nieuws

Heermas bruteringsbrief laat nog veel vragen open

bouwbreed

Veel sneller dan sommige pessimisten hadden gedacht is een akkoord over de bruteringsoperatie bereikt tussen Heerma en de vertegenwoordigers van de sociale verhuurders. Vol trots kon de staatssecretaris de goede afloop van het overleg enige dagen geleden melden in een brief aan de Tweede Kamer.

Maar daarmee is de besluitvorming nog niet rond. De Nationale Woningraad, het NCIV en het Platform Gemeentelijke Woningbedrijven moeten deze operatie, waarmee f. 35 miljard is gemoeid, eerst nog aan hun achterban verkopen.

Pas wanneer een overtuigende meerderheid van 80 a 90% daar voor is, gaat het feest door. De Tweede en Eerste Kamer moeten eveneens hun goedkeuring eraan hechten.

Heerma heeft toegezegd, binnen enkele weken met een uitgebreidere toelichting op de overeenkomst te komen. Dat is ook wel nodig, want de bruteringsbrief is uiterst sumier en laat nog veel vragen open.

Om te beginnen wil de staatssecretaris zich in dit stadium niet uitlaten over de exacte budgettaire consequenties.

Naar wat hij heeft losgelaten mag worden aangenomen, dat voor het rijk nog een voordelig saldo van ettelijke miljarden resteert. Hij zal er echter niet aan ontkomen om hierover in zijn volgende brief klaarheid te verschaffen.

Geheel duister is thans nog hoe het precies zit met de aanvullende leningen, die de corporaties nog jarenlang van het rijk tegoed zouden hebben voor een deel van de dynamische kostprijswoningen. Op jaarbasis bedragen die momenteel f. 332 miljoen; dus de contante waarde van die verplichting (en de besparing op de rijksbegroting) loopt eveneens in de miljarden. Zijn die nu wel of niet in de deal begrepen?

De corporaties, die weinig of geen rijksleningen meer heb ben uitstaan, ke uit de bruteringsoperatie een positief saldo verwachten. Dat geldt blijkens het akkoord ook voor de corporaties, die nog niet zo lang geleden een rijkslening met hoge rente hebben ingeruild voor een kapitaalmarktlening met lage rente. Hoe zal een dergelijk positief saldo aan de corporaties worden uitgekeerd? Het volle bedrag ineens in 1995, of gespreid over een aantal jaren? En in het laatste geval, tegen welke rentevergoeding?

Tegemoetkoming

In het akkoord is tussen partijen afgesproken dat indien de sociale verhuurders de rijkslening tegen een hogere rente moeten herfinancieren op de kapitaalmarkt, zij daarvoor een tegemoetkoming krijgen van het rijk. De hoogte van de tegemoetkoming hangt af van het renteverschil en de looptijd van de oude rente. Zal dat echter ook gelden voor de sociale verhuurders, die een positief saldo ke verwachten en die dus in principe niet op de kapitaalmarkt behoeven te herfinancieren? Heermas brief is daar niet duidelijk over.

Over de afgesproken minimale huursomstijging behoeven de sociale verhuurders geen pijn in hun buik te hebben. Het gaat hier immers om een minimum. Anders ligt het met betrekking tot de maximale huurstijging, die het rijk wettelijk vastlegt, en die tussen 6,5 en 7,5% zou moeten komen te liggen.

Stel, dat over een aantal jaren de inflatie onverhoopt flink gaat oplopen. Welke garantie hebben de sociale verhuurders dan dat dit maximum adequaat zal worden aangepast?

Het rijk heeft er na de bruteringsoperatie immers alle belang bij, dit percentage laag te houden teneinde de uitgaven van de individuele huursubsidie te beperken.

Een geheel andere kwestie is, welke personele gevolgen de brutering voor het departement van VROM zal hebben.

Het is duidelijk dat er een aantal arbeidsplaatsen gaat verdwijnen; en in het licht van de afslankingsoperatie is dat ook wenselijk. Het lijkt een aardig vraagje voor de Tweede Kamerleden, om hoeveel plaatsen het hierbij gaat.

Tenslotte, de staatssecretaris moet ook nog met de beleggers rondkomen. Weliswaar gaat het hier slechts om circa 70000 woningen (tegen 2,4 miljoen sociale huurwoningen), maar het zou toch interessant zijn indien Heerma het resultaat van die besprekingen zou ke mededelen in zijn eerstvolgende brief.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels