nieuws

‘Het is geen stad en geen dorp. Ede is een storp’ Ede vecht tegenvooroordelen

bouwbreed

De wethouder van Ruimtelijke ordening en stedelijk gebied in de Gelderse gemeente Ede, E. Peerbolte, kan het bij het afscheid niet laten nogmaals een opmerking richting ‘Den Haag’ te maken: ‘Ze zijn daar veel te veel op het Vinex-beleid gefixeerd, zonder oog te hebben voor wat er daadwerkelijk in het land aan de hand is. Kijk naar Ede, wij worden in de Vinex gewoon overgeslagen.’ Dan trekt hij zijn schouders op en zegt: ‘Maar je hebt het nu gezien, we hebben Den Haag niet nodig. We doen het zelf wel.’

Twee uur lang heeft Peerbolte met zijn bezoeker door Ede gereden. Comfortabel achter in de auto gezeten neemt de wethouder zijn tijdelijke taak als gids meer dan serieus. De beelden in de vorm van woningbouwpoen, industrieterreinen, stadsvernieuwig en kantorenlocaties voorziet hij van deskundig commentaar.

Echter, in zijn woorden klinkt regelmatig wat verontwaardiging door. Als de auto bijvoorbeeld door de Edese nieuwbouwwijk Rietkampen rijdt, waar met man en macht aan de realisering van de 3000 woningen tellende wijk wordt gewerkt, merkt de wethouder op: ‘Hier wordt nauwelijks aandacht aan besteed.’ Als we even later over een industrieterrein rijden waarvoor hij dit jaar zon twaalf hectare grond heeft verkocht zegt hij: ‘Een omvangrijk terrein waarbij je ziet dat veel bedrijven het in Ede ziet zitten. Maar lees je er iets over? Niet dus.’

Dwars

Hij zegt het niet met zoveel woorden maar het zit Peerbolte aan de ene kant duidelijk dwars dat het gros van Nederland Ede niet als eerste noemt als het naar een stad in Gelderland wordt gevraagd. Rond Ede schijnt een sfeer te zijn ontstaan van saai, stil, ja zelfs een bijna doods provinciaal stadje.

Gevraagd naar de wethouder hoe dit nou komt blikt hij bijna stuurs naar buiten.

‘Het komt domweg door het feit dat op de een of andere manier de overheid heeft besloten Ede over te slaan. In heel de Vinex worden we niet genoemd. Wel Nijmegen-Arnhem waar ze een enorme moeite hebben om aan de woningbouwtaakstelling te voldoen, maar Ede niet, hoor. Terwijl we hier over alles beschikken, ruimte, goede verbindingen en bovenal veel groen.’

Overigens haast hij zich door te zeggen dat hij ook niet zo nodig hoeft. ‘Ik zie het niet als een soort erkenning van Ede als we wel in de Vinex zouden zijn opgenomen. Sterker nog, misschien zou ik er niet eens zo blij mee zijn geweest. Per slot van rekening ke we nu min of meer onze eigen koers varen zonder verantwoording aan Den Haag af te leggen. Waar het mij meer omgaat is dat men in het algemeen nauwelijks op de hoogte is van wat er zich hier aan ontwikkelingen allemaal afspeelt. En dat is heel wat, kijk maar om je heen.’

Brochure

‘Ede: een aangename kennismaking’, is niet voor niets de titel van een fraaie brochure die de gemeente onlangs het licht heeft laten zien. Met deze brochure hoopt Ede bedrijven warm te maken voor een vestiging binnen zijn gemeentegrenzen. In de inleiding wordt de toon al min of meer gezet: ‘Wie aan Ede denkt, denkt aan ruimte en groen. Dat zijn dan ook belangrijke kenmerken van deze gemeente op de grens van Veluwe en Gelderse Vallei. Wie echter nader kennis maakt met Ede, zal zich verbazen over de ontwikkelingen die op elk gebied zijn ingezet.’

Met het boekwerkje zet de gemeente een belangrijke stap om de bestaande vooroordelen tegen Ede weg te nemen. ‘Heel wat bedrijven hebben Ede al als een goede vestigingsplaats ontdekt. Kijk maar naar onze industrieterreinen.’ Maar een persoonlijke kennismaking met de Geldserse stad werkt volgens hem nog het beste.

Rondleiding

De rondleiding begint in het centrum van Ede. Wat overigens al bij binnenkomst van de gemeente opvalt zijn de grote gaten die in de bebouwing zitten. Op het stadhuis laat een luchtfoto van het centrum al zien dat het hier om alles behalve een compacte bebouwing gaat. Winkelvoorzieningen wisselen woningen en vooral parkeerterreinen in een hoog tempo af: Alsof de gebouwen er met de losse pols zijn neergezet.

Een allergaartje, zo geeft ook Peerbolte toe. Er is in de voorgaande jaren in zijn ogen nauwelijks met enige visie gebouwd.

Daar gaat nu echter verandering in komen. Met het vorig jaar gepresenteerde ‘Beleidsvoornemens Ede-centrum’ zijn de kaders geplaatst waarbinnen het centrum zich in de komende jaren moet gaan ontwikkelen. Meer winkelvoorzieningen maar ook woningen. Tot het jaar 1998 moeten daar bijvoorbeeld zon zeshonderd woningen verrijzen. Aan de herinrichting van het Museumplein, bijna het hart van het centrum, is al een fors begin gemaakt.

Bestratingswerkzaamheden zijn in volle gang. ‘Het perron van het station EdeCentrum dat aan het plein grenst wordt als een soort theaterpodium ingericht.

Daar is ruim f. 1,3 miljoen ingestoken”, zegt toerleider Peerbolte. Het plein krijgt een uitgaansfunctie met veel terassen en horecagelegenmheden.

De komende jaren moeten er in het centrum 20000m2 aan winkelvoorzieningen worden gerealiseerd. ‘De plannen worden door de ondernemers gesteund. Zij steken ook geld in de vernieuwing.’ Maar ook de vastgoedsector heeft Ede ontdekt. ‘Je ziet toch een trend dat die sector in toenemende mate belangstelling heeft voor poen in zerg maar kleinere en middelgrote steden. Zij zijn toch snel warm te krijgen voor winkelpoen en dergelijke.’

Ziekenhuis

De autorit gaat vervolgens via de industrieterreinen van Ede naar de grote woningbouwlocatie in de wijk Rietkampen.

Uiteindelijk moet deze wijk zon slordige 3000 woningen herbergen. Er staan er nu inmiddels 2000 en 400 zijn er in aanbouw.

Op weg naar de nieuwe wijk wijst Peerbolte de locatie aan waar in 1996 met de bouw van het streekziekenhuis Gelderse Vallei wordt begonnen. Het nieuwe streek-ziekenhuis komt door een samenvoeging van de bestaande ziekenhuizen in Ede, Bennekom, Wageningen en Veenendaal tot stand. Met de bouw is een investering van f. 212,2 miljoen gemoeid. Het ziekenhuis moet een capaciteit van zon 581 bedden krijgen. Nog voor de eeuwwisseling, namenlijk in 1999, moet het klaar zijn. ‘Ede krijgt daarmee steeds meer een stedelijke functie.’

De Rietkampen lijkt op een doorsnee nieuwbouwwijk. Met andere woorden: het kan overal zijn. De wethouder beaamt dat ook. Later, bij terugkomst op het stadhuis, zou hij ook opmerken dat Ede nooit een echte stad zal worden. ‘Net zo min als Zoetermeer of Hoofddorp. Dat heeft’, zo verduidelijkt hij, ‘alles te maken met het feit dat de wijken een smeltkroes zijn van import en autochtonen. Het zal generaties lang duren eer er sprake zal zijn van een typische sfeer waarvan men zegt dat is Ede of dat is Zoetermeer.’

Rietkampen

Terug naar de Rietkampen waar dure koopwoningen gebroederlijk naast sociale huurwoningen staan. Kwaliteit staat volgens Peerbolte voorop. Die bepaling heeft in zijn optiek geresulteerd in een wijk die ruim is van opzet en waar het goed toeven is. Langzaam wordt de auto door woonstraten gestuurd. Het najaarszonnetje schijnt en zorgt er voor dat de parkjes tussen de diverse straten door Edes grut wordt bevolkt. Van een saaie of doodse situatie zoals die zo vaak kenmerkend is voor nieuwbouwwijken, is hier dan op dit moment dan ook geen sprake. ‘Prima weer om Ede op z’n mooist te laten zien’, zegt Peerbolte.

De belangstelling voor de woningen is groot. In bijna alle categorieen gaan de woningen grif van de hand. Ede hanteert echter een streng toelatingsbeleid. Zo kan men pas in Ede terecht wanneer men sociaal of economisch aan de plaats gebonden is. Volgens de wethouder ook noodzakelijk omdat er in eerste instantie voor eigen behoefte wordt gebouwd. ‘Daarbij komt ook dat we niet per se willen groeien om het groeien. Dat is een luxe positie, dat geef ik toe. En ik kan mij voorstellen dat heel wat gemeenten die een daadwerkelijk woningbouwtaak hebben in het kader van de Vinex jaloers op onze positie zullen zijn. Maar wij zijn er wel blij mee.’

Stadspoort

De tocht gaat verder. Op het gelegenheidsprogramma staat een bezoek aan het prestieuze Stadspoort-po. Wie via de A12 afslag Ede neemt komt langs de bouwput van het po. Hier wordt namenlijk zoals de naam al doet vernoemen de poort van Ede gerealiseerd. Een winkelcentrum wordt voor een belangrijk deel over de weg aangelegd. Daarnaast omvat het po de bouw van 250 woningen.

Voor de uitvoering van het plan heeft Ede zelf een krediet van f. 38,5 miljoen verschaft. MBO financiert met f. 27,5 miljoen de winkelvoorzieningen terwijl Ontwikkelingsmaatschappij Ede (gevormd door vier Edese bouwbedrijven BCE Bouw, Van Driesten Bouw, Grootheest Bennekom Bouwbedrijf en Bouwbedrijf KuinEde) f. 45 miljoen voor de bouw van de woningen uittrekt.

Stadspoort moet, wanneer het in de loop van 1995 wordt opgeleverd, de nieuwbouwwijken Rietkampen en Maandereng met elkaar verbinden. Dan zijn er namenlijk de winkeltraverse en een viaduct voor het verkeer van en naar beide wijken die over de toegangsweg vanaf de A12 loopt.

Wonen, werken en winkelen worden hier bijeen gebracht. En alles, zo benadrukt Peerbolte, op kwalitatief hoog niveau. De woningen die aan de Rietkampenzijde worden gerealiseerd varieren van terraswoningen tot twee-onder-een-kapwoningen en van sociale koopwoningen tot stijlvolle eengezinswoningen.

De opzet is dat woningen als het ware op de door de zandophoging ontstane heuvel worden gestrooid. Voor die ophoging is inmiddels al een slordige 260000m3 zand gestort. Als een veldheer staat Peerbolte op de heuvel. Beneden zoekt het verkeer zijn weg en in de verte is de A12 te zien.

‘Een uitstekende locatie’, meent de wethouder, ‘met werkelijk bijna een perfecte ontsluiting. Met nadruk zeg ik ‘bijna omdat de verkeersontsluiting richting A12 bij het kruispunt verre van ideaal is. Maar hierover zijn we al lange tijd met Verkeer en Waterstaat in overleg.’

Park

Na een korte stop bij het congrescentrum Reehorst, dat in de afgelopen periode een ware metamorfose heeft ondergaan, werpen de inzittenden een blik op het daarnaast in aanbouw zijnde hotel, om vervolgens richting de kantorenlocatie Horapark te koersen. Binnen enkele ogenblikken bevindt de auto zich midden in de bossen waar verborgen in het groen diverse kantoren blijken gevestigd. Zo betrok hier nog niet zo lang geleden het Opleidingsinstituut voor de Distributie (OVD) zijn vestiging. ‘We weten natuurlijk wel wat we laten zien’, zegt Peerbolte fijntjes om daar aan toe te voegen, ‘maar het is natuurlijk wel zo dat een dergelijk entree midden in het groen de kantoren wat extras geeft.’

Het geeft volgens de wethouder tevens aan dat de gemeente Ede niet afwijzend staat tegenover het tegemoetkomen aan de wensen van het bedrijfsleven. ‘Natuurlijk kost een dergelijke locatie groen.

Maar als je daar beheerst mee omgaat kan er ook iets moois ontstaan.”

Iets moois kan er in zijn ogen ook ontstaan in de omgeving van het station Ede.

‘Aan de ontwikkeling van stationslocaties is in de Vierde Nota extra enorme prioriteit gegeven. In veel steden stuit een dergelijke ontwikkeling op problemen omdat er eerst nog het nodige moet worden gesloopt. Hier is dat niet het geval.’ Zijn woorden worden door de beelden kracht bijgezet. Immers, richting het station en er direct omheen staan wat gebouwen die voorheen door de Nederlandse Spoorwegen in gebruik zijn geweest. Er staat nog een fabriekje maar met enig fantasie kan hier wel een aardige woon- en- werklocatie worden bedacht. ‘Wij geven hier momenteel geen prioriteit aan, omdat we nog over voldoende andere locaties beschikken. Maar stapt er op een goede dag een poontwikkelaar met wat leuke ideeen binnen, dan staan wij daar niet afwijzend tegenover.’

Boventoon

Eenmaal terug op het stadhuis stipt Peerbolte dat nog eens aan door daar aan toe te voegen dat een dergelijke werkwijze de nodige voordelen heeft. ‘Het ‘we hoeven niet zo nodig’ heeft gewoon de boventoon.

En zoals met die stationslocatie ook, we hoeven niet. Andere steden die moeten zelfs.”

Er zijn in de afgelopen periode volgens de wethouder veel zaken binnen het Edese in gang gezet. Hij zou dan ook de komende vier jaar, als zeg maar het oogsten begint, als wethouder daarbij betrokken willen blijven. ‘Er is nog een hoop te doen, als ik alleen maar denk aan de samenwerking met Veenendaal waarmee we een gezamenlijke visie hebben opgesteld. Binnen die samenwerking hebben we verstedelijkingsafspraken gemaakt in de vorm van: Wie gaat welke kant op. Het is natuurlijk wel zo dat wij iets ruimer in ons jasje zitten dan Veenendaal dus onze mogelijkheden zijn wat groter. Maar beide streven we toch een beheerste groei na.’

Op de vraag: ‘Wordt het nu nog wat met Ede ?’ valt even die onvermijdelijke stilte.

‘Ik zeg altijd: het is geen stad en het is geen dorp dus ik noem Ede een storp. Het zit er gewoon tussen in, maar we werken er hard aan.’

E. Peerbolte, Edese wethouder van ruimtelijke ordening: ‘Ede is in de Vierde Nota-extra gewoon overgeslagen….

Ede heeft verschillende gezichten zoals hier waar de woningen nog duidelijk staan te mijmeren over vroeger De gemeente bouwt rustig en gestaag aan haar toekomst. Hier de bouwput van het omvangrijke Stadspoortpo In het Stadspoortpo ook ruime aandacht aan woningbouw.

Uiteindelijk moeten hier 250 woningen verrijzen De sfeer die Ede uitstraalt wordt door Peerbolte een beetje dubbel genoemd. ‘Het is geen stad maar het is ook geen dorp meer.

Gemakshalve noem ik het maar een Storp.”

fotos Peter van Mulken

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels