nieuws

Per Kirkeby: beelden in baksteen

bouwbreed

Per Kirkeby is een van de veelzijdigste kunstenaars van deze tijd. De Deen werd geboren in de schaduw van de monumentale neo-gotische Grundtvigkirke in Kopenhagen, in september 1938. Dat moet er mede de oorzaak van zijn geweest dat zijn sculpturale werk sterk beinvloed is door het vakmanschap dat Deense metselaars aan de Grundtvigkirke demonstreerden.

Want zij hebben met eigentijdse opvattingen indrukwekkende vormen van kunsthandwerk uitgevoerd, enerzijds met traditionele details, anderzijds met indrukwekkend siermetselwerk dat tot een nieuw hoogtepunt in de baksteenarchitectuur leidde. Dat is wat men terugvindt bij de monumentale sculpturen van Per Kirkeby, opgetrokken in baksteen, soms een meter hoog, vaker een meter of vier en soms aanzienlijk hoger. Het unieke karakter van zijn werk moet de reden zijn dat hij alleen al in ons land een half dozijn beelden in metselwerk heeft gerealiseerd.

Per Kirkeby is een veelzijdig kunstenaar. Maar zijn eerste voltooide universitaire studie betrof in 1964 geologie. De jaren daarop trad hij naar voren als schilder, dichter, en in 1966 volgden zijn eerste beelden in baksteen. Later volgden performances en environments, schreef hij romans, essays en hield hij zich bezig met films en regiseerde hij toneelstukken.

Beeldende kunst Wim van Heuvel De eerste baksteensculpturen van Kirkeby bestonden uit relatief klein werk. In 1966 experimenteerde hij al met een vorm van minimal art: een kolom van vijftien lagen baksteen. De stenen waren eenvoudig koud op elkaar gestapeld met een kolomdoorsnede van twee steen in het vierkant. Dit eenvoudige, minimalistische beeld, is verwant aan werk van de Amerikanen Carl Andre en Sol LeWitt. Beiden hebben ondermeer beelden ontwikkeld met droge stapelingen of gemetselde volumen van bouwstenen. De stapeling van Kirkeby paste daartussen.

Gemetseld relief

Maar al snel evolueerden de beelden van baksteen tot meer gecompliceerde vormen, bijvoorbeeld als beeld van een farao met de beperkingen die het baksteenformaat, zonder aantasting van allerhande hakwerk, met zich meebrengt.

Ruimtelijk en aan architectuur verwant werd een ‘oerhuis’, een ombouwde ruimte als rijk geornamenteerd volume met een smalle ingang. Dit gebouwtje uit 1973, op het terrein bij zijn tweede atelier in Ikast (Jutland), toont veel siermetselwerk. De plint springt per laag baksteen naar binnen, de wanden hebben een pilasterindeling met daartussen velden met sierverbanden en daarboven een weer uitgemetselde rand van siermetselwerk met muizetanden en ander relief. De sfeer past bij veel Deense ‘architectuur zonder architecten’ in eenvoudige bouwopdrachten rond de eeuwwisseling. Maar in dit ruimtelijke experiment van baksteen heerst begrip voor het materiaal met tamelijk weinig gehakte steen. Het werk uit deze tijd heeft wel iets naiefs, dat ook lang opduikt in abstractere beeldvormen.

Manifest voor zijn talrijke sculpturen in de jaren tachtig is een inmiddels afgebroken beeld voor de Documenta 1982 in Kassel.

Terzijde van de Orangerie verrees een bouwvolume ter grootte van een trafostation. Het geheel gesloten bouwvolume kreeg een fraaie ‘gevel’-plastiek met drie gedeeltelijk vrijstaande kolommen in de ‘langsgevels’, waarboven de wand zich door middel van uitgekraagde lagen metselwerk voegt in de voorzijde van de kolommen. In deze tijd dat we zoeken naar stedebouwkundig/architectonische verantwoorde verdeelstations en trafohuisjes, levert Kirkeby een boeiend voorbeeld van aanverwant kunsthandwerk.

Sculptuur in Nederland

Voor Wageningen ontwierp Kirkeby in 1985 een drie meter hoge sculptuur, met een bijna minimalistische vormgeving. De in de open ruimte staande kolom, van vijf steen breed heeft vlakke zijden en een gering relief aan de voorzijde. Het lijkt een voorspel op een veel grotere sculptuur die in Duitsland de aandacht trok in Dusseldorf en Kassel.

In 1987 ontstond een relatief kleine sculptuur achter Museum Boymans-Van Beuningen in Rotterdam. Kirkeby koos zelf de situatie in een hoekje van de beeldentuin, met populieren als achtergrond. Ze herinnerde hem aan een schilderij en vermoedelijk aan een laan met ‘peppels’ naar een begraafplaats in de omgeving van de Grundtvigskirke. Het zijn vier bogen op een basement. Bij zijn atelier in Ikast experimenteerde hij met het metselen van een zon boog, waarbij de rollagen onderling overkragend zijn uitgemetseld. Uiteindelijk koos hij voor de eenvoudiger en robuustere vorm; soms lijkt me dat jammer, zou ik bijna dat ‘proefstuk’ uit Ikast er in de buurt opgesteld willen zien.

Beide werken tonen een optimaal vakmanschap in het metselwerk.

Bijna geheimzinnig is zijn forse sculptuur in het beeldenbos (achter de beeldentuin) van het Rijksmuseum Kruller-Muller op de Hoge Veluwe. Een zwaar bouwvolume rust op gemetselde kolommen met daartussen doorgangen, die aan de bovenzijde van een segmentboog zijn voorzien. Aan de bovenranden zijn sleufvormige verticale sparingen opgenomen. Hier toont Per Kirkeby opnieuw een beheerst vakmanschap in baksteengebruik die dit werk op het niveau van zijn werkstuk in Kassel brengt.

Magere situaties

In 1990 verrezen er twee grote sculpturen van Kirkeby in ons land. Op het voormalige abattoirterrein in Amsterdam-oost is tussen nieuwbouw en tegen een achtergrond van tot woningen verbouwde pakhuizen van het Nieuw Entrepotdok een sculptuur opgetrokken in metselwerk: twee zes meter hoge gesloten baksteenwanden met daartussen de voor Kirkeby karakteristieke doorgangen met segmentbogen er boven. Het vrij toegankelijke werk ligt nog wat onwennig in het jonge groen.

Veel stedelijker is de situatie voor een sculptuur van 12,6 x 3,5 x 6 meter tussen twee vleugels van het PTT-Telekom-kantoor in Groningen. Evenwijdig aan de straat staan twee rijen kolommen van metselwerk die op zes meter hoogte met elkaar door een segmentboog zijn verbonden. In de langsrichting worden doorgangen met daarboven metselwerk afgewisseld met tussenwandjes van ruim twee meter hoogte.

De situatie frustreert het ontwerp, maar werd door Kirkeby geaccepteerd. De kaal betegelde buitenruimte tussen twee kantoorvleugels is met een borstwering aan de stadszijde begrenst. De sculptuur verhevigt met zijn aanwezigheid deze afsluiting naar de vroegere stadsrand, waarin villas door bomen worden afgewisseld.

Passanten vanaf de straat kijken min of meer overhoeks tussen de kolommen door op de kantoorgevels, als bij een kinetische sculptuur: bij iedere stap verandert de perspectivische doorblik van mangaankleurige sculptuur tegen de achtergrond van lichtgrijze baksteengevels. Aanvankelijk vormde het pleintje een mogelijkheid voor voetgangers om de weg naar het station -over twee trappen- te verkorten, maar overspannen veiligheidseisen maken dat zelfs overdag tijdens de kantooruren niet mogelijk door afsluiting op bevel van de regionale PTT-Telekom-directie. Het doet verdere afbreuk aan de magere situering, van een sculptuur die meer vrije ruimte nodig heeft om de kwaliteiten er van te ervaren, al was het maar op het plein voor het station waar nu een verdwaalde armoedige meerpaal staat.

Traditioneel

Opmerkelijk blijft het vaak wat traditionele uiterlijk van Kirkeby’s sculpturen in baksteen. Wellicht houdt dat verband met zijn ontwerpwijze. In eerste instantie kneedt hij uit klei op kleine schaal een ruwe schets, die steevast in brons wordt afgegoten, en daarmee een bijna zelfstandig onderdeel van zijn oeuvre is gaan vormen.

Dan liggen de boogvormen voor de hand, die overigens in de uitwerking prachtig plastisch in baksteenverbanden worden vertaald.

Dat laatste schrijft Kirkeby zelf toe aan invloeden vanuit de indrukwekkende Grundtvigskirke in Kopenhagen van architect P.V. Jensen Klint, ontworpen in 1913 (gewonnen prijsvraag) en voltooid in 1940. Klint was een tijdgenoot van Berlage. Zijn inmense kerk volgt, evenals de Betlehemkirke in Kopenhagen en een kleinere kerk in Odense, in de voorgevel ogenschijnlijk het motief van een kerkorgelfront, uitgevoerd in verticaal geprofileerd metselwerk van gele baksteen. In de kerkruimte, maar ook in details, treft men een sterke eenheid in het materiaal baksteen en de profilering met relief aan. Het ontwerp vormt echter voor alles een voortbouwen op traditionele dorpskerkjes in Denemarken, waarbij het materiaalgebruik is toegespitst op moderne (aan Berlage verwante) opvattingen. Inspiratie lijkt aannemelijk als achtergrond die Kirkeby in publicaties aangaf.

Maar na zijn kindertijd moet het Kirkeby toch zijn opgevallen, dat in de Deense architectuur modernere opvattingen post hebben gevat, waarbij soms op hedendaagse wijze soms nieuw reliefmetselwerk wordt toegepast.

Von hier aus

In 1984 vond in Dusseldorf de belangrijke mammoetexpositie ‘von hier aus’ in een beursachtige hal-accomodatie plaats.

Kirkeby verrastte de kunstwereld met een hoge vrijstaande zuil van ongeveer vijftien meter metselwerk. Het bovenste deel toonde twee meter hoge kolommen, binnen het oorspronkelijke grondoppervlak.

Geen historiserende bogen meer, maar modern kubistische oplossingen binnen het gekozen volume.

Dit werkstuk moet een voorstudie geweest zijn tot een in 1986 gerealiseerde sculptuur van vier bouwlagen voor het gebouw in Stuttgart waar de leden van de landdag hun werkruimte hebben. De sculptuur kwam los van het soms wat naieve en klassieke baksteengebruik. Kirkeby heeft voor mij hier een hoogtepunt in zijn oeuvre bereikt, letterlijk en figuurlijk.

Helemaal nieuw is het min of meer kubistische gebruik van baksteen overigens niet. Architect Ludwig Mies van der Rohe heeft in de jaren dertig een monument ontworpen ter nagedachtenis van Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg. De in Berlijn gebouwde sculptuur bestond hoofdzakelijk uit kubische volumen metselwerk met enkele toegevoegde symbolen van andere materialen.

Het is opmerkelijk dat dit sprekende materiaalgebruik, dat in vergelijkbare zin bij Kirkeby nieuw leven lijkt ingeblazen, in ons land niet tot verwant gebruik van baksteen in de beeldende kunst heeft geleid. Het materiaal bleef hier beperkt tot sierverbanden, reliefs (waaronder de markante gevel van het Bouwcentrum van Henri Moore die enige navolging ondervond) en mozaiken. Het verklaart waarom opdrachtgevers voor Kirkeby kozen, in Groningen omdat het werk in de architectuur zou passen en de voormalige overheidsinstelling na privatisering eindelijk ook eens een buitenlands kunstenaar kon kiezen. Jammer dat hem in Groningen geen behoorlijke situatie beschoren was.

Hopelijk krijgt Kirkeby nog een keer de kans in ons land een werkelijk eigentijdse sculptuur a la Stuttgart te realiseren, bij voorkeur in een stedelijke situatie, waarin zijn volumineuze baksteensculpturen uitstekend passen, zonder dat deze constatering afbreuk doet aan bijvoorbeeld zijn markante beeld in Kruller-Muller…

In het beeldenbos van Rijksmuseum KrollerMuller werd in 1988 een opmerkelijk fraaie sculptuur in rode baksteen opgetrokken. Het werk geeft aanleiding tot veel interpretaties en is op maaiveldhoogte toegankelijk.

De sculptuur ter grootte van een trafohuisje op de Dokumenta in Kassel vormde een van de grote werken waarmee Per Kirkeby internationaal belangstelling wekte met een ingetogen maar plastisch baksteengebruik.

De sculptuur in de tuin van Museum BoymansVan Beuningen bestaat uit vier gemetselde bogen op een basement. In een voorstudie met een boog in Ikast werden de verschillende lagen metselwerk licht naar buiten uitgemetseld.

Het stedebouwkundig ongelukkig gesitueerde grootste werk van Kirkeby in ons land tussen kantoorvleugels van de PTT in Groningen. Het tegenwoordig niet meer publiek toegankelijke pleintje is ruimtelijk van de stad afgerendeld.

Detail van de sculptuur in een groenstrook tussen woningbouw op het voormalige abattoirterrein in Amsterdam-oost. De baksteen correleert met tot woningen gerenoveerde pakhuizen waar het beeld voor staat.

Voor het gebouw van de parlementariers in de Landtag te Stuttgart met een gevel van natuursteen werd een meer dan tien meter hoge sculptuur in rode baksteen opgetrokken.

Kirkeby verliet daarbij traditionele details als gemetselde bogen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels