nieuws

Gelders knooppunt vergt bijdrage betrokkenen

bouwbreed Premium

Voor de ontwikkeling van het Knooppunt Arnhem-Nijmegen (KAN) is een bedrag van f. 17 miljard nodig. Dit geld zal voor een groot deel van het rijk moeten komen. De betrokken steden en dorpen moeten echter zelf ook bijdragen, evenals het regionale bedrijfsleven.

Dat zei prof. dr. J. Buursink gisteren in een lezing in het provinciehuis in Arnhem. De hoogleraar sociale en economische geografie, die is verbonden aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen, hield de lezing in het kader van de lezingenreeks Midgelderse Toekomstverkenningen, die de gedachtenvorming over het KAN en uitwisselling van ideeen tussen beslissers in MiddenGelderland moet bevorderen.

De rijksoverheid, zo vindt Buursink, kan niet alle lasten voor haar rekening nemen.

Een eigen bijdrage van de betrokkenen is volgens hem met name belangrijk voor het psychologische effect dat dit kan brengen. ‘Het KAN krijgt zo een breder draagvlak. De betrokkenen moeten het te stichten knooppunt een eigen gezicht willen geven, en zich niet altijd presenteren met cliche’s als ‘gunstig gelegen halverwege de Randstad en het Roergebied’.

Als voorbeeld van een geslaagde regionale zelffinanciering noemde Buursink de ontwikkelingen in Friesland. De Friesland Bank (de enige nog bestaande regionale bank in ons land) heeft hier de afgelopen twee jaar met veel succes verscheidene belggingsfondsen opgezet ter versterking van de regionale bedrijven.

Bedelgedrag

Buursink relativeerde verder het belang van stedelijke knooppunten voor de economie. ‘De Nederlandse steden (ook de knooppunten) zijn financieel vrijwel volledig afhankelijk van het rijk. Die complete afhankelijkheid veroordeelt de steden tot een steeds sterker en concurrerender bedelgedrag’. De hoogleraar meent dat de exploitatie en ontwikeling van steden goedkoper kan als de steden meer ruimte krijgen om de benodigde middelen lokaal te verkrijgen. ‘Steden zullen door de bank genomen altijd wel meer geld kosten dan ze opbrengen. Maar door financieringssystemen en een grotere lokale financiele betrokkenheid voor grote poen zou de exploitatie van de steden zuiniger ke’, aldus Buursink.

Reageer op dit artikel