de rechter meteen te horen, dat zij de nieuwe beslissing diende te nemen op basis van het advies van een onafhankelijk deskundige over de vraag of er schade was geleden ten gevolge van het (gewijzigde) bestemmingsplan. Als het antwoord op die vraag bevestigend was moest de gemeente zelf nog nagaan of die schade al dan niet ten laste van de verzoeker diende te blijven. De norm, die de gemeente daarbij moest hanteren is de redelijkheid. De wet zegt immers, dat niet alle planschade voor vergoeding in aanmerking komt maar alleen die, welke redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste van de benadeelde behoort te blijven.

Over het hanteren van die norm is natuurlijk ook weer verschil van mening mogelijk en dat kan dan weer leiden tot een nieuwe procedure!

Het winnen van deze procedure mag de Giesbekenaar geen al te triomfantelijk gevoel geven. Over de inhoudelijke vraag of er planschade was geleden en of die voor vergoeding in aanmerking kwam is immers nog niets beslist.

Het lijkt mij meer dan waarschijnlijk, dat de gemeente Angerlo nu opnieuw beslist dat er geen aanleiding voor een vergoeding bestaat, alleen nu na het advies van een ter zake deskundige te hebben ingewonnen. Het is immers vrij algemeen aanvaard, dat brandweerkazernes en politiebureaus in woonwijken staan. In mijn gemeente staat zon zelfde gebouw op ongeveer dezelfde afstand van de voorgevels in een nieuwe woonwijk. Misschien voelen de bewoners van die huizen zich zelfs wat prettiger met politie en brandweer zo dicht bij huis.

(BR 1993 p. 543)

Reageer op dit artikel