nieuws

N-Brabant wil strenger toezicht op RO-beleid

bouwbreed Premium

De provincie Noord-Brabant maakt zich zorgen over de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van het ruimtelijk beleid en de planologische regelgeving in het algemeen. Dat verklaren Gedeputeerde Staten in een notitie over het ontwikkelen van een provinciaal beleid voor handhaving van bestemmingsplannen.

Volgens hen is er -ondanks tal van onderzoeken en studies- nog steeds geen effectieve aanpak gevonden om de handhaving van bestemmingsplannen te verbeteren. Vandaar dat GS nu streven naar een eigen provinciaal beleid. Daarbij hanteren ze als werkhypothese dat de gebrekkige handhaving van bestemmingsplannen niet zozeer een kwestie is van ontoereikend instrumentarium, maar veel meer te maken heeft met intentie en bereidheid van gemeentebesturen in te zien dat bestemmingsplannen algemeen verbindende voorschriften bevat waardoor grenzen worden gesteld aan het handelen van burger en overheid.

‘Gelet op het feit dat schending van het recht en het zoeken naar aanvaardbare beleidsalternatieven bij de toepassing van bestemmingsplannen vaak hand in hand gaan, bestaat de neiging het probleem vooral neer te zetten in de schaduwkant van het openbaar bestuur en -tegen de achtergrond van beelden over onbehoorlijk bestuur, vriendendiensten en omkoperij- aldus onbespreekbaar te maken’, aldus GS.

De provincie wil samen met de gemeenten en het rijk en in samenspraak met maatschappelijke organisaties (milieubeweging, kamers van koophandel etc.) een sterker beleid op gebied van handhaving van bestemmingsplannen.

Streng toezicht

Aangekondigd wordt dat in het nieuwe beleid vooral streng toezicht wordt uitgeoefend op de gang van zaken rond de artikel-19 procedure. Indien een verklaring van geen bezwaar ex artikel 19 is geweigerd, zal de provincie later onderzoeken of niettemin door het gemeentebestuur een vrijstelling is afgegeven. Is dat het geval, dan volgt eerst bestuurlijk overleg.

Maar als dat niets oplevert zal de provincie volgens GS juridische middelen inzetten. De gemeente zal dan opgedragen worden op te treden tegen wat gezien wordt als illegale bouw: ‘Wij zijn van plan om telkens bij ieder (vermoeden van) misbruik snel een helder standpunt naar de betrokken gemeente over te brengen.’

In het te ontwikkelen beleid zal het accent vooral liggen op plannen voor het buitengebied (onder meer zonder vergunning oprichten of veranderen van gebouwen binnen agrarische bouwblokken, dempen van sloten, verharden van terreinen etc.) en bedrijfsterreinen (onder meer bouwen in strijd met milieuregels, oprichten van bedrijfswoningen etc.)

Reageer op dit artikel