nieuws

Een verlate hoeksteen voor Almeres Filmwijk

bouwbreed

De Filmwijk in Almere verwierf in april 1992 tijdelijke bekendheid als woongebied met de functie van licht afwijkende woonvormen ter meerdere glorie van de NWR Bouwrai. Een opvallend schoolgebouw in de wijk kreeg nu een stedebouwkundige tegenvoeter in een gezondsheidscentrum. Tegenover Hertzberger basischool ontwierpen Aldo en Hannie van Eyck het nieuwe gezondheidscentrum: twee late representanten van de Forumgedachte.

In de Filmwijk werd in 1992 een woongebied met gedifferentieerde woningbouw in de wat duurdere sector dan modale sociale woningbouw opgeleverd. Wandelt men er nu nog eens door heen, dan valt het op dat de architectonische kwaliteit slechts hier en daar boven het gemiddelde ligt; de glans van full color drukwerk is ingewisseld voor een vroeg intredend patina van de tijd. In de late herfstkleuren rond de opening van het gezondsheidscentrum, soms toch nog verrassend in de woningen van de Architecten Cie en Fons Verheijen.

In de school van Hertzberger blijft het exterieur minder florisant dan het voor scholenbouw opmerkelijke interieur rond de centrale hal met de ruimtelijke dakconstructie.

Gezondheidscentrum

In zon jonge gemeente als Almere blijft het wat behelpen. Oudere binnensteden mogen niet geheel ideaal zijn, nieuwe zijn dat in het geheel niet. Dat geldt voor woongebieden en voor voorzieningen als winkelcentra van Almere-Haven met een grachtje, tot Almere-centrum met winkelpromenade van tragisch laag architectuurniveau. Kortom, de algehele toestand is er onherbergzaam.

Daar kan een enkele gezondheidscentrum van de meest vooraanstaande architecten die de Van Eycks blijven, relatief weinig aan bijdragen. Het gebouw ligt terzijde van het middelpunt in de Filmwijk, waar de gebogen straten met NWR Bouwraiwoonblokjes om zijn gesitueerd. Die halve stedebouwkundige cirkel wordt overigens ruimtelijk van de verdere wijk afgesneden door de busbaan; een op zich uitstekende voorziening die echter belachelijke claims van omwegen voor de voetgangers met zich mee brengt als een dominante slinger in de stad. De langste gevel van het gezondheidscentrum ligt daar evenwijdig aan.

Langs die rechte gevel liggen een reeks spreek- en behandelruimten voor uiteenlopende functies in de gezondsheidszorg, van een ruimte voor tandartsen tot spreekkamers van artsen. Deze worden ontsloten door een binnenstraatje, dat is de beste aanduiding die overigens niet toereikend is. Maar de ontbrekende herbergzaamheid van de jonge Filmwijk krijgt hier gestalte in een conglomeraat van kleinschalige voorzieningen in de gezondheidszorg. Opmerkelijk is, dat zulks ook nagestreefd is bij de regionale gezondheidsvoorziening even verderop, in het Flevoziekenhuis van Jan Tennekes aan de Hospitaalweg.

Herbergzaam

Er zijn de laatste jaren veel gezondheidscentra gerealiseerd. Een overzicht ontbreekt tot nu toe, maar zou uitgangspunten van architecten onbarmhartig aan het daglicht brengen. In een periode van lage budgetten is een eenvoudige doos het makkelijkste, en daar zijn er een aantal van, soms niet geheel ontbloot van architectonische kwaliteit. Een relatief klein percentage van de architecten wilde meer, zoals Arie van der Meijden onder meer in Rotterdam heeft laten zien. En hoewel er in detail kritiek op kan worden geleverd, is het streven naar wat meer herbergzaamheid terecht. Maar een overvloed van architecten bakt er eenvoudig niets anders van dan een vluchtig bedachte hoofdopzet waar alle functies in zijn opgenomen, die geroutineerd zijn vertaald in Hollandse middelmaat qua gebruik, onderhoud en vormgeving.

Maar juist die herhaling van heel kleinschalige functies in de gezondheidszorg op wijkniveau lenen zich tot meer kwaliteit in de gebouwde omgeving. Het vereist wel een onverantwoordelijke inzet van ontwerpers om er aanzienlijk meer tijd in te investeren dan volgens honorariumtabellen wordt vergoed. Het centrum in de Filmwijk is daar een voorbeeld van. De ontwerpopdracht had niet beter verleend ke worden om het geweten van de overheid nog weer eens te herinneren aan de wijze waarop dit soort bouwopdrachten ook gestalte kan krijgen.

Bescheiden

De schrale budgettering blijft afleesbaar in de beste voorbeelden van geslaagde gezondheiscentra, ook in Almere. Maar de inzet, en vermoedelijk grote vasthoudendheid, waarmee Aldo en Hannie van Eyck dit gebouw vorm gaven, blijft voorbeeldig.

Het gebouw van een bouwlaag heeft de hoofdvorm van een driehoek, zoals al aangegeven, met de langste rechte zijde parallel aan de busbaan. De binnenstraat is wat korter en gaat op beide beeindigingen via ruimtelijk bijna besloten hofjes over in de omgeving.

In het overblijvende driehoekige bouwvolume is een relatief grote ruimte bij de apotheek in gebruik met aansluitende gebruiksruimten rond een naar binnen gelegde entreepartij. Afgeronde hoeken in het bouwvolume begeleiden de bezoekers naar de entree, met automatisch openzoevende deuren, die echter wel specifiek op het gebruik voor kinderen en volwassenen zijn afgestemd. Kom daar tegenwoordig nog maar eens om!

Nauwelijks binnen wordt men nog even geconfronteerd met een kleine bescheiden patio, om vervolgens via een balie in de binnenstraat terecht te komen, met eenvoudige maar wel specifiek ontworpen banken om de beurt af te wachten. Dat binnenstraatje heeft wel een ‘lichtstraat’ als afdekking; men is binnen, maar het weer buiten beinvloedt de sfeer in deze min of meer publieke ruimte.

Daglichthappers

Verwonderlijk zijn details in dit ontwerp. De reeks behandel- en spreekruimten langs de busbaan beschikt ieder over een raam in de gevel, met een discrete mogelijkheid om inkijk van buitenaf door een jaloezie uit te sluiten. Dan blijft daglicht nog onbekommend binnenvallen door een halfronde opening in het plafond direct boven het raam. Daglicht valt binnen via een half-cilindrische dakopbouw waarvan de ronde zijde uit helder kunststof bestaat. Het is een efficiente toevoeging aan de ruimte die ook bij gesloten jaloezieen niet alleen daglicht toelaat, maar hier werkende artsen toch nog even een indicatie van het weer buiten geven.

In de gevel langs de busbaan ontstond zo een ‘kanteelachtige beeindiging door de gesloten zijde van de daklichten die collegas zoals ‘de andere Aldo (Rossi) jaloers moeten maken.

Ook elders, zoals in de apotheek, zijn daklichten toegepast; niet zomaar een eenvoudige koepel op de dakplaat, maar een van binnen blauw geschilderd cilindrisch opzetstuk. In de zorgvuldig gedetailleerde overgang van cilinder naar plafond is kunstverlichting opgenomen. Er spreekt zorg en liefde voor het ontwerp uit zulke detailleringen, waarvan er veel meer worden aangetroffen dan hier worden gesignaleerd, zoals geknikte puien tussen binnen- en buitenruimten, speciaal ontworpen balies en ander meubilair, de verlichting enzovoort.

Daarmee treft men in dit gezondsheidscentrum een architectonische bezetenheid aan, die herinnert aan de spraakmakende periode rond de tijdschriftredactie van Forum, toen het in de periode na 1959 nog een forum was. Kenmerkend was toen al de inzet tot een architectonische kwaliteit.

Natuurlijk kan men het eens of oneens zijn met de architectuur. Maar zij die kritiek hebben, zouden dit gezondheidscentrum als filter voor eigen opvattingen moeten inzetten. Dan is er sprake van een kwaliteit die zeldzaam is geworden, hoewel het bouwplan nog niet is afgerond; er zijn nog groenvoorzieningen gepland. Deze hoeksteen in Almere-Filmwijk is wat verlaat, maar dat is ruimschoots gecompenseerd door architectonische kwaliteit.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels