nieuws

‘Hibin moet soort Bovag voor de bouw worden’

bouwbreed Premium

Hoewel Imabo in de bouwmaterialenhandel inmiddels is uitgegroeid tot marktleider, is volgens directeur Paul Voogd ‘groot’ geen doel op zich. ‘Wij zijn de eerste bouwmaterialen-organisatie met een ISO9002-certificaat, en wij zijn als eerste met een milieu-po begonnen. Dat soort dingen zijn veel belangrijker dan groot zijn, maar groot zijn is wel nodig om die zaken te ke uitvoeren.’

Imabo werd in 1968 opgericht door zeventien Hibin-leden met als doel de inkoop beter te regelen. Al vrij snel werd in Woerden een centraal magazijn ingericht en ging men zelf importeren uit onder meer Italie. De eerste 10-15 jaar bleef de organisatie haar naam (Inkoopmaatschappij Bouwmaterialen) trouw, maar vanaf begin jaren tachtig werden de activiteiten bewust uitgebreid.

Imabo groeide uit tot een in- en verkooporganisatie die zich ook bezighoudt met marketing, logistiek etc. Zo worden voor de aangesloten bedrijven verkoopplannen gemaakt en reclamecampagnes opgezet.

Het aantal deelnemende bedrijven groeide tot 28, met 50 vestigingen.

Logistiek

Al vrij snel na de ‘koerswijziging’ werd het centraal magazijn uit Woerden overgeplaatst naar Roermond, aangezien in Limburg veel toeleverende bedrijven zitten, en de leden dus toch al vaak die kant op moesten. Dankzij een sterke omzetgroei en een uitbreiding van het assortiment bleek het pand in Roermond na een paar jaar al weer te klein. In 1990 werd daarom in Echt een compleet nieuw ‘logistiek centrum’ betrokken met een oppervlakte van ruim 5800 m2. Alle Imaboleden zijn aansloten op de centrale computer op het hoofdkantoor van de organisatie in Gorinchem. Die computer regelt weer dat in Echt bekend is welke spullen gereed moeten worden gemaakt voor transport.

Twee ploegen

Gebeurde dat transport tot voor kort door de leden zelf, nu rijden er vijf Imabo-vrachtwagens dagelijks door het land om de produkten bij de bedrijven af te leveren. In het logistiek centrum wordt in twee ploegen gewerkt, tussen zes uur ’s ochtends en tien uur ’s avonds, zodat produkten die in de loop van de middag worden besteld nog de andere dag ke worden afgeleverd.

Wat er in die 25 jaar niet is veranderd is de aandeelhoudersstructuur van Imabo. Hoewel inmiddels een ‘corporate identity’ is doorgevoerd, een huisstijl voor alle aangesloten bedrijven, zijn die bedrijven nog steeds volstrekt onafhankelijk. Ze zijn dus ook niet verplicht bij Imabo te kopen. ‘Wij moeten iedere dag nog concurreren met het aanbod uit de markt, en dat is goed, dat houdt ons alert’, aldus Paul Voogd.

In totaal werken er zon 1200 mensen bij de Imabo-bedrijven, die zon f. 650 miljoen per jaar omzetten. Ongeveer 30% hiervan loopt via Imabo. Bij deze organisatie werken 37 mensen. Het marktaandeel van de groep is ongeveer 15%.

Het is de bedoeling dat er binnenkort een samenwerkingsverband komt met Van Neerbos Bouwmaterialen. Die samenwerking betreft inkoop, logistiek en automatisering. De twee partijen, die samen een marktaandeel van ongeveer 20% halen, houden hun eigen identiteit.

Volgens Voogd is er een wereld van verschil tussen Imabo met z’n zelfstandige ondernemers, en de achttien vestigingen van Van Neerbos die deel uitmaken van een concern. De klant zal in de praktijk dan ook weinig merken van de samenwerking.

Veel belangrijker dan het halen van een grote omzet noemt Paul Voogd zaken als kwaliteit en milieuzorg. Bij die kwaliteit gaat het niet alleen om het leveren van goede produkten maar ook om de manier waarop met klanten wordt omgegaan. ‘Bij Imabo zijn kleine familiebedrijfjes aangesloten maar ook vrij grote bouwmaterialenhandelaren. Bij de kleintjes kennen ze hun klanten persoonlijk, maar bij de grote bedrijven ligt dat een stuk moeilijker. Wij leggen daar de nadruk dan ook op de man aan de balie, die moet het goed doen. Uiteindelijk is het de klant die zorgt voor de boterham.’

Expo

Klantenbinding is ook een van de redenen om eens in de drie jaar een Imabo Expo te houden. Op deze kleinschalige beurs ke leveranciers en handelaren en hun klanten elkaar in een ontspannen sfeer contacten leggen.

Een andere reden om een eigen beurs te houden is het uitdragen van het imago. Volgens Voogd is de uitstraling van de bouwmaterialenbranche over het algemeen zeer laag. ‘Ik heb zelf 25 jaar naast een handelaar gewoond, zonder dat ik het in de gaten had.’ Die geringe uitstraling heeft als na deel dat het moeilijk is om goede medewerkers te vinden. De Hibin, de branchevereniging van de bouwmaterialenhandel, zou volgens Voogd veel meer aan de weg moeten timmeren.

‘De Hibin moet een soort Bovag voor de bouw worden.’

Toch is er de laatste tijd al wel het een en ander veranderd in de bouwmaterialenwereld.

Vroeger werd uitsluitend geleverd aan de aannemer en was er weinig contact met ‘gewone

mensen. De bouwmarkt was een jaar of tien geleden nog een vloek. En dat is allemaal anders geworden, aldus de Imabo-directeur.

Inmiddels zit het met de uitreiking van het ISO-9002-certificatie bij Imabo wel goed met de kwaliteit. De aandacht wordt nu meer gericht op de milieuzorg. Hier is al een begin meegemaakt door de vrachtwagens die de produkten wegbrengen op de terugweg lege verpakkingen mee te laten nemen.

Verder worden bij de Imabobedrijven meerdere containers geplaats om het afval te ke scheiden.

Volgens Paul Voogd is dat nog maar een klein begin dat nog geen echte oplossingen biedt.

Veel belangrijker is het volgens hem te voorkomen dat er veel afval onstaat. Al in de ontwerpfase moet bekend zijn wat er uiteindelijk bij de bouw overblijft, en vervolgens moet dat afval verantwoord verwerkt (ke) worden. ‘Architect, aannemer en handelaar moeten er samen hard aan werken om dat voor elkaar te krijgen. We hebben nog een lange weg te gaan, maar het is wel leuk om daar mee bezig te zijn.’

Reageer op dit artikel