nieuws

Kleinere bouwers maken sprong naar Oost-Duitsland

bouwbreed

Het voormalige Oost-Duitsland is ‘verworden’ tot een grote bouwput. Nieuwbouw en renovatie zijn inmiddels de belangrijkste pijlers geworden van de wankele economie. Na de eenwording werd de bouwmarkt gedomineerd door grote aannemers. Inmiddels heeft het alle schijn dat kleine en middelgrote aannemers en toeleveranciers het stokje gaan overnemen. Een impressie uit Leipzig van waaruit kleinere Nederlanderse ondernemers een sprong voorwaarts willen maken.

Een tocht naar deze beroemde ‘Messestadt’ is een bezoeking.

Als gevolg van de vele bouwactiviteiten is een rit over land een ware crime. ‘Een grote bouwput is dit gebied’, moppert een Nederlander die uren in de file heeft gestaan op weg naar de Bau-Fachmesse.

Het zijn diezelfde Nederlanders die inmiddels een aardig graantje van deze activiteiten meepikken. ‘En het wordt alleen maar meer’, is de indruk van Jan J. Atema, directeur van de Nederlands-Duitse Kamer van Koophandel Berlijn.

‘Er moet veertig jaar achterstand worden ingehaald. Voor kleine en middelgrote aannemers en toeleveranciers ligt er nog een gigantisch terrein braak. De weg is voor hen gebaand door de grote bouwconcerns.’

Ondanks alle pessimistische verhalen liegen de cijfers er niet om. Het Zentralverband des Deutschen Baugewerbes -zie grafieken- signaleert voor de westelijke markt van Duitsland een afname, terwijl de groei in de vijf ‘neuen Bundeslander’ explosief is. De regering in Bonn heeft voor deze gebieden direct na de omwenteling eind 1989 een bedrag van ongeveer DM250 miljard gereserveerd. Daarop komt nog eens jaarlijks DM150 miljard voor bijvoorbeeld privatisering van de staatsbedrijven en de modernisering van infrastructuur. Onder dit laatste wordt ook verstaan de aanleg van riolen en glasvezelkabels voor een nieuw telefoonnet.

Wel moet worden opgemerkt dat de toekomstige hoofdstad Berlijn honderden miljarden nodig heeft. Het in Kopenhagen gevestigde onderzoeksbureau European Construction Research (ECR) heeft een grove becijfering gemaakt dat alleen al tot het jaar 2000 DM400 miljard aan bouw-activiteiten zal zijn uitgevoerd.

Zo is er een schreeuwend tekort aan nieuw te bouwen woningen. Tot het jaar 2010 verwacht ECR een tekort van ten minste 400000 huizen.

Renovatie

‘Het gaat niet alleen om nieuwbouw en wegen’, constateert G. van der Lei, commercieel directeur van Kumij.

Zijn onderneming is een producent van kunststof raamkozijnen en deuren. Hij probeert het beeld weg te nemen dat de bouwactiviteiten uitsluitend betrekking hebben op de nieuwbouw in Berlijn. ‘De bestaande woningen in OostDuitsland zijn van een abominabele kwaliteit. Over het algemeen worden deze gerenoveerd, omdat sloop en nieuwbouw te kostbaar is en veel tijd in beslag neemt. De totaal verrotte kozijnen en deurposten worden dan vervangen door nieuwe en daar willen wij graag voor zorgen. Dat is een markt van achttien miljoen woningen.’

Het centrum van Leipzig gonst van de renovatie-activiteiten.

Vanuit de hoogbouw van universiteit, in de vorm van een opengeslagen boek, zijn tientallen torenkranen te zien.

Daarnaast staan alleen al in het centrum tientallen gebouwen in de steigers waarvan de bepleistering van de gevels wordt verwijderd.

‘Daarom is de markt voor renovatie zo boeiend. Er is inmiddels een tekort aan steigermateriaal ontstaan. Het effect is dat de prijzen van de Duitsers omhoog zijn geschoten’, verklaart Rob van Dijk. Zijn bedrijf Drentse Stalen Steigers (DSS) orienteert zich op een sprong naar het Oosten. ‘In Nederland zijn we gespecialiseerd is de bouw van steigers voor renovatie-poen. De opgedane kennis willen we nu ook in het voormalige OostDuitsland gaan inzetten.’

Huizen

De Duitse bouw staat als duur bekend. In het blad van de NWR, Woningraad-Magazine, is begin dit jaar een vergelijk gemaakt tussen een project in Hengelo en Rheine. Het blijkt dat de kale bouwkosten f. 70000 hoger zijn. Voor een land in opbouw is dat teveel.

‘De vraag blijft in hoeverre men in Duitsland deze hoge stichtingskosten zal ke blijven betalen nu de eenwording een beperking van de financiele mogelijkheden blijkt te geven’, aldus de samenstellers van het NWR-artikel. Echt goedkoop wordt er overigens niet gebouwd in het Oosten van Duitsland. Het feit dat de lonen (nog) lager zijn, maakt dat de kostprijs van een ‘einfamilienhauser’ geen DM319000 bedragen, maar DM247000.

De Nederlandse houtindustrie is er sluw op in gesprongen.

‘We leveren bijvoorbeeld houten dakspanten, zodat lokale aannemers uit onderdelen goedkoper een huis ke opbouwen’, aldus een medewerker van De Groot Deutschland.

Zijn concurrent Houtgroep Nederland richt zich, naast de verkoop van kant en klare recreatiehuizen op het aanleveren van prefab houtconstructies. ‘Daarnaast ke we door middel van vingerlassen hout veredelen. Wij voegen waarde aan het naaldhout toe, zodat er meer mee kan worden gedaan’, aldus J.N. Wilkens, directeur Houtgroep Nederland.

Arrogant

‘De Westelijke aannemers en toeleverancier komen rustig met deze hoge prijzen aanzetten. Een deur van f. 4000 wordt zonder schroom aangeboden’, zegt Van der Lei van Kumij. ‘Zij doen nogal neerbuigend naar de inwoners uit de vijf nieuwe deelstaten. Voor ons biedt dat de mogelijkheid om met goedkopere produkten te komen. Daarnaast luisteren de Nederlanders veel beter naar de wensen van de opdrachtgevers. We ke in prinicipe alles leveren.’

In gesprekken met Nederlanders wordt de mentaliteit van de Westelijke Duitsers consequent als vervelend ervaren.

‘Net na de eenwording hebben de Duitsers gezegd. ‘We zullen die Ossi’s eens snel in het gareel brengen.’ Er wordt geen rekening gehouden met de mensen. Ze gedragen zich arrogant’, aldus een ondernemer.

De kleinere ondernemingen hebben elk hun eigen manier van beginnen. ‘Wij hopen binnenkort ons kantoor in Berlijn te openen’, verklaart Gerard Arends, ‘Geschaftsfuhrer’, Visser & Smit Hanab GmbH i.G. Dit onderdeel van Koninklijke Volker Stevin verwacht een graantje mee te pikken van infra-poen als de aanleg van gas-, water- en elektriciteitsleidingen. ‘We zijn in Duitsland nog een kleintje, maar we zullen gehele pakket van diensten gaan aanbieden van ondergrondse werkzaamheden. Ik denk dat onze prijs/prestatieverhouding goed in de markt ligt. We zijn flexibeler dan Duitse ondernemingen.’

De flexibiliteit is een sterk wapen van de Nederlandse ondernemers. ‘Duitsers ke eigenlijk alleen een fabriek organiseren’, meent Van der Lei.

‘Op de bouwplaats is de organisatie van een Duitser een ramp. Nederlanders ke dat veel beter.’

Privatisering

Hourgroep Nederland, onderdeel van het fonds Houtgroep Nederland Beheer, verkiest een rustiger traject richting Oost-Duitsland. ‘We werken met een dealer die onze Blockhaus, een recreatiehuis, afzet.

Het vereist van ons wel dat we elke maand ons gezicht moeten laten zien,’ aldus J.N. Wilkens, directeur Houtgroep Nederland. ‘We overwegen nog geen GmbH op te zetten.’

DSS, van steigers, bewerkt het gebied vanuit het hoofdkantoor in Hoogeveen. ‘We ke het materiaal in vrachtwagens vervoeren,’ aldus Van Dijk. ‘Als we voet aan de grond hebben, overwegen we misschien een depot. De eerste keren zullen met eigen mensen de steigers opbouwen, maar de bedoeling is wel om lokale werknemers te gaan opleiden.’

De kracht van de Nederlanders is niet alleen de (lagere) prijs en de energie om te luisteren.

Ze zijn ook bereid Duitsers uit de vijf nieuwe gebieden te gaan werven. Als gevolg van ingrijpende privatiseringsgolf, zeg maar gerust brute bedrijfssluitingen, zijn veel vakmensen zonder baan komen te zitten. ‘Begin volgend jaar komt een Oost-Duitser op onze loonlijst,’ aldus G. van der Lei van Kumij. ‘We willen deze mensen gaan opleiden, zodat ze zelfstandig de kozijnen ke installeren. Uiteindelijk willen wij naar een GmbH toe werken waar een aantal Duitsers komt te werken. We willen op deze manier de weerstand wegnemen dat we werkgelegenheid wegzuigen naar Nederland.’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels